Examen 2007 – Wie vaart wel bij liberalisering?

Examen 2007 – Wie vaart wel bij liberalisering?

In internationale organisaties is een discussie gaande over liberalisering van de markt voor landbouwproducten in de hoge inkomenslanden. Er is onderzoek gedaan naar de welvaartseffecten van een dergelijke liberalisering. De verwachting is dat afschaffing van de bescherming van de landbouw per saldo zal leiden tot een hogere welvaart dan in een situatie met beschermde landbouw.

In onderstaande tabel staan enkele schattingen van de hoogte van deze welvaartswinst.

Bron – jaarlijkse welvaartswinst na liberalisering van de landbouwsector in de hoge inkomenslanden (× € miljard)

  statische markt dynamische markt
welvaartswinst in hoge inkomenslanden 37 144
welvaartswinst in midden- en lage inkomenslanden 31 99

De geschatte welvaartswinst zal na 15 jaar worden bereikt en vervolgens elk jaar terugkeren. De statische markt gaat uit van ongewijzigd marktgedrag van vragers en aanbieders. De dynamische markt veronderstelt juist dat vragers en aanbieders hun marktgedrag zullen wijzigen als reactie op de liberalisering.

Voorbeelden van een dergelijke wijziging zijn veranderende preferenties van vragers en specialisatie van producenten in de midden- en lage inkomenslanden.

De welvaartswinst in de hoge inkomenslanden ontstaat doordat het welvaartsverlies bij de landbouwers méér dan gecompenseerd wordt door de welvaartswinst bij de consumenten. De midden- en lage inkomenslanden zullen op korte termijn direct profijt hebben van de vrije toegang tot de markten in de hoge inkomenslanden.

1 Beschrijf twee manieren waarop afschaffing van de bescherming van de landbouw welvaartswinst oplevert voor de consumenten in de hoge inkomenslanden.

Welke nadelen ervaart een consument bij landbouwbescherming, die meestal bestaat uit een combinatie van minimumprijzen, importtarieven en opkoopregelingen / exportsubsidies?

2 Leg uit waarom de welvaartswinst in midden- en lage inkomenslanden bij een dynamische markt groter is dan bij een statische markt.

Dynamische markt = vragers en aanbieders wijzigen hun marktgedrag.
Welke aanpassingen zouden (extra) positieve effecten kunnen hebben voor de midden- en lage-inkomenslanden?

In de discussie wijzen tegenstanders van de liberalisering op negatieve effecten voor producenten van landbouwproducten in de hoge inkomenslanden. Dit kan toegelicht worden met behulp van onderstaande grafische weergave van de markt voor een bepaald landbouwproduct in de hoge inkomenslanden.

marktmodel

Op deze markt geldt een minimumprijs van € 60. Een eventueel productieoverschot, dat ontstaat wanneer de marktprijs onder de minimumprijs ligt, wordt met exportsubsidies afgezet op de wereldmarkt. Daar geldt de wereldmarktprijs van € 40. Invoer van buiten de hoge inkomenslanden wordt tegengegaan met invoerheffingen.

3 Arceer in de figuur het totale bedrag aan exportsubsidies dat nodig is.

Een exportsubsidie is een aanvulling op de prijs die export oplevert, zodat de aanbieder uiteindelijk de garantieprijs verdient.
Exportsubsidie hoeft alleen over de producten gegeven te worden die niet op de eigen markt verkocht kunnen worden door de relatief hoge garantieprijs.

Het afschaffen van de minimumprijs betekent op korte termijn inkomensverlies voor de landbouwers in de hoge inkomenslanden.

4 Geef, op basis van de verstrekte informatie over dit landbouwproduct, nog twee andere argumenten waarom de afschaffing van de bescherming van de landbouw kan leiden tot inkomensverlies voor een producent van dit landbouwproduct.

Het inkomen van de landbouwer is zijn omzet (p × q).
Op welke wijze raakt hij nog méér omzet kwijt, naast het verlies van de relatief hoge garantieprijs?

1

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

  • door het afschaffen van garantieprijzen zullen landbouwproducten goedkoper worden, hetgeen de koopkracht van de consumenten doet toenemen;

  • door het afschaffen van productiequota zal het aanbod toenemen, waardoor de prijzen van landbouwproducten kunnen dalen, hetgeen de koopkracht van de consumenten doet toenemen;

  • doordat er geen opkoopregelingen meer zijn, zal er minder belasting nodig zijn, hetgeen kan leiden tot een lagere belastingdruk en een grotere koopkracht voor de consumenten;

  • doordat de markt vrij wordt, komt er een grotere diversiteit aan landbouwproducten beschikbaar voor de consumenten, hetgeen de welvaart (in ruime zin) kan vergroten.

2

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Midden- en lage inkomenslanden zullen zich kunnen specialiseren in voor hen goedkoop te produceren landbouwproducten. Daardoor zal in deze landen de productie sterker stijgen dan alleen uit vrije toegang te verklaren is.

  • De vragers uit de hoge inkomenslanden kunnen een grotere voorkeur krijgen voor (nieuwe) landbouwproducten uit de midden- en lage inkomenslanden. Daardoor zal in deze landen de productie sterker stijgen dan alleen uit vrije toegang te verklaren is.

3

De arcering betreft de rechthoek die wordt gevormd door het prijsbedrag tussen 60 (€) en 40 (€)
en de afzethoeveelheid tussen 140 (× 100.000 ton) en 180 (× 100.000 ton).

antwoord

4

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

  • Doordat invoerheffingen verdwijnen, zal de concurrentie op de markt in de hoge inkomenslanden toenemen, hetgeen kan leiden tot verlies aan marktaandeel en daarmee tot omzetverlies.

  • Indien een producent een deel van de productie wil afzetten op de wereldmarkt, zal hij niet meer gesteund kunnen worden door een exportsubsidie, hetgeen kan betekenen dat deze producent minder omzet realiseert.

print
2018-03-28T07:24:23+00:00