Examen 2014 havo – Studeren is investeren

Domeinen Ruilen over Tijd en Risico & Informatie 

Studeren in het hoger onderwijs is investeren in jezelf. Door asymmetrische informatie zijn commerciële banken niet altijd bereid een lening voor deze investering te verstrekken aan studenten. Als studenten niet kunnen lenen voor hun studie kan de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in gevaar komen. Vandaar dat de Nederlandse overheid subsidies verschaft via studiebeurzen (zie bron 1). De subsidies worden betaald uit de algemene middelen. Een andere reden voor het verschaffen van subsidies is gelegen in de positieve externe effecten van onderwijs.

1 Leg uit dat door asymmetrische informatie commerciële banken niet altijd bereid zijn een studielening te verstrekken aan studenten.
 

Asymmetrische informatie wil zeggen dat partijen niet over dezelfde informatie beschikken.
Welke informatie heeft de bank niet over de student, waardoor de bank misschien geen lening wil verstrekken?

bron 1 huidig studiebeursstelsel hoger onderwijs (2012)

  • Basisbeurs, onafhankelijk van het inkomen van de ouders.
  • Aanvullende beurs, afhankelijk van het inkomen van de ouders.
  • Basisbeurs en aanvullende beurs hoeven niet terugbetaald te worden, mits er binnen tien jaar een diploma wordt behaald.

Gebruik bron 1.

2

Maak van de onderstaande tekst een economisch juiste redenering.

De huidige financiering van het hoger onderwijs in Nederland is gebaseerd op …(1)….
De positieve externe effecten van onderwijs …(2)… de welvaart in Nederland.
Een voorbeeld daarvan is een toenemend(e) …(3)… met als gevolg dat de internationale concurrentiepositie van Nederland …(4)….

Kies uit:

bij (1)  het kapitaaldekkingsstelsel / verplichte solidariteit
bij (2)  verhogen / verlagen
bij (3)  gemiddelde arbeidsproductiviteit / consumentensurplus
bij (4)  verbetert / verslechtert

In 2012 zijn de Nederlandse regeringspartijen het er over eens: het huidige studiebeursstelsel moet per 1 september 2014 worden omgezet in een sociaal leenstelsel (zie bron 2). Een student in het hoger onderwijs kost de overheid ruim € 8.000 per jaar, terwijl het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs de student een flink particulier rendement kan opleveren. Volgens de regeringspartijen levert het sociaal leenstelsel naast een overheidsbesparing van € 1,6 miljard een kwaliteitsverbetering van het hoger onderwijs op. Tegenstanders wijzen erop dat de overheid op deze manier studieschulden afdwingt bij studenten met leenaversie. De regeringspartijen spreken dat tegen door te verwijzen naar de voorwaarden.

3 Leg uit dat er bij het sociaal leenstelsel sprake is van ruilen over de tijd.
 

Bij ruilen over de tijd wordt geschoven met huidig/toekomstig inkomen (en consumptie).

bron 2 kenmerken sociaal leenstelsel hoger onderwijs per 1 september 2014

  • Geen subsidieverstrekking door de overheid in de vorm van een basis of aanvullende beurs.
  • Rentedragende lening bij een overheidsinstantie voor alle studiekosten.
  • De rente bevat een risico-opslag (solidariteitspremie) waarmee de ‘tekorten’ bij de overheid kunnen worden gedekt die ontstaan als studenten de lening niet (volledig) aflossen.
  • Na afloop van de studie kan de lening naar draagkracht worden afgelost.

Gebruik bron 2.

4 Welk kenmerk van het sociaal leenstelsel kan de leenaversie bij studenten verminderen? Verklaar het antwoord.
 

Arversie betekent dat je er een ‘hekel aan hebt’ (afkeer van hebt).
Leenaversie wil dus zeggen dat je liever niet leent.

Bij het sociaal leenstelsel is er een risico-opslag verwerkt in de rente.

Hiermee worden de tekorten gefinancierd die ontstaan indien studenten hun lening niet (volledig) aflossen. De overheid had ook kunnen besluiten om deze tekorten vanuit de algemene middelen (belastingen) te financieren.

