Als je geld over hebt, of geld over kunt houden, heb je de mogelijkheid om te sparen.

De belangrijkste manier van sparen in ons leven is echter het pensioensparen. Voor de meeste mensen gebeurt dat al voordat ze hun geld ontvangen. Zo’n 20% van het inkomen wordt voor hen automatisch in de pensioenspaarpot gestopt door de werkgever.
Mensen, zoals zelfstandige ondernemers, die niet automatisch pensioensparen moeten daar wel serieus rekening mee houden. Zij doen er verstandig aan om zelf iets te regelen.

Behalve voor hun pensioen, sparen mensen omdat:

  • ze een doel hebben
    Zo kunnen mensen bijvoorbeeld sparen voor een nieuwe auto, een vakantie of voor de studie van de kinderen.

  • een buffer willen creëren
    Er kunnen nu eenmaal dingen gebeuren die je niet verwacht. Ook financieel. Het is dus verstandig om een financiële buffer aan te houden, zodat je een onverwachte gebeurtenis kunt opvangen.

  • of om geld te verdienen
    Met geld kun je geld verdienen. Als je spaart, ontvang je rente. Je kunt dus sparen, omdat je op die manier extra geld verdient.
    Maar pas op! Op dit moment is de rente laag en de inflatie vaak hoger. Zelfs als je rente krijgt, kun je er later minder mee kopen. Sparen om geld te verdienen is dus op dit moment eigenlijk niet mogelijk.

Aan de grafiek, gebaseerd op DNB-cijfers in miljoenen euro’s,  zien we dat mensen blijkbaar niet veel sparen om geld te verdienen. De rente daalt, terwijl mensen méér gaan sparen. Blijkbaar is geld verdienen met spaargeld niet het belangrijkste doel.
Wat opvallend is, is dat bij de tijdelijke stijging van de rente veel mensen hun geld voor een periode zijn gaan vastzetten. Op die manier kunnen ze langer profiteren van de gunstigere rente. De ontwikkeling van het totale spaarbedrag is door de rentestijging echter niet veranderd. In januari 2020 hadden de Nederlanders samen voor € 370 miljard aan spaargeld.

Samengestelde rente

Sparen levert rente op. Maar wel heel weinig.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw, waren er spaarrekeningen waar burgers 10% rente op ontvingen. Zoals uit bovenstaande grafiek blijkt, is de spaarrente nu bij alle Nederlandse banken een symbolische 0,01%.
Door geld langere tijd vast te zetten, kan de opbrengst iets stijgen. Maar spaargeld levert momenteel eigenlijk niets op. Grote spaarders moeten vanaf 2020 zelf rente betalen voor het stallen van hun spaargeld.

Rente op spaargeld is een vergoeding per jaar en wordt meestal op 1 januari bijgeschreven op de spaarrekening.
Omdat daardoor het bedrag op de spaarrekening groeit, ontvangt de spaarder het volgende jaar ook rente over de rente van vorig jaar.
Als het geld maar een half jaar op de rekening staat, ontvangt de spaarder uiteraard ook maar de helft van de rente.

We kunnen de eindwaarde van een eenmalige storting met samengestelde rente berekenen met de formule:

En = K × (1 + r)n

Waarbij:
E = eindwaarde
K = kapitaal / de eenmalige storting
r = het rentepercentage
n = aantal periodes

Rentepercentages zijn meestal op jaarbasis. De n in de formule is dan het aantal jaren.
Het is echter ook mogelijk dat rente per maand wordt uitgekeerd. De n in de formule is dan het aantal maanden.

Voorbeeld

Youssef opent een spaarrekening.
Hij ontvangt 2% rente op zijn spaargeld als hij het bedrag 5 jaar laat staan.

Op 1 januari 2020 stort hij € 5.000.

