Herexamen 2004 – Zuinig met energie

In een gemeente wordt de levering van energie verzorgd door een gemeentelijk energiebedrijf. In onderstaande figuur zijn de gegevens over kosten en opbrengsten van het gemeentelijke energiebedrijf in beeld gebracht.

zuinig met energie
MO = marginale opbrengst
GO = gemiddelde opbrengst
GVK = gemiddelde variabele kosten
GTK = gemiddelde totale kosten
MK = marginale kosten

De levering van energie kan voor dit energiebedrijf winstgevend zijn.

1 Bereken de totale winst die het energiebedrijf maximaal zou kunnen maken.

Maximale winst wordt behaald bij de productieomvang waar geldt: MO=MK.
In dit geval kun je de noodzakelijke gegevens voor de winstberekening alleen aflezen in de grafiek.

De gemeentelijke overheid beschouwt energie echter als een noodzakelijk goed en daarom verplicht zij het energiebedrijf een zo laag mogelijke verkoopprijs vast te stellen onder voorwaarde van kostendekking.

2 Leg uit dat deze gemeentelijke overheid bij energie het profijtbeginsel toepast en niet het draagkrachtbeginsel. Betrek in het antwoord beide beginselen.

Profijtbeginsel: “de gebruiker betaalt” – naarmate je meer profiteert, betaal je meer.
Draagkrachtbeginsel: “zwaarste lasten rusten op de sterkste schouders” – hoger inkomen betaalt relatief meer.

De gemeentelijke overheid is van plan een campagne ‘wees zuinig met energie’ te houden.

Naar verwachting daalt door deze campagne de vraag naar energie, onafhankelijk van de prijs, met 15 miljoen eenheden. De kosten van de campagne zijn voor rekening van de gemeente. Toch zal volgens de directie van het energiebedrijf als gevolg van de campagne de kostprijs van energie stijgen waardoor de verkoopprijs van energie − bij handhaving van de voorwaarde van kostendekking − zal moeten worden verhoogd.

3 Leg uit dat de kostprijs van energie door de campagne zal stijgen.

Kostprijs = GTK.
Wat gebeurt er met de GTK door deze campagne?

4 Met welk bedrag per eenheid moet de verkoopprijs van energie worden verhoogd? Verklaar het antwoord met behulp van de figuur. 

Teken de nieuwe GO-lijn. Doel blijft ‘kostendekking bij laagst mogelijke prijs’.

1

De totale winst is maximaal bij MO = MK → dus bij 100 miljoen eenheden.

Bij deze productie geldt:
Prijs = GO = € 1,20
GTK = € 0,95

Maximale totale winst: 100 miljoen × (€ 1,20 − € 0,95) = € 25 miljoen

2

Een antwoord waaruit blijkt dat iedere verbruiker per eenheid verbruikte energie betaalt (profijtbeginsel) zodat geen rekening wordt gehouden met verschillen in inkomen (draagkrachtbeginsel).

3

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat de campagne leidt tot een lagere vraag en dus tot een lagere productie zodat de totale constante kosten over minder eenheden energie kunnen worden verdeeld.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat de campagne leidt tot een lagere vraag en dus tot een lagere productie en dat een verschuiving van de GO-lijn naar links een hogere GTK oplevert.
4

€ 0,10

Uit de verklaring moet blijken dat:

  • er in de beginsituatie sprake is van kostendekking (GO = GTK) bij Prijs = GO = € 0,70
  • er na de campagne (de GO-lijn verschuift 15 eenheden naar links) sprake is van kostendekking bij Prijs = GO = € 0,80
print
2017-12-17T16:12:08+00:00