Herexamen 2007 – Reserves op de bank

Het gedrag van banken op het gebied van kredietverlening kan procyclisch werken. In tijden van laagconjunctuur willen banken een grotere kapitaalreserve aanhouden als buffer voor tegenvallers.
Met behulp van onderstaande figuren 1 en 2 kunnen het aantal bedrijfsfaillissementen, de groei van het bruto binnenlands product (bbp) en dit reserveringsgedrag van banken in een land met elkaar in verband worden gebracht.

Figuur 1  
jaarlijks aantal bedrijfsfaillissementen, 
uitgesplitst naar jaarlijkse procentuele groei bbp

g = jaarlijkse groei bbp in procenten;
bijvoorbeeld g<1 betekent dat de groei van het bbp kleiner is dan 1%

Figuur 2  
procentuele groei bbp en reserveringen van banken

Een econoom beweert dat uit een combinatie van gegevens uit de figuren 1 en 2 het totale aantal faillissementen in de periode 2000 tot en met 2002 geschat kan worden op ruim 18.000 bedrijven.

1 Laat met een berekening zien hoe de econoom tot deze schatting komt.

Lees per jaar het aantal faillisementen af bij de gegeven economische groei van dat jaar.
Kijk goed naar de uitleg onder figuur 1.

2 Leg uit hoe uit figuur 1 kan worden afgeleid dat een verandering van het aantal bedrijfsfaillissementen niet uitsluitend aan een verandering van de conjunctuur is toe te schrijven.

Hoe zouden de staafjes moeten lopen in figuur 1 als het aantal faillissementen ALLEEN afhankelijk is van de economische groei?
Lees de uitleg onder figuur 1.

3 Leg uit hoe het aantal bedrijfsfaillissementen van invloed kan zijn op het reserveringsgedrag van banken.

Waarom zouden banken geld moeten reserveren?

4 Leg uit hoe het reserveringsgedrag van banken procyclisch kan werken in tijden van laagconjunctuur.

Als banken meer geld moeten reserveren, wat gebeurt er dan met de rente?

1

5.274 (in 2000: 3≤g<4) 
5.589 (in 2001: 1≤g<2)
7.282 (in 2002: g<1)      +
18.145

2

Indien het aantal bedrijfsfaillissementen uitsluitend zou afhangen van de conjunctuur, zou er bij de categorie 3≤g<4 een kleiner aantal bedrijfsfaillissementen staan dan bij de categorie 2≤g<3.

3

Uit het antwoord moet blijken dat een toename van het aantal bedrijfsfaillissementen leidt tot een toenemend kredietrisico voor de banken waardoor zij extra gaan reserveren om mogelijke tegenvallers op te vangen.

Indien in het antwoord niet het kredietrisico is verwoord, worden geen punten toegekend.

4

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Meer reserveringen door banken in een periode van laagconjunctuur kan leiden tot minder kredietverlening,
  • waardoor de bestedingen kunnen afnemen / de groei van de bestedingen afgeremd wordt.
print
2018-03-04T21:05:07+00:00