De afgelopen maanden is in een land onder invloed van maatschappelijke onrust het consumenten- en producentenvertrouwen sterk gedaald, waardoor de consumptie en de investeringen zijn gedaald.
Econoom Ana Valderrama onderzoekt de macro-economische ontwikkelingen met behulp van het Keynesiaans kruis en het IS-MB-GA model.
Figuur 1 toont de uitgangssituatie voor de daling van het vertrouwen waarbij Y0 gelijk is aan de potentiële productie. De daling van de bestedingen is alleen nog in het Keynesiaans kruis weergegeven.

figuur 1 Keynesiaans kruis en IS-MB-GA model

Het Keynesiaans kruis toont aan dat het inkomen sterker daalt dan de autonome bestedingen.

1 Leg uit dat het inkomen sterker daalt dan de autonome bestedingen.

Lees: multipliereffect.

Vanuit het Keynesiaans kruis blijkt dat in het IS-MB-GA diagram een negatieve output gap ontstaat. De GA-curve toont daarbij aan dat de productie daalt.

2 Leg aan de hand van de GA-curve uit dat de productie door de schok daalt.

Het gaat hier om een verschuiving langs de GA-lijn. Deze verschuiving kan worden uitgelegd met behulp van prijsstarheid van productiekosten.

Econoom Valderrama stelt: “Ik neem aan dat de centrale bank de beleidsrente aanpast aan de verwachte inflatie en dat ze effectief de rente met één stap aanpassen zodanig dat deze de economie op een output gap van nul brengt.”

3 Teken in figuur 1 de nieuwe IS-curve (IS1), MB-curve (MB1) en GA-curve (GA1) bij het nieuwe evenwicht.
Noteer op de relevante assen in het tweede en/of derde diagram het nieuwe inkomen (Y*), rente (r1) en de inflatie (π1).

Valderrama stelt dat het aanpassingsmechanisme van de economie wordt bepaald door de economische visie van de centrale bank.

4 Leg het verschil uit tussen de monetaristen en de Keynesianen met betrekking tot het aanpassingsmechanisme naar het nieuwe evenwicht.

Volgens de visie van monetaristen zijn de bestedingen rentegevoeliger (dan bij de Keynesiaanse visie).

Econoom Valderrama stelt: “De mate van onzekerheid en de trage transitie van de economie vloeien voort uit cao’s met een lange looptijd. Ik pleit daarom voor cao’s met een kortere looptijd, waardoor de GA-curve steiler wordt en de economie sneller naar het nieuwe evenwicht gaat.”

5 Leg het pleidooi van de econoom uit.

De helling van de GA-lijn heeft te maken met de starheid van de productiekosten. Loonkosten zijn daar een belangrijk onderdeel van.

1

Door het lagere producenten-/consumentenvertrouwen dalen de autonome investeringen / consumptie. Dit leidt tot een lagere effectieve vraag, en daarmee tot een lager inkomen. Door het lagere inkomen daalt de consumptie / vraag verder (multiplierwerking). Hierdoor ontstaat een nog lager inkomen (dat meer is gedaald dan de autonome bestedingen).

2

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de daling van het inkomen daalt de inflatie. Door de lagere inflatie (dan verwacht) zijn de reële productiekosten gestegen, omdat lonen en inkoopprijzen nog vastliggen.
  • Door de hogere reële productiekosten wordt produceren duurder / dalen de winstmarges, waardoor de productie daalt.
3

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Verschuiving GA-curve omlaag met exact het verschil tussen de inflatie π0 en de lagere inflatie door de schok π1.
    Op de nieuwe GA-curve komt er bij het nieuwe inkomen (Y0= Y*) een nieuwe inflatie tot stand op basis van de lagere inflatieverwachtingen: π1
  • Verschuiving IS curve naar links en MB curve omlaag, waarbij snijpunt IS1=MB1 bij Y0= Y*

4

Keynesianen stellen dat monetair beleid zwak is en zullen de rente weinig verlagen bij een lagere inflatie. De monetaristen verschuiven de MB-curve sterker bij een verandering van de inflatie, waardoor bij een monetaristische visie de economie sneller terugkeert naar het oude evenwicht / de potentiële productie dan bij de Keynesianen.

5

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als deze (loon- en inkoop)contracten vaker worden heronderhandeld, passen de prijzen zich sneller aan (aan de inflatie), en veranderen de reële productiekosten minder bij een hogere/lagere inflatie.
  • De helling van de GA-curve (Δπ/ΔY) wordt groter / de GA-curve wordt steiler. Hierdoor zal de productie minder reageren op een verandering van de inflatie waardoor de economie sneller in het evenwicht komt.
print