Opgave 4 – Procenten

Opgave 4 – Procenten

Vraag 1

Mieke heeft in de maand september € 1500 euro uitgegeven. Deze maandelijkse uitgaven zijn met 5% toegenomen ten opzichte van  augustus.
In augustus gaf zij 20% van haar geld uit aan kleding. 

Mieke heeft in augustus ook een nieuwe stoel gekocht van € 265.

a

Voor hoeveel euro heeft Mieke kleding gekocht in augustus?

b

Hoeveel procent van haar totale uitgaven heeft zij uitgegeven aan de nieuwe stoel in augustus?

Vraag 2

In 2015 was het BBP per hoofd van de bevolking in Nederland $ 40.765.
In 2016 was dit $ 41.222.
Deze verandering staat gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse groei. 

a

Bereken de procentuele verandering van 206 ten opzichte van 2015.

In 2017 is de jaarlijkse groei van het BBP per hoofd van de bevolking in Nederland 2 procentpunt hoger dan gemiddeld.

b

Bereken de procentuele verandering van 2017 ten opzichte van 2016.

Vraag 3

Het aantal schoenenwinkels is in 2018 ten opzichte van 2013 met 5% toegenomen.
Het totaal aantal verkochte schoenen in Nederland is met 15% toegenomen.

a

Met hoeveel procent is het aantal verkochte schoenen per schoenenwinkel toegenomen?

Vraag 4

form_deelnemingsperc

De beroepsbevolking bestond in 2010 uit 10.015.000 personen. In 2011 was deze 10.805.000 personen.
De beroepsgeschikte bevolking is in 2011 met 6% gestegen ten opzichte van 2010.

a

Met hoeveel procent is het deelnemingspercentage veranderd in 2011 ten opzichte van 2010?

Vraag 1

a

antw_pe01

€ 1.428,75 × 20% = € 285,71

b

antw_pe02

Vraag 2

a

antw_pe03

b

1,12 + 2 = 3,12%

Er staat procentpunten – dan tel je het er gewoon bij op. Bij procenten zou je × 1,02 moeten doen.

Vraag 3

a

Er zijn twee manieren.

Methode 1 – via indexcijfers

antw_pe04

 

Methode 2 – via eigen getallenvoorbeeld

Als je indexcijfers te lastig vindt, kun je er altijd ook uitkomen met zelfverzonnen getallen. Zolang je je maar aan de procentuele veranderingen houdt.

2013 2018
Er zijn 150 schoenwinkels die 5 mln schoenen verkopen
(zelf verzonnen – alles is goed).
Nu wordt het aantal schoenwinkels: 150 × 1,05 = 157,5 (niet afronden!)
Er er worden 5 mln × 1,15 = 5,75 mln schoenen verkocht.
Dat betekent dat er per schoenwinkel 33.333,33 (niet afronden!) schoenen verkocht worden Nu worden er 56.507,94 schoenen per winkel verkocht.

form_procentverand

nieuw = 56.507,94
oud = 33.333,33

 + 9,52%

Vraag 4

a

Ook nu weer kun je kiezen voor indexcijfers of zelf getallen verzinnen:

Methode 1 – indexcijfers

antw_pe05

indexcijfer beroepsgeschikte bevolking = 106

antw_pe06

 

Methode 2 – zelf verzonnen getallen

2010 2011

Beroepsbevolking = 10.015.000
Beroepsgeschikte bevolking = 15.000.000 (zelf verzinnen – alles is goed)

Beroepsbevolking = 10.805.000
Beroepsgeschikte bevolking = 15.900.000 (15 mln × 1,06)

Dat betekent een deelnemingspercentage van 66,77% Dat betekent een deelnemingspercentage van 67,96%

form_procentverand

nieuw = 67,96
oud = 66,77

 + 1,78%

 

print
2017-10-05T09:50:01+00:00