Test basiskennis

Opgave 1 – basisbegrippen

Geef een zo duidelijk mogelijke omschrijving / definitie van onderstaande begrippen.

a

Zelfbinding

b

Dominante strategie

c

Pareto-optimale uitkomst

d

Nash-evenwicht

e

Meeliftersgedrag

f

Collectieve goederen

g

Negatief extern effect

h

Verzonken kosten

Opgave 2

Gegeven is de volgende spelsituatie:

a

Voorspel de waarschijnlijke uitkomst van deze spelsituatie.

b

Is hier sprake van een gevangenendilemma? Verklaar je antwoord.

c

Noem drie vooronderstellingen die gelden bij deze spelanalyse.

Opgave 3

Gegeven is de volgende spelsituatie:

a

Voorspel de waarschijnlijke uitkomst van deze spelsituatie.

b

Waarom wordt hier gebruik gemaakt van een spelboom en niet van een opbrengstenmatrix? Verklaar je antwoord.

Opgave 4

De gemeente Rotterdam heeft in 2017 besloten om miljoenen euro’s te investeren in een nieuw voetbalstadion in Rotterdam-Zuid.
De plaatselijke voetbalclub heeft een contract getekend waarin de maandelijkse huur wordt afgesproken.

Na een veelbelovende start verloopt de rest van het seizoen 2018/2019 dramatisch. De club degradeert en verlies haar belangrijkste inkomstenbronnen.
Om te kunnen overleven wil de club de maandelijkse huur voor het stadion halveren.

a

Leg uit in hoeverre hier sprake is van een berovingsprobleem.

Een lokale partij in de gemeente vindt dat de club eerst maar eens de salarissen van de spelers moet aanpassen en niet haar problemen moet afwentelen op de gemeente.

b

Leg met behulp van de ruimte op de arbeidsmarkt het dilemma van de club uit.

Opgave 1

a

Er is sprake van zelfbinding als een partij vrijwillig afwijkt van zijn dominante strategie.

b

We spreken van een dominante strategie wanneer een speler – ongeacht de keuze van de ander – steeds kiest voor dezelfde actie.

c

Een uitkomst is Pareto-optimaal wanneer geen enkele speler zich kan verbeteren zonder dat het ten kostte gaat van een ander.

d

In een Nash-evenwicht kan geen enkele speler door alleen zélf iets anders te kiezen zijn opbrengst verbeteren.

e

Meeliftersgedrag ontstaat wanneer iemand (gratis) kan profiteren van de aankoop/inspanning van een ander.

f

Goederen waarvan gebruikers niet uitgesloten kunnen worden en die om die rede door de overheid geleverd worden.

g

Onbedoelde bijwerking van productie/consumptie die een negatieve invloed heeft op de welvaart van een ander dan de consument en producent.

h

Kosten die gemaakt zijn voor een specifiek doel. Deze kosten kunnen op geen enkele andere manier worden terugverdiend.

Opgave 2

a

Als Bedrijf 2 zijn prijs laat dalen, zal Bedrijf 1 zijn prijs laten dalen (310>300)
Als Bedrijf 2 zijn prijs gelijk houdt, zal Bedrijf 1 zijn prijs laten dalen (420>330)

Als Bedrijf 1 zijn prijs laat dalen, zal Bedrijf 2 zijn prijs laten dalen (410>400)
Als Bedrijf 1 zijn prijs gelijk houdt, zal Bedrijf 2 zijn prijs laten dalen (520>450)

b

Ja.
Het Nash-evenwicht is niet optimaal. Beide spelers kunnen zich verbeteren zonder dat de ander erop achteruit gaat (alleen niet door een eenzijdige actie).

c

1.    De keuze wordt gelijktijdig gemaakt
2.    De keuze is een eenmalige situatie
3.    Er is geen overleg tussen beide spelers

Opgave3

a

Bedrijf 2 zal bij toetreden van Bedrijf 1 een hoge prijs kiezen (150>120)
Bedrijf 2 zal bij niet toetreden van Bedrijf 1 een hoge prijs kiezen (200>180)

Bedrijf 1 zal in die wetenschap meer verdienen door toe te treden (80>0)

b

Er is geen sprake van gelijktijdige beslissing.
Bedrijf 2 zal met de prijs reageren NADAT Bedrijf 1 een besluit heeft genomen over toetreding. Voor een sequentieel spel wordt een spelboom gebruikt.

Opgave 4

a

De bouw van het nieuwe stadion is een specifieke investering. De gemeente kan eigenlijk alleen haar investering terugverdienen door het verhuur aan deze club.
Tenzij andere voetbalclubs het kunnen/willen huren of aan het stadion een ander doel gegeven kan worden, is de gemeente afhankelijk van deze huurder. In zo’n geval kan de gemeente beter een lagere huur accepteren dan geen huur (omdat de club failliet gaat). De gemeente wordt zo beroofd van geplande inkomsten.

b

Op de markt voor goede profvoetballers is sprake van krapte. Er zijn veel clubs en relatief weinig spelers. De onderhandelingspositie van de voetballers is dus sterk. En de lonen daarmee hoog.
Als de club de lonen verlaagt, raken zij de goede spelers kwijt en zullen ze waarschijnlijk ook niet meer promoveren.

print
2018-09-14T08:43:29+00:00