Dit is een voorbeeldopgave uit het verantwoordingsdocument examenprogramma 2023.

Gegeven is het volgende IS-MB-GA-model:

  • IS:  Y = −8000r + (C0 + I0 + O – cB)/(1 – c)

  • MB:  r = f + 0,125π

  • GA:  π = π-1 + k(Y – Y*)

C0 = 200, I0 = 100,
O = B = 200,
c = 0,75, f = 0,05,
Y* = 1000,
k = 0,00025 en π = 0.
De genoemde autonome bedragen zijn in miljarden.

1 Laat zien dat in het evenwicht Y gelijk is aan Y* en de rente r gelijk is aan 5% (r = 0,05)

Om Y uit te rekenen (IS-lijn) moet je eerst de rente bepalen (MB-lijn).

De centrale bank besluit om het monetaire beleid te verruimen. De centrale bank besluit de rente te verlagen bij ieder niveau van inflatie waardoor f daalt van 0,05 naar 0,025.

2 Laat met een berekening zien dat het nieuwe inkomen Y = 1200 wordt door het ruimere beleid van de centrale bank.

Door de veranderde waarde van f verandert de rente (verschuift de MB-lijn).

3 Leg uit waarom het inkomen is gestegen door dit verruimende monetair beleid.

Leg uit op welke wijze de rente de productie zal beïnvloeden.

Het ruimere monetaire beleid van de centrale bank heeft een effect op de inflatie.

4 Toon met een berekening aan dat de inflatie is gestegen naar 5% (π = 0,05). Leg uit waarom de inflatie is gestegen.

Let op: twee vragen.

1 – door veranderde inkomen zal ook de inflatie veranderen
2 – leg de verschuiving over de GA-lijn uit.

5 Leg uit hoe de centrale bank reageert op de toename van de inflatie. Betrek in je antwoord de monetaire beleidsregel.

Wat is het doel van de centrale bank?

6 Laat met een berekening zien dat, door de gestegen inflatie, de rente verhoogd wordt naar 3,125%, het inkomen gelijk zal zijn aan Y = 1050 en de inflatie verder stijgt naar π = 6,25%. Leg uit waarom de inflatie verder stijgt.

– door de veranderde inflatie zal de centrale bank de rente aanpassen (MB)
– hierdoor zal het nationaal inkomen veranderen (IS)
– dit zal weer invloed hebben op de inflatie (GA)
– leg deze inflatieverandering uit.

1

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Bij een inflatie van 0% zet de centrale bank een rente van r = 0,05 + 0,125 × 0 = 0,05 = 5%
  • Vullen we r = 0,05 in de IS-curve dan vinden we:
    Y = –8000 × 0,05 + (200 + 100 + 200 – 0,75 × 200)/(1 – 0,75)
    Y = –400 + 4 × 350 = 1000
2

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Uit de MB-curve volgt dat de rente daalt van r = 5% naar r = f + 0,125 × π = 0,025 + 0,125 × 0 = 0,025 = 2,5%
  • Uit de IS-curve kunnen we afleiden wat het nieuwe inkomen is:
    Y = –8000 × r + 4 × (C0 + I0 + O – 0,75B) = –8000 × 0,025 + 4 × (200 + 100 + 200 – 0,75 × 200) = –200 + 4 × 350 = 1200
3

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Als de centrale bank de rente verlaagt, zullen de consumptie en de investeringen toenemen. Consumenten zullen meer consumeren en sparen minder aantrekkelijk vinden en lenen aantrekkelijker, bijvoorbeeld door een huis te kopen met een hypotheek. Bedrijven willen meer investeren als de rente lager wordt, bijvoorbeeld omdat het goedkoper wordt om geld te lenen voor nieuwe investeringen
  • Het gevolg van hogere consumptie en investeringen is dat de bestedingen toenemen en dus het inkomen
4

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De GA-curve is: π = π-1 + 0,00025 × (Y – Y*)
    Bij π-1 = 0 en Y* = 1000 wordt de inflatie gelijk aan:
    π = 0 + 0,00025 × (1200 – 1000) = 0,05 = 5%
  • De inflatie stijgt dus naar 5% als de vraag in de economie toeneemt van 1000 naar 1200. Bedrijven kunnen in de grotere geaggregeerde vraag voorzien als de inflatie hoger wordt. Bij gegeven inflatieverwachtingen, nemen de reële loonkosten en productiekosten af als de inflatie stijgt en dus willen bedrijven meer produceren
5

De centrale bank heeft een aversie van hogere inflatie en wil daarom de inflatie verminderen. Bij een enkelvoudig mandaat op basis van de monetaire beleidsregel wordt de rente verhoogd als de inflatie toeneemt.

6

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Uit de MB-curve volgt: r = 0,025 + 0,125 × π = 0,025 + 0,125 × 0,05 = 0,03125 = 3,125%
  • Uit de IS-curve kunnen we afleiden dat het nieuwe inkomen gelijk is aan:
    Y = –8000 × 0,03125 + 4 × (200 + 100 + 200 – 0,75 × 200) = –8000 × 0,03125 + 4 × 350 = –250 + 1400 = 1050 (het inkomen daalt)
  • De GA-curve is: π = π-1 + 0,00025 × (Y – Y*)
    Bij π-1 = 0,05 en Y* = 1000 wordt de inflatie gelijk aan:
    π = 0,05 + 0,00025 × (1050 – 1000) = 0,0625 = 6,25%
  • Bij een positieve output gap (Y > Y*) volgt uit de GA-curve dat alleen aan de hogere vraag kan worden voldaan als inflatie blijft stijgen.
    Bedrijven zullen namelijk alleen aan de grotere vraag voldoen als de reële productiekosten en reële lonen dalen
print