Bestedingen of effectieve vraag

Bestedingen of effectieve vraag

De totale vraag naar goederen en diensten in een land in een bepaalde periode, voor zover die vraag beslag legt op productiefactoren in dat land.

Bestedingen of effectieve vraag

Deze vraag bestaat uit:

  • Particuliere consumptie (C)
    = de vraag naar eindproducten door gezinnen.

  • Particuliere investeringen (I)
    = aanschaf van productiemiddelen door bedrijven.

  • Overheidsbestedingen (O)
    = bestaande uit de consumptieve uitgaven van de overheid en de investeringen van de overheid.

  • Export (E)
    = vraag naar eindproducten vanuit het buitenland.

  • Import (M)
    = in bovenstaande bestedingen zitten ook producten die wij uit het buitenland invoeren. Die leiden niet tot productie in ons land. Daarom moeten we deze import eraf halen.

  • EV = C + I + O + E – M

De hoogte van deze bestedingen is onder andere afhankelijk van:

  • de koopkracht van de inwoners:
    de ontwikkeling van de loonhoogte en de inflatie.

  • de hoogte van de rente:
    goedkoper lenen → meer lenen → meer kopen.

  • het vertrouwen van gezinnen en bedrijven in de toekomst:
    hoger vertrouwen → meer durven lenen → meer uitgeven.

  • de economische ontwikkeling in het buitenland:
    hogere groei in het buitenland → meer export voor ons.

Overheidsbestedingen

Met de overheidsbestedingen legt de overheid zélf beslag op productiefactoren.

De overheidsbestedingen bestaan voor een deel uit consumptieve uitgaven en voor een deel uit investeringen.
Wanneer de overheid goederen of diensten koopt is het beslag op productiefactoren direct duidelijk. Maar ook met het in dienst nemen van ambtenaren legt de overheid beslag op productiefactoren, namelijk de productiefactor arbeid. Daarom is een belangrijk deel van de overheidsconsumptie de ambtenarensalarissen.

Met overdrachtsuitgaven legt de overheid indirect beslag op productiefactoren. Niet de overheid, maar de ontvanger van het geld koopt goederen of diensten.

Pas op:
Ten onrechte worden uitgaven aan sociale verzekeringen vaak bij de overheidsuitgaven genoemd. In principe staan de sociale verzekeringsfondsen financieel los van de overheid. Zij krijgen hun geld binnen via de sociale premies.
Helaas wordt tegen deze scheiding regelmatig gezondigd, zélfs op examens en steeds vaker ook door de overheid zelf. Tóch is het verstandig om deze tweedeling goed in de gaten te houden.

Wanneer er meer werkloosheid is zorgen extra werkloosheidsuitkeringen niet voor meer overheidsuitgaven, wél voor meer uitgaven door de sociale verzekeringsfondsen.
Wanneer de overheid echter ook meer bijstandsuitkeringen moet gaan betalen, stijgen de overheidsuitgaven wél. Bijstand wordt namelijk betaald uit de algemene middelen en behoort tot de overdrachtsuitgaven van de overheid.

Particuliere investeringen

Investeren is het aanschaffen van kapitaalgoederen (productiemiddelen) door bedrijven of de overheid.

Bij de bestedingen staat de “I” voor de particuliere investeringen. De overheidsinvesteringen zijn opgenomen in de “O”.

De totale (bruto) investeringen worden onderverdeeld in:

Indeling investeringen

In het kader van conjunctuur kijken we vooral naar het bestedingseffect van de investeringen:
Wanneer een investering gedaan wordt, dan leidt dat op korte termijn tot extra productie. Ook kapitaalgoederen, zoals machines en gebouwen, moeten immers gemaakt worden.

Behalve een effect op de productie, hebben investeringen nog een effect. Investeringen zorgen er op lange termijn voor dat de productiecapaciteit stijgt. Dit noemen we het capaciteitseffect van investeringen. Dit effect is belangrijk voor de structurele ontwikkeling van de economie.

Ontwikkeling in de tijd

Globaal vertoont de ontwikkeling van de bestedingen in verloop van de tijd een golfbeweging. Omdat deze bestedingen de stand van de conjunctuur weergeven, spreken we daarom ook wel van een conjunctuurgolf.

bestedingen

of globaal getekend:

Conjunctuurgolf

print
2018-02-24T14:17:05+00:00