Herexamen 2013 – De concurrentie gewogen

De internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven wordt door diverse factoren beïnvloed. Een belangrijke factor voor de exporterende bedrijven is het verschil in prijspeil tussen Nederland en landen waar de concurrerende bedrijven gevestigd zijn. De concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven die concurrenten hebben die buiten de eurozone gevestigd zijn, is ook nog afhankelijk van de koers van de euro.

Een onderzoeksbureau wil de ontwikkeling van de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in kaart brengen en maakt hiertoe gebruik van de volgende gegevens uit 2009.

Nederland en handelspartners aandeel in Nederlandse export 1) eurokoersindex 2)
(2008 = 100)
prijsindex
(2008 = 100)
Nederland 103
Eurolanden 0,51 100 102,5
Groot-Brittannië 0,2 105 103
Verenigde Staten 0,1 110 104
Overige landen 0,19  104 101

1) Het exportaandeel is het deel van de Nederlandse export dat naar het aangegeven land gaat. Dit wordt gebruikt als wegingsfactor.

2) De eurokoersindex is een indexcijfer dat de koers van de euro ten opzichte van de valuta van de handelspartner weergeeft.

Als maatstaf voor deze concurrentiepositie gebruikt het onderzoeksbureau de concurrentie-index; een index gebaseerd op een samengesteld gewogen indexcijfer (sgi).
Deze maatstaf wordt bepaald door de berekening van:

sgi_2013her 

Een onderzoeker van het onderzoeksbureau stelt dat de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven gevoeliger is voor een toename van het verschil tussen de prijsindexcijfers dan voor een appreciatie van de euro.

1 Leg uit op welke manier een appreciatie van de euro ertoe leidt dat Nederlandse bedrijven elkaar sterker gaan beconcurreren op de Nederlandse markt.

Een appreciatie = een koersstijging van de euro.
Hetgeen Nederlandse producten duurder maakt voor buitenlanders en buitenlandse producten goedkoper maakt voor Nederlanders.

2 Leg uit op welke manier de wisselkoersverandering van het Britse pond ten opzichte van de dollar de concurrentiepositie van Britse bedrijven ten opzichte van bedrijven uit de VS heeft gewijzigd.

De verandering van de koers van beide munten is aangegeven ten opzichte van de euro.
Daarmee kun je ook bedenken wat de munten ten opzichte van elkaar gedaan hebben.

3 Laat met een berekening zien dat in 2009 de concurrentie-index 99,8 (afgerond) bedraagt.

Volg de formule en kijk steeds naar het aandeel van dat land in het totaal.

4 Leg met behulp van zowel de teller als de noemer van de concurrentie- index uit of het gaat om een verbetering of een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in 2009 ten opzichte van 2008.

Teller (prijsindex): de prijzen gaan in Nederland méér omhoog dan in de meeste concurrerende landen.
Noemer (eurokoersindex): is steeds 100 of daarboven.

5 Leg uit waarop de stelling van de onderzoeker gebaseerd is. 

De meeste export is binnen het eurogebied.

1

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat de verslechtering van de concurrentiepositie als gevolg van de koersstijging van de euro ertoe leidt dat de exporterende bedrijven hun product aanbieden op de Nederlandse markt.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat het prijspeil van importgoederen in euro’s gemeten daalt ten opzichte van het prijspeil van in Nederland geproduceerde goederen, zodat de Nederlandse bedrijven die een bepaald product importeren een concurrentievoordeel hebben ten opzichte van bedrijven die dit product in Nederland maken.
2

Een antwoord waaruit blijkt dat als de euro meer in koers stijgt ten opzichte van de dollar dan ten opzichte van het pond, de koers van het pond stijgt ten opzichte van de dollar, waardoor Britse producten duurder worden in vergelijking met producten uit de VS.

3

sgi_2013her2

4

Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om een verslechtering, doordat zowel de prijsstijging van Nederland ten opzichte van de belangrijkste handelspartners als de koersstijging van de euro, er voor zorgen dat Nederland relatief duurder wordt.

5

Een antwoord waaruit blijkt dat iets meer dan de helft van de Nederlandse export verkocht wordt aan eurolanden, waardoor dit deel van de export wel gevoelig is voor prijsverschillen, maar niet voor koersverschillen.

print
2018-03-04T20:48:48+00:00