Betalingsbalans

Op de betalingsbalans wordt bijgehouden welke transacties een land verricht met het buitenland in een bepaalde periode (meestal een jaar).
Alle
transacties, zodat een totaaloverzicht ontstaat voor betalingen aan het buitenland en ontvangsten uit het buitenland.

In Nederland wordt de betalingsbalans bijgehouden door het CBS en DNB.

De betalingsbalans bestaat uit drie onderdelen, welke weer verder gesplitst zijn in verschillende deelrekeningen.

betalingsbalans

1. Lopende rekening

  1. Goederenrekening
    Hier worden alle transacties opgeschreven die te maken hebben met de import (=betalingen) en export (=ontvangsten) van (stoffelijke) goederen.
  2. Dienstenrekening 
    Hier worden alle transacties opgeschreven die te maken hebben met de import (=betalingen) en export (=ontvangsten) van diensten (onstoffelijke goederen).
  3. Inkomensrekening
    Er worden ook productiefactoren geleverd aan /gebruikt van het buitenland.
    Bijvoorbeeld een Nederlander die in Duitsland werkt, of een Amerikaanse onderneming die in Nederland een dochteronderneming heeft.
    De betaling voor die productiefactoren (primaire inkomens: loon, huur/pacht, rente/interest, winst) komt op de inkomensrekening.
    NB. het geld gaat dus de grens over!
  4. Inkomensoverdrachtenrekening
    Het gaat hier om bedragen die betaald worden aan of ontvangen worden uit het buitenland, waarvoor geen directe tegenprestatie hoeft te worden geleverd. Bovendien wordt het geld door de ontvanger gebruikt voor consumptieve doeleinden.
    Bijvoorbeeld: sommige vormen van ontwikkelingshulp of de lidmaatschapsbijdrage van Nl. aan de EU.

2. Kapitaalrekening

  1. Vermogensoverdrachtenrekening 
    Het gaat hier om bedragen die betaald worden aan of ontvangen worden uit het buitenland, waarvoor geen directe tegenprestatie hoeft te worden geleverd.
    Bovendien wordt het geld door de ontvanger gebruikt voor investeringsdoeleinden. Bijvoorbeeld: bijdrage van Nederland (ontwikkelingshulp) bij de aanleg van een elektriciteitscentrale in Zambia..
  2. Financiële rekening
    Alle transacties die te maken hebben met buitenlandse investeringen, beleggingen en kredietverlening.
    (LET OP: veel van deze transacties zorgen voor toekomstige transacties op de inkomensrekening).

3. Salderingsrekening

Het zal zelden zo zijn dat in een jaar de betalingen en de ontvangsten aan elkaar gelijk zijn.
Het bedrag dat per saldo aan het buitenland betaald wordt (dan wel: van het buitenland ontvangen wordt) komt op de salderingsrekening.
Dankzij de salderingsrekening zal de totale betalingsbalans in evenwicht zijn (betalingen=ontvangsten)

Formeel evenwicht

Formeel is de betalingsbalans altijd in evenwicht. Reden hiervoor is dat een verschil tussen ontvangsten en betalingen op de salderingsrekening (aan de “verkeerde” kant) wordt geboekt door aan te geven hoeveel er per saldo is ontvangen of betaald.
Bijvoorbeeld:

Een land heeft een tekort op de betalingsbalans
bbtekort
Een land heeft een overschot op de betalingsbalans
bboverschot

Materieel evenwicht

Materieel gezien is een betalingsbalans zelden in evenwicht. We spreken van materieel evenwicht als de totale betalingen aan het buitenland in een bepaalde periode gelijk zijn aan de totale ontvangsten uit het buitenland.

Als we spreken van een overschot of een tekort op de betalingsbalans, dan bedoelen we een materieel overschot/tekort.
In bovenstaande voorbeelden is dus sprake van (links) een materieel tekort van €50 mld en (rechts) een materieel overschot van €200 mld.

Wanneer een land een materieel tekort heeft, moet het in die periode meer betalen aan het buitenland dan zij in die periode verdienen in het buitenland. Omdat betaling aan het buitenland zelden/nooit kan gebeuren in de eigen valuta, moet een land in zo’n geval beschikken over een voorraad buitenlands geld (dollars of de valuta van het betreffende land).
Een land kan dus niet permanent een tekort op de betalingbalans hebben, omdat op een gegeven moment de voorraad vreemd geld op raakt. (Bij ontwikkelingslanden is deze voorraad natuurlijk al lang op / nooit aanwezig geweest).

NB. Alleen de VS kan structureel een tekort op de betalingsbalans hebben, omdat elk land dollars accepteert als betaling.

Fundamenteel evenwicht (basisbalans)

Op de financiële rekening staan alle buitenlandse investeringen, beleggingen en kredieten.
Een (niet onbelangrijk) deel van deze geldstromen heeft een kort, speculatief karakter.
Kenmerk van deze kapitaalstromen is dat zij erg wisselvallig zijn. Hierdoor kunnen deze kapitaalstromen een verkeerd beeld van de werkelijke (‘fundamentele’) stand van de economie.

Bijvoorbeeld:

bbfundamenteel

Deze balans heeft een materieel overschot. 
Dit lijkt de conclusie te rechtvaardigen dat het land in deze periode meer verdient aan het buitenland, dan zij betalen aan het buitenland.
Wanneer de korte (sterk wisselende) kapitaalstromen worden weggelaten, zien we dat het land een (fundamenteel) tekort heeft: 450-500= -50.

In werkelijkheid is de positie van dit land ten opzichte van het buitenland dus helemaal niet zo sterk!

De relatie tussen Kapitaalrekening & Inkomensrekening

Wanneer een land in een bepaald jaar ontvangsten op de betalingsbalans heeft, is het vaak zo dat dit in de toekomst zal leiden tot betalingen op de inkomensrekening.

Voorbeeld 1:

  • In 2008 kwamen er veel buitenlandse beleggers naar Nederland. In 2008 waren dat ontvangsten op de Kapitaalrekening.
  • In 2009 zullen de rente-opbrengsten en dividenduitkeringen (=winst) die bij deze beleggingen horen worden uitgekeerd. De belegger neemt dat geld weer mee naar eigen land: een betaling op de Inkomensrekening.

 

Voorbeeld 2:

  • In 2012 ontvangt de regering van Afghanistan een lening van $ 2 miljard, tegen zeer gunstige voorwaarden: ontvangst op Kapitaalrekening.
  • In 2013 en volgend zal de regering rente moeten betalen over deze lening: betaling op de Inkomensrekening.
  • Uiteindelijk zal ook aflossing moeten worden betaald. Deze staat dan als betaling op de Kapitaalrekening.
print
2016-12-07T16:18:47+00:00