Opgave 1 – Geld

Opgave 1 – Geld

Vraag 1

Geef aan van welke geldfunctie er in de volgende gevallen sprake is.

a

Femke koopt een nieuw mobieltje.

b

Na het overlijden van oma, bleek zij € 10.000 te bewaren onder de matras van haar bed.

c

Moeder ontvang € 2.400 salaris van haar werkgever.

d

Uit een brief van de gemeente blijkt het huis van Jan getaxeerd te zijn op € 235.000.

Vraag 2

bron: www.expertisecentrumeconomie.nl

Een tijdje geleden was de inflatie (stijging van de prijzen) in Argentinië zo hoog dat kopers steeds meer geld nodig hadden om hetzelfde product te kopen. Er werden steeds meer peso’s gedrukt, met steeds meer nullen erachter. Het net ontvangen loon was een dag later alweer veel minder waard.

a

Leg uit dat de Argentijnse overheid toen besloten heeft een hele nieuwe munt in te voeren, de real, en niet de peso door een nieuwe peso te vervangen.

In de jaren 90 van de vorige eeuw vlogen verschillende bevolkingsgroepen op de Balkan elkaar in de haren. Er was een heuse burgeroorlog uitgebroken. Deze verschillende bevolkingsgroepen leefden voorheen samen in het vroegere Joegoslavië, waar werd betaald met de dinar. We hoeven niet uit te leggen dat het vertrouwen in die dinar volledige weg was.

b

Leg uit dat al snel in het voormalige Joegoslavië met de Duitse mark werd betaald.

Vraag 1

a Ruilmiddel
b Oppotmiddel
c Ruilmiddel
d Rekenmiddel

Vraag 2

a

Het vertrouwen van de burgers in het geld was verdwenen. De naam ‘peso‘ zou teveel herinneren aan de oude munt.
Men hoopte dat een nieuwe naam iets meer vertrouwen zou wekken onder de burgers.

b

Er was weinig vertrouwen in het voortbestaand van de eigen munt, die bovendien snel waarde verloor.
Burgers kozen een munt die betrouwbaar en waardevast was: de Duitse Mark.

print
2017-10-26T13:56:43+00:00