Domeinen MarktenĀ en Samenwerken & Onderhandelen

In het afgelegen stadje Duopolis zijn twee supermarkten gevestigd: Lucrum en Civitas. Beiden verkopen hun boodschappen alleen door middel van boodschappenpakketten. De twee bedrijven bieden allebei identieke boodschappenpakketten aan. Lucrum streeft naar maximale winst. Civitas hanteert als bedrijfsdoel een sociale norm: ten minste 80% van de huishoudens moet hun boodschappen doen in Duopolis, zodat mensen niet ver hoeven te reizen. Ze bieden elk het aantal pakketten aan zodat zij aan hun bedrijfsdoel voldoen. Marktonderzoek heeft het volgende model opgeleverd:

aantal huishoudens 30.000
vraag naar boodschappen Qv = 30.000 – 100P
omzet Lucrum TOLucrum = P x qLucrum
omzet Civitas TOCivitas = P x qCivitas
afzet boodschappen Duopolis Qv = qLucrum + qCivitas
kosten Lucrum TKLucrum = 30qLucrum + 100.000
kosten Civitas TKCivitas = 30qCivitas + 100.000
  • Qv = wekelijkse afzet boodschappenpakketten in Duopolis;
  • P = prijs van een boodschappenpakket in euro’s;
  • Huishoudens kopen 0 of 1 pakket per week;
  • De betalingsbereidheid van een huishouden is afhankelijk van het inkomen.
1 Bereken de prijs van een boodschappenpakket als Civitas monopolist is en de sociale norm hanteert.

Als monopolist willen ze dan 80% van de huishoudens bedienen.

De manager van Lucrum maakt een analyse op basis van matrix 1.

matrix 1Ā  winsten Lucrum en Civitas (Ɨ € 1.000) in een herhaald spel

2 Toon met een berekening aan dat de winst van Lucrum in de cel linksboven € 440.000 bedraagt.

Die 440 staat in ƩƩn cel: daarbij hoort een gekozen productieomvang voor beide bedrijven.

In de uitgangssituatie (nog voor het onderzoek) bieden zowel Lucrum als Civitas 12.000 boodschappenpakketten aan. De manager van Lucrum concludeert: ā€œAls we op basis van de matrix onze dominante strategie volgen, zijn we vanwege de sociale norm van Civitas, op termijn slechter af dan in de uitgangssituatie.ā€

3 Leg de conclusie van de manager van Lucrum uit.

Wat is de beste strategie voor Lucrum?
En wat zal Civitas dan doen, vanwege de sociale norm?

De directeur van Civitas wil prijsdiscriminatie toepassen voor mensen met een betalingsbereidheid onder de huidige verkoopprijs. De gemeente kan de huishoudens opdelen in vijf even grote inkomensgroepen, en geeft per week een kortingscode op naam aan uitsluitend de armste groep.

4 Beargumenteer of het plan van de directeur voldoet aan de twee voorwaarden van prijsdiscriminatie.

Aan welke twee voorwaarden moet voldaan worden om met succes prijsdiscriminatie toe te kunnen passen?
Dus ƩƩn groep klanten een lagere prijs vragen voor hetzelfde product (dan de rest).

Civitas denkt alle huishoudens te kunnen voorzien van boodschappen, als er een subsidie komt vanuit de gemeente. Civitas overweegt om een van de drie prijsvoorstellen te doen. Deze zijn weergegeven in spelboom 1.
De gemeente kan met Civitas een deal sluiten of zelf de voedselvoorziening regelen voor de armste groep. In alle voorstellen heeft iedereen te eten. De gemeente streeft naar zo laag mogelijke kosten, en Civitas wil ook winst maken.

spelboom 1Ā  winsten Civitas en kosten van de gemeente


Toelichting: alle prijzen van Civitas zijn inclusief een (eventuele) subsidie.

5 Leg uit welke uitkomst tot stand zal komen. Noem daarbij getallen uit de spelboom.

Begin bij de gemeente, die zo laag mogelijke kosten wil hebben.
Dan weet Civitas welke opbrengsten over blijven voor de keuze die zij kunnen maken.Ā 

1 (Als Civitas monopolist is, wil ze 80% van de huishoudens bedienen.)
Qv = 80% van 30.000 = 24.000
24.000 = 30.000 – 100PĀ   →  Ā P = € 60
2 Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • De totale productie (Q) is 6.000 + 12.000 = 18.000.
    De marktprijs is daarmee: 18.000 = 30.000 – 100P
    (100P = 12.000 →) P = € 120.
  • TOLucrum = € 120 Ɨ 6.000 = € 720.000
    TKLucrum = € 30 Ɨ 6.000 + 100.000 = € 280.000
    TWLucrum = € 720.000 – € 280.000 = € 440.000
3 Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De dominante strategie van Lucrum is om de productie te verlagen tot 6.000 producten (want 440 > 400 > 260; 260 > 100 > -100 en 80 > -200 > -460).
  • Civitas zal streven naar minimaal (80% van 30.000 =) 24.000 pakketten en zal daardoor (in de volgende week) het aanbod verhogen naar 18.000.
  • De winst van Lucrum daalt daardoor naar € 80.000 per week, dus zijn ze slechter af dan met een winst van € 260.000.
4 Een juist antwoord bevat:

  • een uitleg dat er wordt voldaan aan het scheiden van deelmarkten.
  • een uitleg of er wordt voldaan aan het vermijden van onderlinge doorverkoop.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de kortingscode op naam te verschaffen, worden deelmarkten onderscheiden.
  • Een boodschappenpakket kan na aankoop worden doorverkocht, waardoor er niet aan (deze voorwaarde van) prijsdiscriminatie wordt voldaan.
    of
    Een boodschappenpakket wordt na aankoop niet doorverkocht, omdat huishoudens hiervan afhankelijk zijn en elders niet / lastig aan boodschappen kunnen komen.
5 Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Bij de marktprijs zal de gemeente het zelf regelen, want € 150.000 < € 180.000.
    Bij een kleine marge en de kostprijs zal de gemeente de deal accepteren, want € 135.000 < € 150.000 en € 90.000 < € 150.000.
  • Civitas heeft dus de keuze tussen € 0 winst bij de marktprijs, € 45.000 bij een kleine marge en € 0 bij aanbieden tegen kostprijs. De uitkomst is: kleine marge, deal sluiten / € 45.000 ; € 135.000.

of

Civitas krijgt bij de marktprijs een winst van € 0 omdat de gemeente het zelf zal regelen, want € 150.000 < € 180.000. Bij de kleine marge krijgt Civitas € 45.000, want voor de gemeente is € 135.000 < € 150.000. Bij de kostprijs krijgt Civitas € 0, dus is het voor Civitas het voordeligst om een kleine marge te rekenen. De uitkomst is: kleine marge, deal sluiten / € 45.000 ; € 135.000.

print