Westland en Oostland hebben na jaren van economische groei nu de potentiƫle productie bereikt. Binnenkort zijn er verkiezingen in Westland. De regering van Westland wil de tarieven van de inkomstenbelasting en de winstbelasting verlagen.

In Oostland heeft de centrale bank besloten om de inflatiedoelstelling te veranderen. De centrale bank van Oostland past daarom het monetair beleid aan.

Een wetenschapper gebruikt het IS-MB-GA model om de gevolgen te analyseren van beide beleidsvoornemens (zie figuren 1 en 2).
De wetenschapper neemt voor beide landen aan dat Y0 = Y*.

Door het plan van de regering van Westland om de inkomstenbelasting te verlagen verschuift IS0 naar IS1.

figuur 1Ā  Model Westland

figuur 2Ā  Model Oostland
1 Leg met behulp van de GA-curve uit dat de reƫle productie in Westland zal stijgen.

Op korte termijn zijn productiekosten star (vastgelegd in contracten).

Door de veranderde inflatiedoelstelling van de Oostlandse centrale bank verschuift MB0 naar MB1.

2 Leg uit of de verschuiving van de MB-curve in Oostland duidt op een lagere of hogere inflatiedoelstelling van de centrale bank.

Y0Ā = Y*

Wat doet de verschuiving van de MB-lijn met Y?

De IS-curve geeft het verband weer tussen de reƫle rente en het reƫle inkomen. Hier is sprake van ruilen over de tijd.

3 Leg uit dat het dalend verband van de IS-curve aantoont dat huishoudens ruilen over de tijd.

De dalende IS-lijn laat zien dat bij een daling van de rente de Y (door bestedingen) toeneemt.

De wetenschapper stelt dat beide economieƫn na ƩƩn renteaanpassing terugkeren naar de potentiƫle productie.
In Oostland zal er een evenwicht ontstaan bij MB0 = MB2. In Westland zal een ander evenwicht ontstaan, omdat daar ander beleid is gevoerd.

Het model laat drie variabelen zien: de reĆ«le productie, de reĆ«le rente en de inflatie. De wetenschapper concludeert: ā€œAls ik enkel naar de figuren kijk, zie ik dat slechts ƩƩn van deze drie variabelen verschilt als beide economieĆ«n weer naar Y* terug zijn gekeerd.ā€

4

Toon de conclusie van de wetenschapper aan. Werk de opdracht als volgt uit:

  • Teken in figuur 1 de curven die de economie van Westland weergeven nadat de economie is teruggekeerd naar de potentiĆ«le productie (Y*).
  • Benoem de reĆ«le rente en inflatie in het nieuwe evenwicht voor beide landen in onderstaande tabel. Evenwichtswaarden bij Y*:

 

Westland

Oostland

inflatie

 

 

reƫle rente

 

 

 

Nadat de IS-lijn is verschoven, verschuift de productie eerst LANGS de GA-lijn.
Daarna zal (gelijktijdig) de Centrale Bank de rente verhogen als gevolg van de inflatie en zal de GA-lijn verschuiven door veranderde inflatieverwachtingen.

1

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de verschuiving van de IS-curve ontstaat er een situatie van overbesteding. Daardoor ontstaat er een hogere inflatie (dan verwacht).
  • Hierdoor dalen reĆ«le productiekosten / stijgen de reĆ«le winstmarges, waardoor de productie zal stijgen (verschuiving langs de GA-curve).
2

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De MB-curve is naar beneden verschoven. Hierdoor ontstaat een positieve output gap / situatie van overbesteding.
  • Hierdoor stijgt de inflatie en dus hanteert de centrale bank een hogere inflatiedoelstelling.
3

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als de reĆ«le rente stijgt wordt sparen aantrekkelijker / lenen duurder en zullen de consumptie / investeringen afnemen.
    of
    Als de reƫle rente daalt wordt sparen minder aantrekkelijker / lenen wordt goedkoper en zullen consumptie / investeringen toenemen.
  • Dit betekent dat huishoudens hun bestedingen uitstellen (en dus ruilen over de tijd).
4

Een juist antwoord bevat:

  • Het correct tekenen van de GA1-curve met een verschuiving van 0,5 procentpunt omhoog (naar een inflatie van 4%).
  • Het correct tekenen van de MB1-curve met een verschuiving van 2 procentpunt omhoog (naar een reĆ«le rente van 6%).
  • Het juist benoemen van de evenwichtswaarden van de inflatie en de reĆ«le rente.

Het benoemen van de evenwichtswaarden:

 

Westland

Oostland

inflatie

4%

4%

reƫle rente

6%

4%

print