Domeinen Markten en Welvaart en groei 

Uit een onderzoek blijkt dat het beleid met betrekking tot het huren van woningen in verhouding weinig voordeel biedt aan mensen met middeninkomens. Zij hebben relatief weinig profijt van huurtoeslagen, die immers voornamelijk worden verstrekt aan huurders met lage inkomens.
Ook profiteren mensen met middeninkomens in verhouding weinig van overheidsbeleid dat is gericht op de markt van koopwoningen.
De onderzoeker analyseert allereerst de huurwoningmarkt, geldend voor mensen met de laagste inkomens. Hij gaat uit van standaardwoningen, waarbij elke huurder eenzelfde bedrag aan huurtoeslag ontvangt.

Daarvoor hanteert hij een model met een vraag- en een aanbodfunctie.

Qvt = -0,5P + 8
Qa = P – 2

Zonder huurtoeslag zou de vraagfunctie de volgende gedaante hebben:

Qv = -0,5P + 7

Qvt = vraag naar huurwoningen met huurtoeslag (× 100.000)
Qv = vraag naar huurwoningen zonder huurtoeslag (× 100.000)
Qa = aanbod van huurwoningen (× 100.000)
P   = huur per maand (× € 100)

1 Laat met een berekening zien dat de huurtoeslag per standaardhuurwoning € 200 per maand bedraagt.

Door de huurtoeslag is de vraaglijn naar boven geschoven.
Als je weet hoeveel de vraaglijn naar boven is geschoven, weet je ook de omvang van de huurtoeslag.

Het verstrekken van huurtoeslag beïnvloedt volgens het onderzoek de marktuitkomsten op de markt van huurwoningen. Door huurtoeslag verandert namelijk de betalingsbereidheid van huurders. Daarbij blijkt de huurtoeslag onbedoeld te leiden tot inkomensstijging van verhuurders.

2 Bereken hoeveel procent van de huurtoeslag per woning ten goede komt aan de verhuurders.

De verkopers verdienen extra omdat de huur per maand (P) stijgt.

Een ander onderdeel van het woonbeleid, de fiscale aftrek van de hypotheekrente, komt voornamelijk ten goede aan mensen met de hoogste inkomens. Deze wonen namelijk vaak in relatief dure koopwoningen, en bovendien werkt het progressieve stelsel van inkomstenbelasting in hun voordeel.

3 Leg uit dat door elk van beide genoemde factoren, mensen met de hoogste inkomens het meest profiteren van de fiscale aftrek van hypotheekrente.

De onderzoeker stelt dat aan het ongewenste prijseffect van de huurtoeslag weinig is te doen. Hij betoogt dat er wel mogelijkheden zijn om de denivellerende effecten van de hypotheekrenteaftrek tegen te gaan en stelt een combinatie van drie maatregelen voor, waarbij de ontvangsten van de overheid per saldo niet zullen worden aangetast:

  • verlaging van de maximale belastingteruggave over de hypotheekrente van 50% (het tarief van de hoogste inkomensschijf) naar 40%;
  • beperking van de fiscale aftrek van hypotheekrente tot een maximale hypotheekschuld van € 400.000 (bij een hogere schuld wordt voor de aftrek uitgegaan van € 400.000);
  • verlaging van het marginale belastingtarief voor de middelste inkomensschijf van 42% naar 40%.
4 Verklaar dat dit voorstel een nivellerend effect kan hebben tussen de hoogste inkomens en de middeninkomens. Betrek de eerste twee onderdelen van het voorstel in je antwoord.

Nivelleren betekent dat de inkomensverschillen (verhoudingsgewijs) kleiner worden.
Blijkbaar hebben deze maatregelen een nadelig effect dat (vooral) voor de hogere inkomens geldt.

5 Verklaar dat deze combinatie van maatregelen kan worden ingevoerd zonder dat de ontvangsten van de overheid per saldo hoeven terug te lopen.

Er is dus blijkbaar sprake van tegenovergestelde effecten op de overheidsontvangsten.
Wat zorgt voor méér belastinginkomsten, wat zorgt voor minder belastinginkomsten?

1

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

Qv = −0,5P + 7 → P = −2 Qv +14
Qvt = −0,5P + 8 → P = −2 Qvt +16

De vraaglijn verschuift met 16 − 14 = 2 naar boven en dat betekent € 200 huurtoeslag per woning per maand.

of

Bij bijvoorbeeld een vraag naar 600.000 woningen geldt:
zonder huurtoeslag: 6 = −0,5P + 7 → 0,5P = 7 − 6 = 1→ P = 2
met huurtoeslag: 6 = −0,5P + 8 → 0,5P = 8 − 2 = 2→ P = 4

Dit is een prijsverschil van € 200, zijnde het effect van de huurtoeslag.

2

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

zonder huurtoeslag:
Qa = Qv
P − 2 = −0,5P + 7
1,5P = 9
P = 6
De huur bedraagt daarmee € 600,-

met huurtoeslag:
Qa = Qvt
P − 2 = −0,5P + 8
1,5P = 10
P = 6,6667
De huur bedraagt daarmee € 666,67

De huurtoeslag van € 200,- gaat voor € 66,67 naar huurverhoging.
Dit komt neer op (66,67 van de 200) 33,33% van de huurtoeslag.

3

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Mensen met hogere inkomens wonen in verhouding meer in een koophuis dan mensen met lagere inkomens en kunnen daarbij hypotheekrente aftrekken / Mensen met hogere inkomens kunnen gemiddeld een groter bedrag aan hypotheekrente aftrekken dan mensen met lagere inkomens met een koopwoning (doordat zij een duurder huis bewonen met een hogere hypotheekschuld)
  • Door de progressie bij de inkomstenbelasting krijgen mensen met hogere inkomens een groter (procentueel) belastingvoordeel bij de aftrek van eenzelfde bedrag aan hypotheekrente (aangezien het marginale tarief hoger is)
4

Mensen met de hoogste inkomens kunnen een lager bedrag aan hypotheekrente aftrekken en krijgen over het bedrag aan rente dat ze mogen aftrekken een lager (procentueel) belastingvoordeel.

5

Een voorbeeld van een juiste verklaring is:

  • De eerste twee maatregelen betekenen een vermindering van het belastingvoordeel voor mensen met de hoogste inkomens / leiden tot een toename van de belastingontvangsten van de overheid
  • Met de verkregen toename van de belastingontvangsten kan de overheid de verlaging van het marginale belastingtarief voor de middelste inkomensschijf compenseren.
print