Westland en Oostland vormen elkaars belangrijkste handelspartners. De economie van Westland verkeert in een laagconjunctuur met een ruime arbeidsmarkt. De economie van Oostland verkeert in een hoogconjunctuur met een krappe arbeidsmarkt. Figuur 1 toont het trilemma dat kan worden gebruikt om te analyseren welke drie beleidsopties er zijn om beide economieën in een evenwichtige situatie te krijgen.
figuur 1 het trilemma van monetair beleid
| 1 | Leg uit dat bij beleidsoptie B internationaal kapitaalverkeer moet worden beperkt. |
Bij beleidsoptie A kunnen de Westlandse en Oostlandse centrale banken geen eigen rentebeleid voeren. Ze voeren dan dezelfde rente die voor Westland te hoog is en voor Oostland te laag is.
| 2 | Leg uit dat het voeren van dezelfde rente tot verdere conjuncturele problemen in beide landen leidt. |
De introductie van vaste wisselkoersen moet in beide landen leiden tot een evenwichtige arbeidsmarkt. Dan moet er worden voldaan aan twee voorwaarden:
- onbeperkte arbeidsmobiliteit tussen landen en sectoren
- relatief weinig loonrigiditeit / prijsrigiditeit
| 3 | Kies een van de twee voorwaarden en leg uit dat deze voorwaarde tot een evenwichtige arbeidsmarkt kan leiden in beide landen. |
