Examen 2011 – Autoveiling: een goed idee?

Henk heeft een plan gemaakt om te starten met een veilingsite waarop garagebedrijven tweedehands auto’s kunnen aanbieden aan consumenten. De veiling geschiedt bij afslag: een auto staat op de site tien dagen te koop, waarbij wordt begonnen met een duidelijk te hoge prijs waarna de prijs naar beneden wordt aangepast. Bij de website geregistreerde consumenten kunnen aangeven te willen kopen. Indien de veilingprijs van de auto zakt tot een vooraf bekend gemaakte bodemprijs, wordt de auto van de veiling teruggetrokken. Die bodemprijs wordt door de aanbieder van de auto vastgesteld. De aanbieder van de auto betaalt de veilingsite altijd 20% provisie over het verschil tussen de veilingprijs en de bodemprijs.

Om een idee te krijgen hoe de veiling zal werken, heeft Henk een voorbeeld uitgewerkt waarbij hij uitgaat van een aantal veronderstellingen.

  • Consumenten nemen voordat zij deelnemen aan de veiling een beslissing over het bedrag dat zij maximaal bereid zijn te besteden aan de aangeboden auto (maximumbudget).
  • Consumenten proberen minder te besteden dan het maximumbudget, waarbij ze het risico nemen de auto niet te krijgen.
  • Consumenten kennen de maximumbudgetten van de andere gegadigden niet.
  • Consumenten hebben zich een beeld gevormd van de bedragen die in het verleden voor soortgelijke auto’s zijn betaald.
  • Een garagebedrijf laat een auto veilen met een bodemprijs van € 11.300.
  • Er zijn vier consumenten van wie het maximumbudget groter is dan de bodemprijs:
consument maximumbudget
A € 15.100
B € 11.900
C € 13.200
D € 14.200

Het is Henks bedoeling om de site tot een succes te maken en vervolgens te verkopen. Zijn vriendin Aisha betwijfelt of de veiling kan rekenen op voldoende belangstelling van consumenten en aanbieders. Zij geeft Henk een waarschuwing en een advies.

  • Er is sprake van asymmetrische informatie.
  • Wellicht is veilen per opbod beter dan veilen bij afslag. Bij veilen per opbod staat de auto ook tien dagen te koop, om te beginnen tegen de bodemprijs. Consumenten kunnen, in stappen van € 50, een hoger bod uitbrengen. Dit bod wordt op de site vermeld waarna andere gegadigden weer hoger kunnen bieden. Na tien dagen gaat de auto naar de hoogste bieder.
1 Leg uit dat asymmetrische informatie het succes van de site kan bedreigen.

Slechte risico’s verdrijven goede risico’s van de markt.

2 Noem één manier waarop Henk de asymmetrie van de informatie zou kunnen verminderen.

Wat zou jou zekerheid bieden als je een auto koopt waarvan je niet kan beoordelen hoe goed/slecht hij is?

3 Leg uit dat niet met zekerheid te bepalen is welke veilingprijs in het voorbeeld van Henk tot stand zal komen.

Lees de 6 bolletjes aan het begin van de opgave die beschrijven hoe het proces van bieden verloopt.
Denk je het mogelijk is dat B de auto uiteindelijk kan kopen?

Henk wil kijken wat het veilen per opbod zou betekenen voor zijn provisieopbrengst. Hij gaat daarbij uit van het gegeven voorbeeld.

4 Bereken de provisieopbrengst als de desbetreffende auto per opbod geveild zou worden. Licht de berekening toe.

Veilen per opbod. Voor welke prijs zal de auto verkocht worden?
Begin bij een prijs van € 11.900 en bedenk stapje voor stapje (in het begin kun je grotere stappen nemen dan de voorgeschreven € 50-stap) of er nog iemand overheen zal gaan met bieden….

Henk overweegt om de regels voor zijn provisie te veranderen; de aanbieders betalen 10% over het verschil tussen de veilingprijs en de bodemprijs met een minimum van € 200. Dat minimumbedrag moeten de aanbieders voorafgaand aan de veiling altijd betalen.

5 Beschrijf dat deze verandering van de provisieregels kan leiden tot:

  • een hogere provisieopbrengst van de veilingsite maar ook tot
  • een lagere provisieopbrengst van de veilingsite.

Betrek in beide gevallen in de beschrijving de hoogte van de bodemprijzen en de belangstelling van consumenten. 
Gebruik ongeveer 160 woorden.

1

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

Een antwoord waaruit blijkt dat consumenten niet goed op de hoogte zijn van de kwaliteit van de aangeboden auto’s en vanwege het risico van een zeperd laag zullen bieden, zodat de veilingprijzen laag zijn en aanbieders auto’s van mindere kwaliteit gaan aanbieden, waardoor consumenten weer lagere prijzen gaan bieden et cetera, zodat de provisieopbrengst tegenvalt.

2

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat het gaat om het verplichten van aanbieders tot het verstrekken van een keuringsrapport.
  • Een antwoord waaruit blijkt dat het gaat om het verplichten van aanbieders tot het geven van garantie.
3

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een antwoord waaruit blijkt dat A de eerste gegadigde is, maar dat de prijs die A zal bieden afhangt van zijn inschatting van het budget van de andere consumenten; A zal langer wachten met bieden naarmate hij die budgetten lager inschat (en zal zo het risico lopen dat een ander hem voor is).
  • Een antwoord waaruit blijkt dat A de eerste gegadigde is, maar dat de prijs die A zal bieden afhangt van de mate waarin hij het risico wil lopen de auto niet te krijgen; A zal langer wachten met bieden naarmate zijn risicoaversie kleiner is (en zal zo het risico lopen dat een ander hem voor is).
4

provisieopbrengst: 0,20 × (€ 14.250 − € 11.300) = € 590

Uit de toelichting moet blijken dat de veiling net zo lang doorgaat tot er door D € 14.200 geboden is, waarna A met een bod van € 50 meer zijn slag kan slaan.

5

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • hogere provisieopbrengst
    • de hoogte van de bodemprijzen
      Een beschrijving waaruit blijkt dat de aanbieders kunnen besluiten hun bodemprijs lager vast te stellen om te voorkomen dat de auto niet verkocht wordt en ze € 200 kwijt zijn, zodat het bedrag waarover provisie wordt geheven groter kan worden (1 pnt)
    • de belangstelling van consumenten
      Een beschrijving waaruit blijkt dat door het variabele tarief het veilen van auto’s goedkoper kan worden, waardoor de site voor aanbieders aantrekkelijker wordt en het aanbod van auto’s toeneemt en daardoor de belangstelling van kopers zodat er meer auto’s worden verhandeld (1 pnt)
  • lagere provisieopbrengst
    • de hoogte van de bodemprijzen
      Een beschrijving waaruit blijkt dat de aanbieders kunnen besluiten hun bodemprijs hoger vast te stellen om zo het verschil met de veilingprijs te verkleinen en het variabele tarief te verlagen, waardoor echter meer auto’s onverkocht kunnen blijven (1 pnt)
    • de belangstelling van consumenten
      Een beschrijving waaruit blijkt dat door het minimumtarief het veilen van auto’s voor een aantal aanbieders duurder kan worden, waardoor het aanbod van auto’s en daardoor de belangstelling van consumenten kan afnemen en er minder auto’s worden verhandeld (1 pnt)
print
2018-01-23T14:45:37+00:00