Na 5 jaar zal er op de rekening staan:

€ 5.000 × 1,025 = € 5.520,40

Beleggen

Beleggen is het uitzetten van geld tegen een vergoeding, zoals rente, dividend of een mogelijke koerswinst.

risico en rendementOok sparen is ook een vorm van beleggen.
Maar als je écht geld wil verdienen met geld, kun je beter kiezen voor een andere vorm van beleggen. Hoe meer risico, hoe meer (mogelijk) rendement.

Rendement is de opbrengst van een belegging (of investering) over een jaar, uitgedrukt in een percentage van de daarvoor gemaakte kosten.

rendement formule

De bekendste beleggingsvormen zijn:

  • Spaargeld
    De minst risicovolle beleggingsvorm is een spaarrekening. In Nederland valt een spaarrekening bij een bank onder het depositogarantiestelsel. Dat wil zeggen dat een klant, als de bank failliet gaat, tot een bedrag van € 100.000 terug zal krijgen. Het enige risico dat deze beleggingsvorm kent, is het risico op geldontwaarding door inflatie.
    Geld op een spaarrekening is vaak vrij opneembaar, maar spaarders kunnen er ook voor kiezen om geld voor langere tijd vast te zetten op een spaarrekening. In dat geval levert de spaarrekening meestal een iets hogere rente op.

  • Obligatie
    Een obligatie is een stukje van een lening van de overheid of een bedrijf. De obligatie levert gedurende de looptijd een vast rente op over de nominale waarde van de obligatie. Ook het moment van aflossing ligt vast. Het is dus een behoorlijk veilige manier van beleggen. Maar naast het risico op geldontwaarding door inflatie, zijn er nog twee risico’s:

    • het bedrijf kan niet meer betalen of gaat zelfs failliet
      (bij de overheid is dat risico zeer gering).
    • de rente op spaarrekeningen kan stijgen, terwijl de rente op de obligatie niet verandert. De obligatie levert dan in verhouding minder op. Dat is ook terug te zien in de koers van de obligatie: de verkoopwaarde van de obligatie daalt.
  • Aandelen
    Met het kopen van aandelen krijg de belegger een stukje eigenaarschap van het bedrijf. Er kan op twee manieren geld verdiend worden met aandelen. In de eerste plaats doordat de eigenaar een stukje van de winst van de onderneming ontvangt: dividend. Daarnaast kan er geld verdiend worden door de aandelen duurder te verkopen dan waarvoor ze gekocht zijn.
    Maar hier zitten ook de risico’s. Winst is niet zeker en aandelen kunnen ook in waarde dalen. Een bedrijf kan zelfs failliet gaan. En dan is de aandeelhouder al zijn geld kwijt.

    Aandelen worden verhandeld op de effectenbeurs. Als belegger kun je dat niet zelf. Beleggen kan via een tussenpersoon. Een zogenaamde broker of een commerciële bank.

  • Goederen of onroerend goed
    Geld kan ook belegd worden in huizen of kantoorpanden. De opbrengst wordt dan gehaald uit huuropbrengsten en eventuele winst bij verkoop van het onroerend goed op een later tijdstip.
    Beleggen in andere goederen, zoals wijn / dure auto’s / schilderijen, kan ook een behoorlijk rendement opleveren door ze later met winst te verkopen.

  • Derivaten of termijnhandel
    De meest winstgevende handel, maar ook de meest risicovolle, is de handel in derivaten of de termijnhandel. Dit zijn ingewikkelde constructies gebaseerd op toekomstverwachtingen waarbij de belegger het risico loopt om alles kwijt te raken, maar waarbij het ook mogelijk is om meer dan 100% rendement te halen in vrij korte tijd.

Er zitten niet alleen risico’s aan beleggen. Er moeten ook vaak kosten gemaakt worden. Bijvoorbeeld provisiekosten voor de broker.

Beleggen is eigenlijk alleen verstandig als je het geld niet nodig hebt. Je kunt het immers ook allemaal kwijt raken. Daarom is het in ieder geval verstandig om de risico’s zoveel mogelijk te spreiden. Als de ene belegging slecht gaat, kan dat gecompenseerd worden door andere beleggingen.

print