Domeinen Markten en Samenwerken en Onderhandelen

De centrale overheid in een land probeert de volksgezondheid te verbeteren door een heffing op tabak en alcohol. Per 1-1-2021 wordt ook een heffing ingevoerd op friet: 20% van de verkoopprijs.
De gemeente Sanuscha bestudeert de gevolgen van de invoering van de heffing op friet voor twee cafetaria’s: die van Jan en die van Willem. Beide cafetaria’s zijn eenmanszaken en beide eigenaar-ondernemers betalen inkomstenbelasting. De wethouder van Economische Zaken heeft enkele onderzoekers de opdracht gegeven een pay-off matrix op te stellen om de gevolgen van de heffing te voorspellen.

matrix 1  de verwachte omzetten van twee cafetaria’s in Sanuscha

Toelichting bij de matrix:

  • de omzetten zijn maandgemiddelden en luiden in euro’s. Alle omzetten zijn na afdracht van indirecte belastingen.
  • per cafetaria staat eerst de totale omzet aan friet en vervolgens de totale omzet aan andere producten uit het assortiment
  • de prijs van een zakje friet bedraagt bij beide cafetaria’s vlak voor invoering van de heffing € 2
  • overige prijzen blijven gelijk
  • beide eigenaren-ondernemers streven naar een zo hoog mogelijke totale omzet van het gehele assortiment.
1 Zijn de andere producten uit het assortiment van Jan en Willem gemiddeld genomen vooral complementaire goederen of vooral substitutiegoederen van friet? Leg uit met behulp van de matrix.

In de matrix staan de omzetcijfers van friet en andere producten apart genoemd.
Wat gebeurt er met de omzet van andere producten als friet duurder wordt?

Uit de gegevens uit de matrix is af te leiden dat de vraag naar friet van Willem’s cafetaria prijselastisch is.

2 Toon dit aan door middel van een berekening van de prijselasticiteit van de vraag naar friet van Willem’s cafetaria.

Wat wordt de (producenten)prijs als de heffing NIET wordt doorberekend?
(de heffing is 20% van de verkoopprijs)

Met een bekende prijs kun je vanuit omzet ook de afzet berekenen.

prijselasticiteit

De matrix bevat een voorspelling over de gevolgen van de heffing voor de consumptie van friet in de gemeente Sanuscha.

3 Zal op basis van de gegeven matrix de consumptie van friet afnemen als gevolg van de heffing? Licht je antwoord toe aan de hand van de getallen uit de matrix.

Waar zit het Nash-evenwicht?
Wat betekent dit voor de consumptie van friet?

De gemeente wil dat beide cafetaria’s veel meer gezonde producten in hun assortiment gaan opnemen. Daarom wil ze een bewustwordingscampagne starten op de basisscholen en de middelbare school in de gemeente om de leerlingen te laten kennismaken met gezonde alternatieven.

De onderzoekers stellen dat een succesvolle bewustwordingscampagne de betalingsbereidheid voor friet zodanig kan veranderen dat, bij een ongewijzigd assortiment, beide cafetaria’s op termijn geen winst meer kunnen maken op de verkoop van friet.

4 Leg de stelling van de onderzoekers uit.

Wat gebeurt er met de vraaglijn van friet door deze bewustwordingscampagne?

Om het voor de cafetaria’s aantrekkelijk te maken om te investeren in een assortiment met gezonde producten stuurt de wethouder van Economische Zaken een voorstel naar de centrale overheid. Daarin pleit hij voor het volgende: “De cafetaria’s die hun assortiment voor ten minste 75% uit gezonde producten samenstellen, zouden een fiscale prikkel moeten krijgen in de vorm van een vast bedrag als extra aftrekpost of als extra heffingskorting.” De wethouder wil graag die fiscale prikkel ingevoerd hebben die het best stuurt richting de gewenste verandering van het assortiment.

5 Leg uit welke van beide fiscale prikkels het beste stuurt richting de gewenste verandering van het assortiment.

Hoe heeft iemand een voordeel van een aftrekpost en hoe werkt dat bij een heffingskorting?
Wanneer zou jij als eigenaar het sterkst gestimuleerd worden?

1

complementaire goederen

Wanneer de eigen verkoopprijs van friet wordt verhoogd met de heffing, daalt (de afzet van friet en ook) de totale omzet / de totale afzet aan andere goederen uit het assortiment. Het zijn dus complementaire goederen bij het (hoofd)product friet.

2

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Als Willem de heffing niet doorberekent, dan blijft de verkoopprijs €2.
    Zijn eigen netto prijs na afdracht van de heffing is dan €1,67 (2 / 1,20).
    In die situatie geldt bij TO = € 9.000 en p =1,67 dat de afzet 5.390 stuks is (afgerond).
    In de nieuwe situatie als Willem wel de heffing doorberekent is zijn nettoprijs € 2 en is de afzet 4.000 stuks (8.000 /2)
  • De afname van de vraag naar friet bij Willem is:
    (4.000 – 5.390) / 5.390 × 100% = – 25,8%
  • Ev= %∆Qv /%∆P → Ev= -25,77 / 20 = -1,29
    De elasticiteit is kleiner dan -1, dus is de vraag naar friet elastisch.
3

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Jan heeft als dominante strategie om de prijs van friet gelijk te houden, want € 15.000 is meer dan € 13.500 (totale omzet van het gehele assortiment); en € 15.750 is meer dan € 14.350.
    Voor Willem geldt een analoge redenering: € 13.000 is meer dan € 11.600 euro en € 13.440 is meer dan € 12.350.
    Willem heeft dus dezelfde dominante strategie
  • Omdat beide cafetaria’s de verkoopprijzen van friet gelijk houden, neemt de consumptie van friet niet af.
4

Voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • De (jeugdige) klanten krijgen dan een lagere betalingsbereidheid, waardoor de vraaglijn naar friet naar links verschuift. De cafetaria’s zullen hun verkoopprijzen moeten verlagen
  • Op termijn kan daardoor de kostprijs van friet groter worden dan de verkoopprijs, waardoor er verlies wordt geleden op de verkoop van friet
5

heffingskorting

  • Bij een aftrekpost zal het voordeel van de cafetaria het marginale belastingtarief zijn / Slechts een deel van de aftrekpost zal door middel van een lager belastingbedrag voordelig zijn voor de cafetaria
  • Bij een heffingskorting zal het volledige bedrag in mindering worden gebracht op het belastingbedrag. Dit is een groter voordeel dan een aftrekpost (en zal de transitie naar een gezonder assortiment bevorderen)

 

print