Opgave 10 – Pareto & welvaartsverlies

Opgave 10 – Pareto & welvaartsverlies

Vraag 1

De Nederlandse markt van product PKN kan met de volgende collectieve vraag- en aanbodfuncties worden beschreven:

Qv = -15P + 600
Qa = 12 P – 60
Waarbij:
Q in mln. stuks
P in euro’s per stuk
a

Teken de marktsituatie van product PKN.

b

Bereken de totale bijdrage van product PKN aan de welvaart in Nederland.

c

Leg uit waarom in dit marktmodel het evenwichtspunt de Pareto-optimale uitkomst is.

d

Noem tenminste twee redenen waarom je deze uitspraak over ‘optimaliteit’ in twijfel kunt trekken.

Product PKN blijkt niet zo goed voor de gezondheid.
Daarom grijpt de overheid in door een prijs vast te stellen van € 30.

e

Bereken het welvaartsverlies op basis van consumenten- en producentensurplus.

f

Leg uit waarom je in deze situatie niet zomaar kan stellen dat er sprake is van welvaartsverlies door het ingrijpen van de overheid.

Vraag 1

a

Marktmodel

b

Pareto optimaal

De bijdrage van een product aan de welvaart kunnen we meten door het consumenten- en producentensurplus op te tellen.
Bereken daarvoor eerst de evenwichtsprijs (€ 24,44) en de evenwichtshoeveelheid (233,3 mln).

CS = (40-24,44) × 233,3 mln × ½ = € 1.815,3 mln
PS = (24,44-5) × 233,3 mln × ½ = € 2.268 mln

Totale welvaart = € 4.083,3 mln

c

In het evenwichtspunt is de som van de oppervlakte van CS en PS het grootst.
Vanuit dit punt kan niemand zichzelf verbeteren zonder dat dat ten koste gaat van een ander.

d

Bijvoorbeeld:

  1. Pareto-optimaliteit gaat uit van een perfect werkende markt – en die bestaat niet in de praktijk.
  2. Naast vragers en aanbieders kunnen ook anderen positieve of negatieve effecten op hun welvaart ervaren door dit product (extern effect) – dat komt niet tot uitdrukking in dit marktmodel.
e

 

Het welvaartsverlies wordt gemeten door het verlies aan CS en PS (de gearceerde oppervlaktes).
Door de vastgestelde prijs zullen er nog maar 150 mln producten gekocht worden. Producenten zullen dus ook niet meer maken.

Door de hogere prijs neemt het CS af en het PS toe.
Het verlies kan op diverse manieren worden uitgerekend. In dit geval via de totale gearceerde oppervlaktes:

(30 – 17,50) euro × (233,3 – 150) mln stuks × ½ = € 520,6 mln.

f

Het verlies aan welvaart op de markt (vraag e) kan gecompenseerd worden door welvaartswinst vanwege gezondheidsverbeteringen.

print
2018-12-05T12:16:43+00:00