Domeinen Ruilen over de Tijd en Goede Tijden, Slechte Tijden

Maecenates is een land dat al jaren kampt met een oplopende staatsschuld. Economen Falco en Colomba analyseren de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de doelmatigheid van de overheidsbestedingen in de periode 2011-2020 aan de hand van de gegevens in figuur 1.

figuur 1  staatsschuldquote en nominale rente Maecenates

Econoom Falco beweert dat er een verband bestaat tussen de staatsschuldquote en de ontwikkeling van het nominaal rentepercentage op staatsobligaties.

1 Geef met behulp van figuur 1 een verklaring voor de ontwikkeling van het nominale rentepercentage op staatsobligaties.

Rente is de prijs op de vermogensmarkt en komt tot stand door vraag en aanbod.
Risico is iets waar aanbieders gevoelig voor zijn.

Econoom Falco beweert dat de dienstverlening van de overheid onder druk komt te staan, als de rente-uitgaven groter worden dan 10% van de overheidsuitgaven. De overheidsuitgaven van Maecenates bedragen 43% van het bbp in 2020.

2 Bereken of de dienstverlening van de overheid in Maecenates in 2020 volgens Falco onder druk komt te staan.

Als je dit soort berekeningen lastig vindt door alle procenten, kun je het soms makkelijker maken door een BBP te verzinnen.
Het gemakkelijkst is dan gewoon 100 (mld euro).

Falco wil dat de staatsschuldquote afneemt door een verhoging van de inkomstenbelasting. Colomba vindt dat een verhoging van de inkomstenbelasting door een uitverdieneffect en een grotere belastingwig, een beperkt effect heeft op de staatsschuld.

3 Leg uit dat een verhoging van de inkomstenbelasting door het uitverdieneffect, een beperkt effect heeft op de staatsschuld.

Het uitverdieneffect geeft aan dat je een gedeelte van je bezuiniging verliest doordat (via de economische ontwikkeling) de overheidsinkomsten lager zullen worden.

4 Leg uit dat een verhoging van de inkomstenbelasting leidt tot een grotere belastingwig en dat daardoor het bbp kan dalen.

De belastingwig is het verschil dat ontstaat tussen loonkosten (voor werkgever) en nettoloon (voor werknemer).
Sommige overheidsmaatregelen hebben (rechtstreeks) gevolgen voor de loonkosten, andere maatregelen juist voor het nettoloon.

Colomba stelt: “De overheidsinvesteringen kunnen via het publiek kapitaal op termijn tot een lagere staatsschuldquote leiden.”

5 Leg de stelling van Colomba uit. Geef daarbij een voorbeeld van publiek kapitaal.

Publiek kapitaal zijn kapitaalgoederen en instituties van de overheid die worden ingezet voor het maatschappelijk belang en/of de economische ontwikkeling.

Bezuinigingen van de overheid verlagen de binnenlandse bestedingen en leiden tot een positief overheidssaldo. Het positieve overheidssaldo leidt via de vermogensmarkt ertoe dat de binnenlandse bestedingen toch kunnen toenemen.

6 Leg uit dat een positief overheidssaldo via de vermogensmarkt kan leiden tot toenemende binnenlandse bestedingen.

Wat is de vermogensmarkt? En hoe noemen we de prijs op deze markt?

1

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • De hogere staatsschuldquote verhoogt het risico op wanbetaling. Beleggers zullen een hogere vergoeding eisen voor dit risico.
  • De hogere staatsschuldquote kan zorgen voor meer vraag naar vermogen (als de staatsschuld is toegenomen). Hierdoor stijgt de rente (op nieuwe obligaties).
2

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • De rente die wordt betaald is 2,4% × 175% van het bbp = 4,2% van het bbp.
    Dat is (4,2% / 43%) × 100% = 9,8% van de overheidsuitgaven.
    9,8% < 10%, dus de dienstverlening komt niet onder druk te staan.
  • De rente die wordt betaald is 2,4% × 175% van het bbp = 4,2% van het bbp.
    10% van 43% = 4,3%.
    4,2% < 4,3%, dus de dienstverlening komt niet onder druk te staan.

Opmerking: de conclusie is noodzakelijk voor toekenning van de maximumscore

3 Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een belastingverhoging leidt tot een lager besteedbaar inkomen, waardoor de consumptie daalt en daarmee (via de effectieve vraag en productie) het inkomen. De opbrengsten van de inkomstenbelasting / indirecte belastingen dalen (uitverdieneffect).
  • Hierdoor zullen de belastinginkomsten minder stijgen dan verwacht waardoor de daling van de staatsschuld ook beperkt is.
4 Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de belastingverhoging zal het verschil tussen de loonkosten en het nettoloon van werknemer stijgen / stijgt de marginale belastingdruk (de wig), waardoor het nettoloon van werknemers daalt.
  • Dit vermindert de prikkel om te werken waardoor de economische activiteit daalt. Hierdoor daalt het arbeidsaanbod en dus de productie (en dus het bbp).
    of
    Dit leidt tot een daling van de consumptie waardoor de vraag naar goederen/diensten daalt. Hierdoor daalt de productie (en dus het bbp).
5 Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Het noemen van een juist voorbeeld van publiek kapitaal en een uitleg dat daardoor het verdienvermogen / de productiviteit stijgt.
  • Een uitleg dat een investering in publiek kapitaal leidt tot een lagere staatsschuldquote via het bbp.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Investeringen in publiek kapitaal zoals infrastructuur / elektriciteitsnet, verhogen de productiviteit / het verdienvermogen van bedrijven door sneller transport / betere energievoorziening,
    of
    Investeringen in publiek kapitaal zoals onderwijs / medische zorg, verhogen de productiviteit / het verdienvermogen van bedrijven door beter geschoold personeel / minder uitval van personeel,
  • hierdoor kan het bbp (op lange termijn) stijgen waardoor de staatsschuldquote daalt.
6 Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Bij een positief overheidssaldo daalt de vraag naar kapitaal en daalt de rente (bij een gelijkblijvend aanbod).
  • Hierdoor worden investeringen aantrekkelijker / sparen minder aantrekkelijk. De investeringen / consumptie stijgen waardoor de binnenlandse bestedingen (per saldo) kunnen toenemen.
print