Opdracht 1

a

Door ingrijpen in de prijsvorming op de markt ontstaat een aanbodoverschot.
Op deze markt is in de prijsvorming ingegrepen middels:

  1. een kartel
  2. een minimumprijs
  3. een maximumprijs
  4. een producentenheffing.
b

Onderstaande figuur beschrijft de markt van product X.
Voor dit product geldt een maximumprijs.

Vergeleken met het evenwichtspunt geeft het gebied c+g:

  1. de groei van het consumentensurplus
  2. het welvaartsverlies
  3. het verlies aan consumentensurplus
  4. het verlies aan producentensurplus
c

De binnenlandse markt van product Q kan als volgt beschreven worden:
Qv = -6P + 48
Qa = P – 1

De wereldmarktprijs van dit product bedraagt 6.
Nadat deze markt jarenlang gesloten was voor het buitenland, stelt het land de grenzen open voor vrijhandel.

Welke bewering is correct?

  1. Geen van de andere antwoorden is juist.
  2. Het land zal 7 producten importeren.
  3. Het land zal 6 producten importeren.
  4. Het land zal 1 product exporteren.

Opdracht 2

Van een landbouwproduct in een land zijn de volgende gegevens bekend:

Qv = -2P + 100
Qa = 2,5P – 25

Waarbij P in eurocenten en Q in miljoen stuks.

Om de producenten op deze markt te beschermen hanteert de overheid een minimumprijs van € 0,35.
Eventuele productieoverschotten worden door de overheid opgekocht en vernietigd.

a Bereken de omvang van het aanbodoverschot.
b Bereken de kosten van het opkopen van een aanbodoverschot voor de overheid.
c Arceer de toename van de som van consumenten- en producentensurplus dat ontstaat door invoering van de minimumprijs.

Opdracht 3

De overheid van land X beschermt haar binnenlandse markt van product Z tegen buitenlandse concurrentie middels een forse invoerheffing.
Bovendien kunnen de producenten rekenen op een garantieprijs van € 0,17.

De binnenlandse markt kan beschreven worden met de volgende collectieve vraag- en aanbodfunctie:
Qv = -10P + 250
Qa = 12,5P – 62,5

(waarbij P in eurocenten en Q in miljoenen)

Op de wereldmarkt geldt een marktprijs van € 0,10.

a

Bereken de omvang van het aanbodoverschot in het land bij de geldende garantieprijs.

b

Bepaal de minimale hoogte van de invoerheffing. Verklaar je antwoord.

c

Bereken de omvang van de import indien de bescherming van de binnenlandse markt door de overheid wordt opgegeven.

d

Arceer de afname van het producentensurplus wanneer de bescherming van de binnenlandse markt door de overheid wordt opgegeven.

nakijken >>>
print