Examen 2008 – Verdelen bij hoog en laag

Examen 2008 – Verdelen bij hoog en laag

In deze opgave wordt met inkomen steeds het primaire inkomen bedoeld.

De verdeling van het totale inkomen in een land kan weergegeven worden door de personele inkomensverdeling. Of er bij deze inkomensverdeling in de loop der tijd sprake is geweest van nivellering of van denivellering, kan worden bepaald met behulp van de hoogste/laagste kwintielverhouding: de verhouding tussen het inkomensaandeel van de 20% inkomensgroep met de hoogste inkomens en het inkomensaandeel van de 20% inkomensgroep met de laagste inkomens.

In onderstaande tabel zijn voor dit land enkele gegevens over de personele inkomensverdeling van 2005 weergegeven.

Inkomensgroepen % aandeel in totaal personen % aandeel in totaal inkomens   aandeel arbeidsinkomens in % van totaal inkomens per groep
groep 1 (laagste) 20 9,6   90
groep 2 20 12,7   84
groep 3 20 16,9   79
groep 4 20 22,6   72
groep 5 (hoogste) 20 38,2   60

Aanvullende gegevens:

  • Het gemiddelde inkomen in de laagste inkomensgroep bedraagt € 14.976.
  • Het totaal aantal personen bedraagt 11,25 miljoen.
  • De arbeidsinkomensquote in dit land bedraagt 71,85%.

In 1995 bedroeg in dit land de hoogste/laagste kwintielverhouding 5,1 : 1.

1 Is er in 2005 ten opzichte van 1995 sprake van nivellering of denivellering van de inkomensverdeling in dit land? Verklaar je antwoord met behulp van een berekening.

Bij nivelleren worden de inkomensverschillen kleiner.
In 1995 verdiende de hoogste inkomens gemiddeld 5,1× het inkomen van een de laagste inkomens.

2 Toon met een berekening aan dat in 2005 het totale inkomen € 351 miljard is. 

Je kunt uitrekenen hoeveel inkomen in totaal in de laagste inkomensgroep verdiend wordt.
Dat bedrag is 9,6% van het totale inkomen…

De personele verdeling van de totale inkomens is in dit land ongelijker dan de personele verdeling van de arbeidsinkomens van deze inkomensgroepen. Dit komt onder andere doordat de hoogste inkomensgroep een relatief groot aandeel heeft in de overige inkomens in dit land.

3 Toon met een berekening aan dat het inkomensaandeel van groep 5 in de arbeidsinkomens kleiner is dan het inkomensaandeel van deze groep in de totale inkomens.

Je moet dus het arbeidsinkomen van groep 5 uitdrukken in procenten van het totale arbeidsinkomen.

Het totale arbeidsinkomen in dit land bedraagt 71,85% van het totale inkomen.
In groep 5 wordt 60% van het inkomen dat zij verdienen verdiend met arbeid.

4 Geef een verklaring voor het feit dat de hoogste inkomensgroep een relatief groot aandeel heeft in de overige inkomens in dit land.

Inkomen zijn de primaire inkomens, dus: loon, pacht, huur/rente en winst.
Daarbij kun je een onderscheid maken tussen inkomen uit arbeid (loon) en inkomen uit vermogen (pacht, huur/rente en winst).

1

nivellering – de inkomensverschillen worden kleiner

Een voorbeeld van een juiste berekening is:
38,2 : 9,6 = 3,98 : 1    en dat is een minder groot verschil dan 5,1:1

2

Mogelijkheid 1:

inkom2008_1

€ 156.000 × 2.250.000 = € 351 miljard

Mogelijkheid 2:
0,2 × 11.250.000 × € 14.976 = € 33,696 miljard

inkom2008_2

3

Het totale arbeidsinkomen bedraagt: 0,7185 × € 351 mld = € 252,1935 miljard

Het arbeidsinkomen van groep 5:

inkom2008_3 

Het aandeel van groep 5 in het totale arbeidsinkomen is dan:

inkom2008_4

4

Een verklaring waaruit blijkt dat de hoogste inkomensgroep over relatief veel vermogen beschikt waaruit inkomen wordt ontvangen in de vorm van pacht/huur/rente/winst.

print
2018-02-14T10:38:56+00:00