5 Leg uit dat het financieren van de tekorten vanuit de algemene middelen kan leiden tot moral hazard (risico op moreel wangedrag) van studenten.
 

Moral hazard: het vertonen van risicovoller gedrag, omdat eventuele negatieve gevolgen van het risico op een ander kunnen worden afgewenteld.

Nu studeren door het sociaal leenstelsel voor studenten duurder dreigt te worden en de kans op een baan na de studie door de economische crisis afneemt, gaan steeds meer studenten op zoek naar een alternatieve financiering voor hun studie.

bron 3 uit een krant

Creatief studeren

Om zijn studie te kunnen betalen verkoopt student Paul de Haas zichzelf. Althans, hij verkoopt zijn tijd. Nu studeren steeds duurder wordt, moet je immers creatief zijn. De Amsterdamse student geeft daarom sinds het begin van deze maand IOU’s (I Owe You) uit. Het concept is simpel. De student geeft in totaal 500 IOU’s uit waar je 50 euro per IOU voor betaalt. Iedere IOU is behalve 50 euro ook een half uur van zijn tijd waard. Wie twee IOU’s koopt kan dus een uur gebruikmaken van zijn ‘diensten’. Paul studeert namelijk rechten. “Mensen kunnen op ieder ogenblik besluiten hun IOU’s in te wisselen, zelfs als dit in 2040 is en ik een wereldberoemd advocaat ben.” Je koopt zijn tijd van straks tegen zijn tarief van nu, want door het volgen van de opleiding wordt een half uur van De Haas’ tijd ook meer waard.

Uiteindelijk geeft De Haas maximaal 500 IOU’s uit, want dan heeft hij de noodzakelijke 25.000 euro voor zijn studie en levenskosten.

Gebruik bron 3.

6

Maak van de onderstaande tekst een economisch juiste redenering.

De € 50 waarvoor Paul de Haas een IOU uitgeeft, is een voorbeeld van een …(1)…. Het geld dat hij krijgt wil hij investeren in …(2)…. Houders van IOU’s krijgen in ruil een half uur van Pauls tijd. Als zij hun keuze laten afhangen van Pauls toenemende …(3)… zullen de IOU-houders de tijd van Paul zo …(4)… mogelijk inzetten.

Kies uit:
bij (1)  stroomgrootheid / voorraadgrootheid
bij (2)  kapitaalgoederen / menselijk kapitaal
bij (3)  consumptiebehoefte / verdiencapaciteit
bij (4)  laat / vroeg

 

Stroomgrootheden worden in een periode gemeten, terwijl de omvang van een voorraadgrootheid op één moment wordt bepaald.

1

Een antwoord waaruit blijkt dat een commerciële bank niets weet over het wanbetalingsrisico van een individuele student.

2

bij (1) verplichte solidariteit
bij (2) verhogen
bij (3) gemiddelde arbeidsproductiviteit
bij (4) verbetert

3

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat de student bestedingsruimte die in de toekomst wordt verworven naar voren haalt.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat het sociaal leenstelsel gepaard gaat met de verplichting rente te betalen over het geleende bedrag. Rentebetalingen zijn een vergoeding voor het naar voren halen van bestedingen en dus voor ruilen over de tijd.
4

Na afloop van de studie kan de lening naar draagkracht worden afgelost.
Een verklaring waaruit blijkt dat deze voorwaarde de aversie tegen lenen bij de student vermindert, omdat de lening bij onvoldoende inkomen niet of nauwelijks afgelost hoeft te worden.

5

Een antwoord waaruit blijkt dat studenten minder gemotiveerd zijn direct een juiste studiekeuze te maken of de studie af te maken indien het niet kunnen terugbetalen van de studielening wordt afgewenteld op de algemene middelen.

6

bij (1) voorraadgrootheid
bij (2) menselijk kapitaal
bij (3) verdiencapaciteit
bij (4) laat

print
2017-12-19T15:28:10+00:00