Vakbonden zijn voor veel werknemers belangrijk, omdat de vakbond namens deze werknemers onderhandelt over de arbeidsvoorwaarden. Hoe sterker een vakbond staat, hoe beter het onderhandelingsresultaat zal zijn.
De kracht van onderhandelen via een vakbond is dat de vakbond spreekt namens een grote groep. En desnoods deze grote groep kan oproepen om het werk neer te leggen: staken. Hoe meer mensen lid zijn van een vakbond, hoe sterker de positie van de vakbond zal zijn. En dat is in het belang van alle werknemers.

De organisatiegraad van werknemers is het percentage werknemers dat lid is van een vakbond.

In 2011 was een vijfde van de werknemers lid van een vakbond. In de loop van de jaren is de organisatiegraad teruggelopen. De terugloop van de organisatiegraad komt doordat er minder werkende vakbondsleden zijn, terwijl de beroepsbevolking is toegenomen.

organisatiegraad

Maar hoe komt dat?
Waarom zijn steeds minder werknemers lid van de vakbond, terwijl dat wel belangrijk is voor de onderhandeling over hun arbeidsvoorwaarden?

Uit onderzoek blijkt een steeds grotere groep, met name jongeren, niet eens meer na te denken over een lidmaatschap.
Ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt speelt een rol. Werknemers wisselen vaker van baan en hebben daardoor niet hun hele leven te maken met dezelfde vakbond. En zzp-ers hebben sowieso geen vakbond, omdat ze geen werknemer zijn.

Wellicht de belangrijkste reden is dat werknemers in Nederland ook zonder lidmaatschap kunnen profiteren van de uitkomst van de onderhandeling. Dat komt omdat de CAO uiteindelijk algemeen verbindend verklaard wordt. Ze hoeven dus geen lid te zijn van de vakbond om tóch te profiteren van het werk van de vakbond.
Om dat profiteergedrag te analyseren kunnen we gebruik maken van speltheorie.

Algemene uitleg speltheorie

Bij de speltheorie proberen we het keuzeproces bij rivaliteit of samenwerking tussen mensen te analyseren en te voorspellen.
De keuzes die mensen in zo’n situatie maken hebben invloed op het resultaat. Niet alleen hun eigen resultaat, maar ook het resultaat van de ander.

In dit hoofdstuk bespreken we het zogenaamde simultane spel, waarbij:

  • twee spelers gelijktijdig

  • een keuze moeten maken uit twee acties

  • de situatie betreft een eenmalige keuze

  • en er geen overleg is tussen de twee partijen.

Om zo’n situatie goed te kunnen analyseren en te voorspellen wat er waarschijnlijk zal gebeuren, gebruiken we een opbrengstenmatrix.
In deze matrix staan alle keuzes en de opbrengsten van beide spelers bij elke denkbare keuzecombinatie.

Het wordt makkelijker met een voorbeeld:

  • Pizzabus en Burgerhut zijn de enige twee eetgelegenheden op een evenement

  • Zij moeten vooraf (zonder te weten wat de ander zal kiezen) kiezen uit een hoge prijs of een lage prijs

  • Als ze allebei kiezen voor een lage prijs, verdienen ze allebei € 5.000

  • Als ze allebei kiezen voor een hoge prijs, verdienen ze allebei € 7.000

  • Als de een kiest voor een hoge prijs en de ander voor een lage prijs, dan verdient degene met de hoge prijs € 3.000 en degene met de lage prijs € 9.500.

Wanneer we deze gegevens in een opbrengstenmatrix opschrijven, ziet dat er als volgt uit:

Vervolgens moet je voor elke speler de beste reactie kiezen “als de ander kiest voor …”

Wanneer Pizzabus kiest voor een ‘lage prijs’, dan kan Burgerhut kiezen tussen een opbrengst van € 5.000 bij een ‘lage prijs’ of € 3.000 bij een ‘hoge prijs’.
Burgerhut zal in dat geval kiezen voor een ‘lage prijs’ → die opbrengst onderstrepen we als beste reactie.

Wanneer Pizzabus kiest voor een ‘hoge prijs’, dan kan Burgerhut kiezen tussen een opbrengst van € 9.500 bij een ‘lage prijs’ of € 7.000 bij een ‘hoge prijs’.
Burgerhut zal in dat geval kiezen voor een ‘lage prijs’ → die opbrengst onderstrepen we als beste reactie.

Wanneer Burgerhut kiest voor een ‘lage prijs’, dan kan Pizzabus kiezen tussen een opbrengst van € 5.000 bij een ‘lage prijs’ of € 3.000 bij een ‘hoge prijs’.
Pizzabus zal in dat geval kiezen voor een ‘lage prijs’ → die opbrengst onderstrepen we als beste reactie.

Wanneer Burgerhut kiest voor een ‘hoge prijs’, dan kan Pizzabus kiezen tussen een opbrengst van € 9.500 bij een ‘lage prijs’ of € 7.000 bij een ‘hoge prijs’.
Pizzabus zal in dat geval kiezen voor een ‘lage prijs’ → die opbrengst onderstrepen we als beste reactie.

Wanneer we voor alle spelers de beste reactie hebben aangegeven, kunnen we zien wat er waarschijnlijk zal gebeuren.
De situatie waar beide spelers hun beste reactie hebben (opbrengst onderstreept) zal de waarschijnlijke uitkomst worden.

Zonder overleg zullen ze waarschijnlijk allebei kiezen voor een lage prijs van hun product.

Meeliftersgedrag

Een belangrijke oorzaak voor de lager worden organisatiegraad in Nederland is het persoonlijke dilemma dat voor ieder individu op de arbeidsmarkt geldt: als anderen lid worden van een vakbond en daardoor voor iedereen de lonen stijgen, waarom zou jij dan lid worden (en ervoor betalen)?

We kunnen dat gedrag analyseren met behulp van speltheorie:

  • Opbrengst vakbondswerk: € 50 extra loonstijging.
    Die loonstijging geldt voor alle werknemers, maar er moeten dan wél veel mensen lid zijn van de vakbond om sterk te kunnen onderhandelen.

  • Kosten van een lidmaatschap van de vakbond: € 15

Voor een opbrengstenmatrix wil dat zeggen dat:

  • als jij lid wordt en anderen ook, levert dat (50-15 =) € 35 voor je op.

  • als jij lid wordt, maar anderen niet. Kost je dat € 15 en verdien je er niets mee, omdat de vakbond geen onderhandelingspositie heeft.

  • als jij geen lid wordt, maar andere wel. Levert dat € 50 op. Je lift nu mee op de kosten van anderen!

  • als jij geen lid wordt en anderen ook niet, krijgt niemand iets extra.

Wanneer we dat in een opbrengstenmatrix zetten en daarna met de beste-reactie-methode kijken wat elke partij zal doen, dan krijgen we:

organisatiegraad

We zien dat elke individuele werknemer (jij) in alle gevallen de keuze zal maken om géén lid te worden van de vakbond.
Op die manier kun je meeliften op de betalingen van andere werknemers die wél lid worden.
Nadeel is natuurlijk dat als iedereen die keuze maakt, de vakbond te weinig leden heeft. En juist dat dalende ledenaantal zorgt ervoor dat de vakbond steeds minder onderhandelingsmacht heeft.

print