Vlaktaks, of proportionele belasting, is een vorm van inkomstenbelasting waarbij ieder inkomen met hetzelfde percentage wordt belast.

Nederland heeft altijd een progressief inkomstenbelastingstelsel gehad. Hogere inkomens betaalden daarbij altijd relatief meer belasting.
Dankzij de progressie van de belasting is de overheid in staat om de inkomensverschillen in de primaire inkomensverdeling te nivelleren.

Liberale partijen hebben echter plannen om het progressieve stelsel om te bouwen tot een (sociale) vlaktaks.
In onderstaande afbeelding staan drie belastingsystemen afgebeeld.

  • Een echte vlaktax
    waarbij iedereen, ongeacht de hoogte van het inkomen, over elke euro inkomen evenveel belasting betaalt.

  • Een sociale vlaktax
    waarbij er eigenlijk sprake is van een progressief stelsel met twee belastingschijven.

  • Een progressief stelsel
    waarbij iemand naarmate hij meer verdient ook relatief meer belasting gaat betalen.

vlaktaks

Pure vlaktaks

Een échte vlaktaks vereist: geen belastingvrije voet, één belastingtarief, en geen enkele aftrekpost. 
Alleen onder die voorwaarde is er sprake van proportionele belastingheffing.

De introductie van een belastingvrij stukje inkomen, zeg de eerstverdiende tweeduizend euro, maakt de belastingheffing al (beperkt) progressief.  Het gemiddelde belastingpercentage over het inkomen gaat dan van nul tot maximaal het vlaktakstarief.

Sociale vlaktaks

Bij een mooie vlaktaks hoort een rechte rug. Elke politieke partij heeft wel wensen die via de belastingen geregeld kunnen/moeten worden.

De ene partij wil werken stimuleren, waardoor er druk ontstaat om een soort ‘arbeidskorting’ te introduceren.
Een andere partij wil werken lage inkomens extra helpen, waardoor een ‘algemene korting’ of een belastingvrij stukje inkomen moet worden geïntroduceerd.

Elke wens zorgt ervoor dat een vlaktaks geen vlaktaks meer is.
Het wordt dan gewoon een (beperkt) progressief belastingstelsel.

Hoe meer wensen er worden gehonoreerd, hoe minder eenvoudig het stelsel wordt én hoe minder vlak.

Argumenten vóór vlaktaks

  • De schoonheid schuilt in de eenvoud. Dat is ook een economische aangelegenheid. Belastingheffing is noodzakelijk, maar de manier waarop dat gedaan wordt, heeft enorme gevolgen voor de werking van het economisch proces. Hypotheekrenteaftrek verstoort de prijsvorming op de huizenmarkt; pensioenpremieaftrek beïnvloedt ons spaargedrag; de progressie in de belastingtarieven frustreert ons arbeidsmarkt-gedrag, het arbeidskostenforfait stimuleert dat juist weer, enzovoort. Een eenvoudige vlaktaks brengt die verstorende werking terug tot het minimum, waardoor mensen weer ‘eerlijke besluiten’ kunnen nemen en op de markten weer ‘goede’ prijzen ontstaan. Dit vereist wel geloof in de perfecte werking van markten.

  • Sommige mensen vinden het juist ‘eerlijk’ wanneer iedereen relatief gezien evenveel belasting betaalt. Zij zijn van mening dat het eerlijk is om van iedereen dezelfde (procentuele) bijdrage te vragen voor de overheidsuitgaven.

  • Een vlak belastingtarief zou moeten zorgen voor meer prikkels tot het maken van carrière op de arbeidsmarkt. Extra inkomen wordt namelijk niet extra zwaar belast, omdat het marginale tarief niet stijgt, maar steeds hetzelfde blijft.
    Dat zou ook kunnen betekenen dat er een stimulans kan zijn om langer door te leren / een hogere opleiding te kiezen en dat de drempel om studieschulden aan te gaan om deze opleidingen te financieren lager wordt. Je mag immers een groter deel van de extra inspanning zelf houden.

Argumenten tégen vlaktaks

  • Bij een mooie vlaktaks hoort een rechte rug. Elke politieke partij heeft zijn eigen wensen om ergens/iets te compenseren of te stimuleren. Daarmee is de eenvoud van het systeem al snel verdwenen. 
    Een sociale vlaktaks is geen vlaktaks. Dus de meeste voordelen die bij een vlaktaks horen, komen te vervallen. Het is daarmee eerder een politieke overweging dan een economische. 

  • Er bestaat een afruil tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid. Tenminste wanneer rechtvaardigheid gezien wordt als ‘de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten’.
    Als je ervan uitgaat dat de totale opbrengst gelijk moet blijven, dat moet het tarief voor de  vlaktaks liggen tussen het huidige laagste en het huidige hoogste tarief. Dat is geen economische, maar een rekenkundige noodzaak. Dat wil automatisch ook zeggen dat de hoogste inkomens erop vooruitgaan, en de laagste erop achteruit. Deze denivellering kan ook, bijvoorbeeld via de bestedingen, ongewenste economische effecten hebben.

  • Belasting- of inkomenspolitiek is een belangrijk instrument voor de politiek om de economie te sturen. Bij een vlaktaks vervallen deze sturingsmogelijkheden.

print