Domeinen Markten, Welvaart en groei  en GTST

In een euroland belast de overheid in 2019 de winstuitkeringen (dividenden) van binnenlandse en buitenlandse beleggers met een tarief van 15%. De eerste € 10.000 wordt vrijgesteld van belasting.

1 Is de dividendbelasting in 2019 een voorbeeld van een degressieve, een progressieve of een proportionele belasting? Motiveer je keuze.

Aan te tonen door te kijken naar verloop gemiddelde belastingdruk.
Je MAG dit soort vragen ook beantwoorden met een rekenvoorbeeld.

Per 1-1-2020 is minister Hoeksma van Financiën van plan om de dividendbelasting af te schaffen. Zij wil daarmee buitenlands kapitaal aantrekken. Ze mikt hierbij op de hogere inkomens, die over het algemeen relatief meer beleggen in aandelen dan de lagere inkomens.
Om de gevolgen van Hoeksma’s voorstel op de aandelenmarkt van het land te analyseren gebruikt ze het volgende vereenvoudigde model:

 

  marktmodel van aandeel X voor het afschaffen van de dividendbelasting marktmodel van aandeel X na het afschaffen van de dividendbelasting
vergelijking (1) Qv = -2K + 9.000 Qv = -2K + 9.600
vergelijking (2) Qa = 398K – 5.000 Qa = 348K – 5.000
Legenda:
Qv = Collectieve vraag naar aandeel X in stuks
Qa = Collectief aanbod van aandeel X in stuks
K = Koers per aandeel X in euro’s

Toelichting: Aandeel X is al jaren in omloop en betreft een eigendomsbewijs van een belangrijke multinational. Aandelenkoers K wordt beschouwd als een goede indicator voor de algehele koersontwikkelingen op de aandelenbeurs in het land.

2 Verklaar de verandering van de betalingsbereidheid in vergelijking (1) én de verandering van de verkoopbereidheid van beleggers in vergelijking (2).

Bedenk (of schets) eerst naar welke kant de vraag- en aanbodlijn zijn verschoven.
Koppel daarna de verschuiving aan de afschaffing van de dividendbelasting.

Minister Hoeksma stelt dat de verwachte koerswinst op de aandelenmarkt als gevolg van de afschaffing van de dividendbelasting meer dan 10% is.

3 Toon met een berekening aan dat de verwachte koerswinst meer dan 10% zal zijn.

De markt is geschetst als volkomen concurrentie. K (koers) komt dus tot stand als een evenwichtsprijs.

De afschaffing van de dividendbelasting leidt tot koersstijgingen op de aandelenmarkt. Hierdoor zal het consumentenvertrouwen toenemen en kunnen uiteindelijk inverdieneffecten optreden.

4 Leg uit dat bij afschaffing van de dividendbelasting inverdieneffecten kunnen optreden.

De overheid is degene die een inverdieneffect heeft.
Die een deel van de “uitgaven” terug verdient. In dit geval via het gestegen consumentenvertrouwen.

Minister Dams van Sociale Zaken is tegen het voorstel van haar collega van Financiën. Minister Dams kijkt daarbij naar de volgende tabellen:

tabel 1  ontwikkeling arbeidsinkomensquote in het land en in vier buurlanden

  2000 2005 2010 2015 2019
AIQ in eigen land 0,74 0,73 0,71 0,69 0,68
Gemiddelde AIQ in vier buurlanden 0,87 0,88 0,89 0,90 0,90

tabel 2  ontwikkeling van de Gini-coëfficiënt van de secundaire inkomensverdeling in het land

2000 2005 2010 2015 2019
0,49 0,52 0,52 0,55 0,56

Minister Dams beweert onder meer met verwijzing naar bovenstaande tabellen het volgende:

  • “Buitenlandse ondernemingen zouden sowieso meer beleggen in ons land zonder het afschaffen van de dividendbelasting. Een aanwijzing hiervoor is de structurele ontwikkeling van de arbeidsinkomensquote.”

