Herexamen 2013 – Hypothecaire lening goedkoop

Herexamen 2013 – Hypothecaire lening goedkoop

Bij een hypothecaire lening berekent de bank een rentepercentage dat laag is in vergelijking met dat op andere leningen.

In de jaren 2006-2011 is in een euroland de nominale rente op hypothecaire leningen bovendien regelmatig verlaagd en in 2011 bereikte die rente een historisch laag niveau.
Onderstaande figuur illustreert die ontwikkeling.

Bron – rente in het euroland

1 Leg uit waarom het rentepercentage op hypothecaire leningen meestal lager ligt dan het rentepercentage op andere leningen.

Er is een verband tussen risico en rendement:

risico en rendement

Een makelaar in onroerende zaken stelt dat uit de figuur blijkt dat de inflatie in de jaren 2006-2011 is afgenomen.

Verder merkt deze makelaar op:

  • De geldverstrekkende banken kunnen de hypotheekrente laag houden doordat de inflatie laag is.

  • De lage hypotheekrente zou zeker effect op de huizenprijzen gehad hebben als het optreden van een recessie dit niet had voorkomen.

2 Hoe blijkt uit de figuur dat in de jaren 2006-2011 de inflatie is afgenomen?
3 Geef een verklaring voor het door de makelaar genoemde verband tussen inflatie en hypotheekrente.

Rente wordt bepaald door vraag en aanbod.
Een hoge inflatie maakt geld uitlenen onaantrekkelijk, omdat de koopkracht van dat geld door inflatie wordt aangetast.

4 Leg de tweede opmerking van de makelaar uit.

Leg eerst het eerste deel uit: wat zou er meestal gebeuren met de huizenprijzen als de rente op lenen laag is?
Waarom komt die verwachting niet uit bij een recessie?

1

Uit het antwoord moet blijken dat er sprake is van een zakelijke zekerheidsstelling door middel van een onderpand. De bank loopt dus minder risico.

2

Dit blijkt uit het feit dat het verschil tussen de nominale en de reële rente kleiner wordt / de lijnen voor nominale rente en reële rente naar elkaar toe lopen / de nominale rente daalt, terwijl de reële rente stijgt.

3

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat bij een lage inflatie beleggers een lage rentevergoeding vragen, zodat banken het benodigde vermogen goedkoop kunnen aantrekken.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat bij een lage inflatie de (reële) waarde van uitgeleend geld beperkt daalt, zodat de banken ook een lage rentevergoeding kunnen vragen.
4

Een antwoord waaruit blijkt dat bij een lage hypotheekrente een grote(re) vraag naar huizen en dus stijgende huizenprijzen zouden kunnen worden verwacht. 
Echter, het optreden van een recessie leidt tot een dusdanig inkomensverlies / vertrouwensverlies bij consumenten, dat ze de aanschaf van een huis te riskant vinden, waardoor de prijsstijging niet plaatsvindt.

print
2017-12-30T16:08:15+00:00