Examen 2014 havo – Vlucht uit Nederland

Examen 2014 havo – Vlucht uit Nederland

Domeinen Markten en Samenwerken & Onderhandelen 

De Nederlandse regering besloot om per 1 juli 2008 een ticketbelasting in te voeren:

een vast percentage belasting op tickets van vluchten die vanaf Nederlandse vliegvelden vertrekken. De doelstelling was het belastingsysteem te vergroenen door een verschuiving van belasting op arbeid en winst naar belasting op milieuvervuiling. De invoering van deze belasting leidde tot duurdere vliegtickets en tot felle discussies tussen voor- en tegenstanders.

bron 1 kenmerken van de markt voor vliegreizen vanuit Nederland voor de periode 2008-2010

vragersgroep

aandeel in totale vraag

Ev

zakelijke reizigers

25%

– 0,5

niet-zakelijke reizigers

75%

– 1,2

Gebruik bovenstaande tekst en bron 1.

1

Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste tekst

De ticketbelasting is een voorbeeld van een …(1)… belasting. Met deze ticketbelasting wordt het belastingstelsel ‘vergroend’, doordat …(2)… externe effecten van vliegreizen tot uitdrukking komen in de prijs van een vliegticket. Door de hogere ticketprijs zal de vraag van zakelijke reizigers relatief …(3)… afnemen dan de vraag van niet-zakelijke reizigers.

Kies uit:

bij (1)  degressieve / proportionele / progressieve
bij (2)  negatieve / positieve
bij (3)  minder sterk / sterker

 

Degressief = stijgt minder dan evenredig met ..
Proportioneel = stijgt evenredig met ..
Progressief = stijgt meer dan evenredig met..

Een negatief extern effect verlaagt de welvaart van een ander. Een positief extern effect verhoogt de welvaart van een ander.

Gebruik bron 1.

2 Geef een verklaring voor het verschil in prijselasticiteit van de vraag tussen zakelijke en niet-zakelijke reizigers.
 

De prijselasticiteit geeft aan hoe sterk consumenten reageren op een prijsverhoging.
Wie reageert het sterkste? Waarom?

bron 2 verwachtingen van de regering voor de jaren 2008 tot en met 2010

De regering verwachtte in 2008 dat door de invoering van de ticketbelasting de prijs van een vliegticket gemiddeld 10% hoger zou worden. Hierdoor zou naar verwachting het aantal gevraagde vliegtickets voor vluchten vanaf Nederlandse luchthavens in de periode 2008 tot en met 2010 dalen met 8%. Bij deze schatting werd géén rekening gehouden met andere factoren die van invloed zijn op de vraag naar vliegtickets. Het ministerie van financiën ging in het eerste jaar (2008) uit van een opbrengst uit ticketbelasting van € 350 miljoen.

Gebruik bron 2.

3 Leg uit dat de regering in haar schatting uitging van een prijsinelastische vraag naar vliegtickets.
 

Prijsinelastisch wil zeggen dat de vraag minder dan evenredig reageert op een prijsverandering. 

Gebruik bron 1 en 2.

4 Laat met een berekening zien dat de getallen uit bron 1 de schatting van de regering, genoemd in bron 2, niet ondersteunen.
 

Tegenstanders van de ticketbelasting beweerden dat deze belasting niet zou leiden tot minder milieuvervuiling, omdat veel Nederlanders zouden uitwijken naar luchthavens in de buurlanden België en Duitsland. Voor een effectieve belastingmaatregel zou een Europese aanpak nodig zijn.

Voordat Nederland de ticketbelasting invoerde, werd er ook in Duitsland gesproken over een vorm van ticketbelasting.

Stel dat beide landen de ticketbelasting nog niet hebben ingevoerd en voor de eenmalige en gelijktijdige beslissing staan: wel of niet een ticketbelasting invoeren. Een dergelijke situatie is weergegeven in bron 3.

bron 3 pay-offmatrix voor wel of niet invoeren van een ticketbelasting (TB)

 

Nederland

TB niet invoeren

TB wel invoeren

Duitsland

TB niet invoeren

A

C

TB wel invoeren

B

D

In te vullen combinaties van pay-offs:
(12 ; 12) / (0 ; 0) / (-5 ; 15) / (15 ; -5)

Toelichting:

  • De gevolgen van elke keuze zijn uitgedrukt in een saldo van de welvaartstoename per land.
  • Dit saldo bestaat uit twee effecten:
    1. welvaartsverandering door de verkoop van vliegtickets
    2. welvaartsverandering door CO2-uitstoot van vliegverkeer
  • Elk land streeft voor zichzelf naar een zo groot mogelijke welvaartstoename.
  • De cursieve getallen zijn voor Duitsland, de vetgedrukte getallen zijn voor Nederland.

Gebruik bron 3.

5

Vul deze pay-offmatrix zo in dat voor Nederland en Duitsland het niet-invoeren van een ticketbelasting de dominante strategie is en beide landen hiermee in een gevangenendilemma belanden.

Noteer het zo: A = (…;…) B = (…;…) C = (…;…) D = (…;…)

 

Elk land kan zijn welvaart met 15, 12, 0 of -5 zien veranderen.
In welke situatie zal het land het meest zijn welvaart zien stijgen? En wanneer het minst?…

In meerdere lidstaten van de Europese Unie hebben regeringen geprobeerd het sterk groeiende vliegverkeer af te remmen met een ticketbelasting.

Gebruik bron 3.

6 Leg uit welke maatregel de Europese Unie kan nemen om te voorkomen dat de lidstaten in een gevangenendilemma terechtkomen.
 

Een gevangenendilemma ontstaat omdat deelnemers uit eigenbelang kiezen voor een strategie waarbij iedereen uiteindelijk slechter af is.

1

bij (1) proportionele
bij (2) negatieve
bij (3) minder sterk

2 Voorbeelden van een juiste verklaring zijn:

  • Zakelijke reizigers kunnen de kosten van de vliegreis afwentelen op anderen (opdrachtgever, klant, werkgever) en zullen dus in mindere mate op zoek gaan naar alternatieven.
  • Zakelijke reizigers waarderen tijdverlies in sterke mate als kosten, waardoor ze in mindere mate bereid zijn uit te wijken naar alternatieven die mogelijk goedkoper zijn (vliegvelden in het buitenland, hogesnelheidstreinen e.d.).
3

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat de regering een daling van de gevraagde hoeveelheid verwachtte van 8%, hetgeen kleiner is dan de gemiddelde prijsstijging van 10% voor een vliegticket.
  • Een berekening waaruit blijkt dat Ev =   −0,8 is.
    Dat is groter dan −1 en dus prijsinelastisch.
4

Een voorbeeld van een juiste berekening is:
0,75 × −1,2 + 0,25 × −0,5 = −1,025 (relatief prijselastisch)

5

A = (0 ; 0)
B = (−5 ; 15)
C = (15 ; −5)
D = (12 ; 12)

Opmerking: uitsluitend 2 of 0 scorepunten.

6 Een antwoord waaruit blijkt dat de Europese Unie voor alle lidstaten één (generieke) belastingmaatregel kan nastreven / afdwingen, zodat alle lidstaten kiezen voor wel invoeren van een vliegbelasting (hetgeen de totale welvaartstoename in de lidstaten vergroot).
print
2017-12-19T15:38:53+00:00