Oefenopgave examen

Oefenopgave examen


Het gaat niet goed met de economie van Storland. De bezettingsgraad van de productiecapaciteit is gedaald tot 90% en de werkloosheid is gestegen.
De overheid heeft een adviesbureau onderzoek laten doen naar een drietal maatregelen om de werkloosheid te bestrijden. Hierbij is gebruikgemaakt van het onderstaande vraagmodel van de economie van Storland.
 
(1)   C  = 0,8(Y – B) + 12
(2)   B    = 0,2Y – 5
(3)   I     = 29,2
(4)   O  = 52
(5)   E    = -0,3G + 180
 
(6)   G  =
 
(7)   M  = 0,5Y + 18
(8)   EV       = C + I + O + E – M
(9)   Y    = EV
(10) Y    = W
 
(11) Y* = Aa x apt
(12) apt = 75
 
(13) Av   =
 
(14) Aa  = 4
(15) U  = Aa – Av
C  = particuliere consumptie
Y   = nationaal inkomen
B  = belastingontvangsten
I     = particuliere investeringen
O   = overheidsbestedingen
E  = export lopende rekening
G  = bezettingsgraad van de productiecapaciteit in %
Y* = nationaal inkomen bij volledig capaciteitsgebruik
M  = import lopende rekening
EV = effectieve vraag
= nationaal product
 
Aa    = autonoom arbeidsaanbod in miljoenen personen
apt = arbeidsproductiviteit per persoon in duizenden geldeenheden
Av    = arbeidsvraag in miljoenen personen
Aa    = arbeidsaanbod in miljoenen personen
U  = werkloosheid in miljoenen personen
 
  • Alle grootheden luiden, tenzij anders aangegeven, in miljarden geldeenheden.
  • De multiplier van de autonome overheidsbestedingen bedraagt
  • De multiplier van de autonome belastingen bedraagt
  • In de uitgangssituatie is sprake van evenwicht op de lopende rekening van de betalingsbalans.
  
De onderzochte maatregelen om de werkloosheid te bestrijden zijn:
  1. verhoging van de autonome overheidsbestedingen met 6 mld.
  2. verlaging van de autonome belasting met 6 mld.
  3. verkorting van de werkweek met volledige herbezetting van de vrijgekomen uren door werklozen.
De minister van Financiën is voorstander van maatregel 1, omdat deze maatregel een inverdieneffect van 1,25 mld oplevert, hetgeen hoger is dan het inverdieneffect van maatregel 2.
De minister van Arbeid is voorstander van maatregel 3.
De minister van Financiën heeft kritiek op de mogelijke keuze voor maatregel 3.
 
Het multipliereffect van de verhoging van de autonome overheidsbestedingen is groter dan dat van de verlaging van de autonome belastingen.

1 Verklaar dit met behulp van de vergelijkingen van het model.
2 Bereken met hoeveel procent de werkloosheid daalt bij het uitvoeren van maatregel 1.
3 Laat met een berekening zien dat het inverdieneffect van maatregel 2 lager is dan dat van maatregel 1.
De minister van Financiën stelt dat, gelet op het model, het werkgelegenheidseffect van deze maatregel tegenvalt, doordat als gevolg van deze maatregel de arbeidsproductiviteit daalt.

4 Leg uit dat het werkgelegenheidseffect van maatregel 3 tegenvalt. Gebruik hierbij het model.
1 De verhoging van de autonome overheidsbestedingen werkt volledig door op EV en daarmee op Y, terwijl de verlaging van de autonome belastingen via C en dus voor 80% (er is sprake van een initieel spaarlek) doorwerkt op EV en Y.
 
2 Allereerst kun je het evenwichtsinkomen op twee manieren uitrekenen:

Manier 1 Manier 2
G = 90 → E = 153
E = M → 153 = 0,5Y + 18
Y = 270
E = M → Y = C + I + O
Y = 0,8(Y − 0,2 Y + 5) + 12 + 29,2 + 52
Y = 270

Bij dit inkomen is de werkgelegenheid:

Door de verandering van de autonome overheidsbestedingen za het evenwichtsinkomen stijgen metl:
ΔOo = 6 → ΔY = 6 ×= 6,25
De arbeidsvraag verandert daardoor met:
ΔAv == 0,083
De procentuele verandering van de vraag naar arbeid is dus:
 

3  ΔY =× −6 = 5
In (het geïnduceerde deel van) de belastingfunctie staat dat B = 0,2Y. Dus het inverdieneffect is 0,2 × 5 = 1 (mld).
 
4 (11) De lagere arbeidsproductiviteit leidt tot een lagere maximale productie (Y*), zodat
(6) de bezettingsgraad (G) hoger wordt.
(5) Een hogere bezettingsgraad (G) leidt tot een lagere export (E) en daardoor
(8-9-10) tot een lager nationaal inkomen (Y) en
(13) een lagere vraag naar arbeid (Av).

Tip: bij vragen ‘verklaar met behulp van het model’ is het verstandig om steeds de vergelijkingen erbij te zetten. Zo dwing je jezelf om binnen het model te blijven.
 

print
2016-12-07T16:18:06+00:00