Zero lower bound en kwantitatieve verruiming

Zero lower bound en kwantitatieve verruiming

Met de ‘zero lower bound’ wordt bedoeld dat de nominale rente van de centrale bank op nul is beland.

Zit de economie dan nog in het slop, dan kan de centrale bank de rente niet meer verlagen om de economie te stimuleren. Dan kan kwantitatieve verruiming nog een laatste redmiddel zijn.

Kwantitatieve verruiming (QE)

Als verdere renteverlaging niet meer mogelijk is, is monetaire verruiming (kwantitatieve versoepeling / quantitative easing) een alternatief om de economie te stimuleren. De centrale bank koopt in dat geval op grote schaal waardepapieren, zoals staatsobligaties, van de banken. De banken krijgen daardoor meer kasmiddelen om krediet te gaan verlenen, waardoor de marktrente nog verder kan dalen. Het uiteindelijke doel daarvan is een stijging van de bestedingen, het stimuleren van economische groei en het verhogen van de inflatie richting 2%.

Direct doel van monetaire verruiming is dat mensen meer geld gaan lenen en uitgeven, maar het gevaar is dat er een liquiditeitsval optreedt. De monetaire verruiming heeft dan geen effect op de bestedingen.

Zo zou QE in theorie moeten werken:

QE1

Twijfelaars

Er zijn ook veel economen die twijfelen aan het nut van QE.
Zij wijzen vooral op het gevaar van het ontstaan van zeepbellen.
Qe-Cartoon-1

print
2018-03-15T10:45:33+00:00