Opgave 5 – Marktmodel

Opgave 5 – Marktmodel

Vraag 1

Gegeven is het volgende marktmodel dat de markt van worteltjes beschrijft als een markt van volkomen concurrentie:

qv = -1,5p + 40
qa = 20
 
De prijs is in centen per kilo, de hoeveelheid in 1.000 kilo.
 
a

Teken de collectieve vraagcurve. (neem horizontaal en verticaal 1cm = 5)

b

Teken de collectieve aanbodcurve (in dezelfde grafiek).

c

Hoeveel worteltjes worden op deze markt verkocht en tegen welke prijs?

d

Noem tenminste drie concrete ‘ceteris paribus-voorwaarden’ die gelden bij dit marktmodel.

e

Noem alle kenmerken die noodzakelijk zijn voor een markt van volkomen concurrentie.

Vraag 2

Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van mobiele telefoons.

Qv = – 1,45p + 4.000
Qa = 3,2p – 1.580
waarbij geldt:
p = prijs in euro’s
q = hoeveelheid mobieltjes in 100.000 stuks per kwartaal

 

a

Tegen welke prijs worden mobiele telefoons volgens dit model verkocht?

b

Tegen welke prijs (prijzen) worden geen mobieltjes meer verkocht?

c

Teken in een grafiek dit marktmodel.

d

Arceer in deze grafiek het gebied dat de marktomzet weergeeft.

Vraag 3

Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van volkomen concurrentie.

Qv = – 5p + 200
Qa = 7p – 20
waarbij geldt:
p = prijs in euro’s
q = hoeveelheid in stuks per dag

 

a

Bereken de totale dagomzet op deze markt.

b

Teken in een grafiek dit marktmodel.

c

Arceer het consumentensurplus.

d

Bereken het producentensurplus.

Vraag 1

a Stap 1: bereken de 0-punten (snijpunten met de assen)
als P = 0

Qv = -1,5p + 40
Qv = -1,5 × 0 + 40
Qv = 40

 

als Qv = 0

Qv = -1,5p + 40
0 = -1,5p + 40
1,5p = 40
p = 26,67
 

Stap 2: teken (en benoem) de lijn

b

In dit geval (qa = 20) is het aanbod onafhankelijk van de prijs.
Er hoeft dus ook verder niet meer gerekend te worden.

c

Mogelijkheid 1: aflezen uit de grafiek

Aan het snijpunt van vraag en aanbod (E) valt af te lezen dat de evenwichtsprijs € 0,13 per kg. is en dat bij die prijs 20.000 kg (20 × 1.000) wordt verhandeld.

Mogelijkheid 2: berekenen

qv = qa
-1,5p + 40 = 20
-1,5p = -20
p = 13,33 (dus € 0,13)

aangezien qa = 20, zal er altijd (20 × 1.000) 20.000 kg. worden verhandeld.

d

Enkele factoren die we bij de vraagfunctie constant veronderstellen:

  • het aantal consumenten
  • de prijs van andere groente
  • het weer (bij kouder weer hebben meer mensen zin in wortelstampot (=behoefte consument))

Bij het aanbod veronderstellen we bijvoorbeeld constant:

  • stand van de techniek
  • weersomstandigheden (van invloed op mogelijkheid tot oogsten)

 

e

Kenmerken volkomen concurrentie:

  • veel vragers en veel aanbieders
  • een homogeen product
  • een transparantie markt
  • vrije toe- en uittreding

Vraag 2

a

Op een vrije markt komt altijd de evenwichtsprijs tot stand:

Qv = Qa
– 1,45p + 4.000 = 3,2p – 1.580
– 4,65p = -5.580
p = -5580/-4,65
p = 1.200                        

Dus tegen een prijs van €1.200.

b

Er worden geen mobieltjes meer verkocht als de vraag 0 is (Qv = 0):

Qv = – 1,45p + 4.000
0 = – 1,45p + 4.000
1,45p = 4.000
p = 4.000/1,45
p = 2.758,62                  

Dus vanaf een prijs van €2.758,62 (of hoger).

c

d

De omzet wordt berekend door P×Q.
P wordt in de grafiek weergegeven door het lijnstuk 0-1200 (op de prijs-as)
Q wordt in de grafiek weergegeven door het lijnstuk 0-2260 (op de hoeveelheids-as)

P×Q is dus de oppervlakte van de onderstaande rechthoek (lengte(q)×breedte(p))

Vraag 3

a Bereken het evenwichtspunt:
Qa = Qv
7p – 20 = – 5p + 200
12p = 220
P = 18,33
Q = 108,3 (prijs invullen in vraag- of aanbodfunctie)

Omzet = prijs × hoeveelheid
Omzet = € 1985,14
 

b
c
d Producentensurplus wordt weergegeven met de oranje driekhoek:

Oppervlakte driekhoek =
½ × basis × hoogte =
½ × 108,3 × (18,33-2,86) =
€ 837,7

print
2018-11-10T14:19:00+00:00