  • “Ik vind het verwachte gevolg van het afschaffen van de dividendbelasting op de secundaire inkomensverdeling in het land hoogst ongewenst.”

Minister Dams schrijft een reactie aan haar collega van Financiën om haar twee beweringen voor de volgende kabinetsvergadering alvast uit te leggen.

5 Schrijf de reactie namens minister Dams.

Bewering 1: als het aandeel van arbeid in het totale inkomen daalt. Welk inkomensaandeel zal dan waarschijnlijk zijn toegenomen?

Bewering 2: wat zegt de ontwikkeling van de Gini-coëfficiënt over de nivellering/denivellering in het land?

Vergeet niet je antwoord te koppelen aan de context van de afschaffing van de dividendbelasting.

1

progressieve belasting

Er is sprake van een proportioneel tarief met een vaste vrijstelling. Dit leidt tot een progressief tarief doordat de vrijstelling met het stijgen van het dividendbedrag een steeds kleiner voordeel oplevert / het stijgen van het dividendbedrag tot een stijgend gemiddeld heffingspercentage leidt.

2

Voorbeelden van een juiste verklaring:

  • van de verandering in vergelijking (1) zijn (één van de volgende):
  • Er komt ongeacht de aandelenkoers K meer vraag naar aandeel X, omdat beleggen in het land en ook in X interessanter wordt, want de winstuitkeringen aan de aandeelhouders van X worden niet meer belast (met dividendbelasting) / het netto dividendrendement stijgt.
  • Bij de huidige koers is de prijsgevoeligheid van de vragers naar aandeel X afgenomen. Hierdoor wil men ook bij hogere koersen aandelen kopen.
  • van de verandering in vergelijking (2) zijn (één van de volgende):
  • De bezitters van aandelen (waaronder X) weten dat hun aandelen meer waard worden voor andere beleggers. Hierdoor zijn ze pas bereid om tegen een hoger bod hun aandelen te verkopen (snijpunt met Y-as gaat omhoog van 12,56 naar 14,37).

  • Bij de huidige koers is de prijsgevoeligheid van de aanbieders van aandeel X toegenomen. Beleggers zullen hierdoor pas bij een hogere koers hun aandelen verkopen.
3

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Qv = Qa
    -2K + 9.000 = 398K – 5.000 → dus K was 35 euro.
     
    Na afschaffen van dividendbelasting volgt eenzelfde berekening:
    Qv = Qa
    -2K + 9.600 = 348K – 5.000 → dus K is 41,71 euro
  • koersstijging = (41,71 – 35) / 35 × 100% ≈ 19,2% (en dat is meer dan 10%)
4

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Door de afschaffing van de dividendbelasting zullen de inkomsten voor de overheid afnemen
  • Een toename van het consumentenvertrouwen (als gevolg van een toename van de particuliere vermogenspositie) leidt tot stijging van de bestedingen, waardoor de overheid meer (indirecte) belastinginkomsten ontvangt
5

Een voorbeeld van een juiste reactie bij de eerste bewering is:

  • Door de verlaging van de arbeidsinkomensquote in het land stijgt de winstquote (bij gelijkblijvende rente- en huur/pachtquotes), terwijl de winstquote in de buurlanden op lange termijn (vrijwel) gelijk blijft.
    Van iedere verdiende euro gaat een groter deel naar winst en dus is het aantrekkelijker om in dit land te beleggen.

Een voorbeeld van een juiste reactie bij de tweede bewering is:

  • Met name de hoge inkomens beleggen relatief meer in aandelen, waardoor zij een relatief groter voordeel genieten van de afschaffing van de dividendbelasting. Hierdoor zal er een verwachte denivellering plaatsvinden tussen de hoge en lage inkomens
  • Uit tabel 2 blijkt dat de Gini-coëfficiënt is gestegen. Dit wijst op een grotere scheefheid / relatief grotere inkomenskloof tussen lage en hoge inkomensklassen. De afschaffing van de dividendbelasting zal de scheefheid verder vergroten en dat is volgens de minister van Sociale Zaken ongewenst.
print