Examen 2012 havo – Nieuwe crisis en een oud model

Examen 2012 havo – Nieuwe crisis en een oud model

uit een krant:

QuesnayEeuwenoud economisch model onderzocht

Twee Nederlandse economen hebben een beroemd economisch model uit de achttiende eeuw opnieuw onderzocht. Het economisch model is bedacht door François Quesnay (1694-1774). Quesnay was een Franse arts en zeer geïnteresseerd in de economie. Hij zag een gelijkenis tussen de bloedsomloop in het lichaam en de geldkringloop in een land. Dit inspireerde hem tot het ontwikkelen van het economisch model ‘Tableau Economique’.

Mieke en Eef verwerken voor een praktische opdracht gegevens van de Nederlandse economie van 2009 in een vereenvoudigde weergave van de geldkringloop, geïnspireerd door het Tableau Economique. Om deze geldkringloop, zoals weergegeven in bron 2, kloppend te maken, moeten er nog enkele gegevens worden uitgerekend en dient de richting van sommige pijlen nog bepaald te worden. Op basis van deze kringloop kan het nationaal inkomen bepaald worden.

1 Leg uit dat het nationaal inkomen gelijk is aan de som van de toegevoegde waarden.

Netto Toegevoegde Waarde bedrijven = loon + pacht/huur + rente + winst

bron 2 vereenvoudigde kringloop voor Nederland in 2009
(Alle bedragen luiden in miljarden euro’s)

  economisch kringloopschema

De geldkringloop uit bron 2 is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Zo gaat in werkelijkheid een deel van alle overheidsbestedingen niet naar bedrijven maar naar gezinnen of naar het buitenland.

2 Geef een voorbeeld van een overheidsbesteding die een geldstroom naar het buitenland weergeeft.

Bij overheidsbestedingen legt de overheid zélf beslag op productie(factoren).

De richting van de pijl tussen overheid en financiële instellingen is afhankelijk van het saldo van de overheidsfinanciën.

Gebruik bron 2 bij de vragen 3, 4 en 5.

3 Toon met een berekening aan dat het tekort van de overheid 20 (miljard euro) is.

Een kringloopschema is een gesloten schema, dat wil zeggen dat pijlen IN = pijlen UIT.

Overheidstekort = Overheidsbestedingen – Belastingen

4 Leg uit wat deze uitkomst betekent voor de richting van de pijl. 

Een kringloopschema toont de belangrijkste geldstromen in de economie.

5 Bereken het bedrag van de particuliere investeringen in miljarden euro’s.  

Maak ook nu weer gebruik van het feit dat pijlen IN = pijlen UIT.

Na bestudering van de cijfers in de kringloop van 2009 komen Mieke en Eef tot de conclusie dat Nederlandse gezinnen en bedrijven samen voor een particulier spaaroverschot zorgen. Ze zijn erg benieuwd of de kredietcrisis invloed zal hebben op het nationaal spaaroverschot. Daartoe hebben ze krantenkoppen verzameld die ten tijde van de kredietcrisis zijn verschenen (bron 3).

bron 3 krantenkoppen over de Nederlandse economie in 2009

Kop 1

 Méér werkloosheid zorgt voor dalende inkomens

Kop 2

 Crisis veroorzaakt overcapaciteit bij bedrijven

Kop 3 

 Overheid probeert investeringen in eigen land te stimuleren

Kop 4 

 Consumenten verwachten deflatie

Gebruik bron 2.

6 Bereken het nationaal spaaroverschot van 2009 in miljarden euro’s.

Zorg dat je dit schema met macro-economische identiteiten uit je hoofd kent:

identiteiten

Gebruik bron 2 en bron 3.

7 Maak, met behulp van twee van de vier krantenkoppen in bron 3, van onderstaande tekst een juiste redenering met betrekking tot de Nederlandse economie.
 

Het particulier spaaroverschot kan verder toenemen, want:
“Uit …(1)… zou kunnen volgen dat gezinnen meer gaan sparen. Bovendien mag op basis van …(2)… verwacht worden dat bedrijven …(3)… gaan investeren.”

 

Kies uit:

bij (1) kop 1 / kop 2 / kop 3 / kop 4
bij (2) kop 1 / kop 2 / kop 3 / kop 4
bij (3) meer / minder

Bij (1):
welk artikel heeft betrekking op gezinnen, dat voor gezinnen kan verklaren dat ze méér gaan/kunnen sparen?
Bij (2 en 3):
denk eraan dat het spaarsaldo (S-I) moet toenemen, dus de investeringen moeten…

1

Het nationaal inkomen wordt gevormd door de nationale productie, hetgeen staat voor waarde toevoegen aan ingekochte goederen en diensten. Het totaal van alle toegevoegde waarden vormt het nationaal product.

2

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • De overheid koopt militaire vliegtuigen in het buitenland.
  • De overheid betaalt salarissen aan ambassadepersoneel in het buitenland.

Opmerking: antwoorden die betrekking hebben op overdrachtsuitgaven van de overheid zijn niet goed.

3

Een voorbeeld van een juiste berekening is:
belastingen = 620 − 290 − 170 = 160 (miljard euro) →
overheidstekort is 180 − 160 = 20 (miljard euro)

4

Uit het antwoord moet blijken dat een tekort betekent dat er een geldstroom van financiële instellingen naar overheid vereist is om dit verschil aan te vullen en de pijl dus omhoog wijst.

5

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • inkomende geldstromen bedrijven: 180 + 290 + 480 = 950
    uitgaande geldstromen bedrijven: 620 + 430 = 1.050
    particuliere investeringen: 1.050 − 950 = 100
  • inkomende geldstromen financiële instellingen: 170
    uitgaande geldstromen financiële instellingen: 20 + (480 − 430) = 70
    particuliere investeringen: 170 − 70 = 100
6

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • (besparingen − investeringen) + (belastingen − overheidsbestedingen) =
    (170 − 100) + (160 − 180) = 50
  • export − import = 480 − 430 = 50
7

bij (1) kop 4
bij (2) kop 2
bij (3) minder

print
2018-02-09T10:45:10+00:00