Examen 2011 – De grote recessie

Examen 2011 – De grote recessie

In maart 2009 voorspelt een economisch onderzoeksbureau dat in 2009 de productie in Nederland 3,5% lager zal uitkomen dan in 2008. De recessie is een feit. Als belangrijkste oorzaak van de recessie ziet het onderzoeksbureau de inzakkende wereldconjunctuur, hetgeen onder andere zijn weerslag heeft op de particuliere consumptie in Nederland.

In de onderstaande tabel staan enkele macro-economische cijfers over 2008 en de door het onderzoeksbureau voorspelde cijfers voor 2009.

 
2008 gerealiseerd
2009 voorspelling
bestedingen (x € mld)
 
 
particuliere consumptie
275,0
270,4
particuliere investeringen
103,6
96,6
overheidsbestedingen
167,7
179,0
uitvoer
456,6
383,9
invoer
408,9
353,6
productie
 
 
totale productie (x € mld)
 594,0
576,3
reële verandering totale productie
(% t.o.v. het voorafgaande jaar)
 
3,5
overheidsfinanciën
 
 
overheidssaldo
in % van de totale productie
 
2,8

Tegen deze achtergrond ontstaat er een discussie over de vraag of de overheid over moet gaan tot anticyclisch begrotingsbeleid.

  • Econoom A
    vindt van niet en stelt dat de overheid helemaal geen anticyclisch begrotingsbeleid hoeft te voeren, aangezien de overheidsbegroting werkt als een ingebouwde conjunctuurstabilisator.

  • Econoom B
    stelt dat anticyclisch begrotingsbeleid alleen noodzakelijk is als er sprake is van deflatieverwachtingen, aangezien die de recessie zouden kunnen versterken, maar van deflatie is volgens hem nog geen sprake.

  • Econoom C
    wijst anticyclisch begrotingsbeleid van de hand, aangezien dat volgens hem in de Nederlandse situatie niet effectief is. Hij doelt daarbij op het open karakter van de Nederlandse economie.

1 Geef een verklaring voor het verband tussen de inzakkende wereldconjunctuur en de ontwikkeling van de particuliere consumptie in Nederland in 2009.

De particuliere consumptie wordt vooral bepaald door het inkomen van mensen en het consumentenvertrouwen.

2 Leg uit dat de overheidsbegroting bij een recessie kan werken als een ingebouwde conjunctuurstabilisator. 

Ingebouwde conjunctuurstabilisator betekent dat er iets ‘automatisch’ gebeurt.
Stimuleringsbeleid van de overheid is geen automatisme!

Een overheidsbegroting wordt voor het komende jaar opgesteld.

3 Leg uit dat deflatieverwachtingen een recessie kunnen versterken.

Deflatieverwachting betekent dat mensen verwachten dat prijzen gaan dalen.
Wat zou jij in zo’n geval doen?

Recessie betekent dat de bestedingen dalen.

4 Laat met een berekening zien of er volgens het onderzoeksbureau in 2009 sprake is van deflatie.

Gebruik hier de (bekende) formule / driehoek:

koopkracht

5 Beschrijf de redenering van econoom C. Betrek daarbij zowel de uitvoer als de invoer.

Een open economie betekent dat een land veel importeert en exporteert.

  • heeft de Nederlandse overheidsbegroting invloed op de export?
  • wat gebeurt in een open economie als er meer gekocht wordt?
1

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat door de inzakkende wereldconjunctuur de Nederlandse export en dus het inkomen van de exportsector daalt, waardoor ook gezinnen hun budget zien dalen en minder gaan besteden.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat door de inzakkende wereldconjunctuur het consumentenvertrouwen in Nederland zal afnemen, waardoor gezinnen minder zullen gaan lenen / meer zullen gaan sparen en dus minder gaan besteden.
2

Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Een antwoord waaruit blijkt dat een recessie kan leiden tot lagere belastingontvangsten en dat, indien de overheid haar uitgaven handhaaft, het overheidstekort zal toenemen, hetgeen gefinancierd moet worden wat tot geldschepping kan leiden.

Opmerking: Als geldschepping niet is verwoord, maximaal 2 scorepunten toekennen.

3

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat bij een verwachte prijsdaling aankopen kunnen worden uitgesteld, waardoor de bestedingen verder kunnen dalen.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat bij een prijsdaling de reële waarde van spaargeld toeneemt en sparen aantrekkelijker wordt, zodat de bestedingen verder kunnen dalen.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat bij een prijsdaling de omzet van bedrijven kan dalen, waardoor de winst onder druk kan komen te staan, hetgeen kan leiden tot een verdere daling van de investeringen.
4

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • De nominale waarde van de productie daalt met , terwijl de reële waarde daalt met 3,5%, hetgeen betekent dat het prijsniveau gestegen is en er dus geen sprake is van deflatie.
  • De reële waarde van de productie in 2009 is 0,965 × € 594,0 miljard = € 573,2 miljard, terwijl de nominale waarde € 576,3 miljard bedraagt, hetgeen betekent dat het prijsniveau gestegen is en er dus geen sprake is van deflatie.
5

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • uitvoer
    Een antwoord waaruit blijkt dat de Nederlandse economie vooral afhankelijk is van de export en dat de omvang van de export sterk afhankelijk is van de wereldhandel en dat Nederlands beleid daarop weinig invloed heeft.
  • invoer
    Een antwoord waaruit blijkt dat een inkomensgroei als gevolg van een stimuleringsbeleid voor een groot deel in het buitenland zal worden besteed en dus niet tot grotere productie in Nederland zal leiden.
print
2018-03-05T10:19:19+00:00