Test basiskennis

Opgave 1 – basisbegrippen

Geef een zo duidelijk mogelijke omschrijving / definitie van onderstaande begrippen.

a

 Risico-aversie

b

Nalatig gedrag

c

Rendement

d

Solidariteit

e

Bonus-malusregeling

Opgave 2 – averechtse selectie

a

 Leg het proces van averechtse selectie uit bij een verzekering.

b

Leg uit waarom averechtse selectie alleen kan ontstaan op een markt waar de consument vrije keus heeft.

c

Leg uit hoe een vrijwillig eigen risico de averechtse selectie kan beperken.

Opgave 3 – diverse

a

 Leg uit welke twee positieve effecten een verplicht eigen risico bij een verzekering heeft.

b

Leg met behulp van een voorbeeld uit wanneer er sprake is van een princial-agent-probleem.

c

Leg uit waarom een VoF vaak goedkoper kan lenen dan een Eenmanszaak.

Opgave 1

a

Het feit dat (de meeste) mensen geen/weinig risico willen lopen.

b

Risicovoller gedragen omdat de financiële gevolgen voor een ander zijn.

c

 rendement formule

d

Het gezamenlijk dragen van risico ongeacht de mate van het eigen risico.

e

Regeling bij verzekering waarbij de premie afhankelijk is van het claim-verleden.

Opgave 2

a
  1. Door asymmetrische informatie is
  2. de premie voor alle klanten hetzelfde (uniforme premie)
  3. omdat de betalingsbereidheid van de klanten niet hetzelfde is, zullen mensen met weinig risico afhaken
  4. de verzekeraar blijft daardoor met een groep klanten zitten die relatief veel schade claimen. Hij zal de premie moeten verhogen
  5. waardoor weer meer goede risico’s afhaken…enz..
b

Alleen als de verzekering vrijwillig is kunnen de goede risico’s daadwerkelijk als klant vertrekken.

c

Alleen goede risico’s verwachten weinig kosten in de toekomst.
Alleen goede risico’s zijn bereid om meer zelf te betalen bij schade (omdat ze verwachten dat dat toch niet zal gebeuren).
Met deze bereidheid geven de klanten dus informatie over hun risico.
Hierdoor kan de verzekeraar korting geven aan goede risico’s, die daardoor minder snel zullen vertrekken.

Opgave 3

a
  1. Het verlaagt de kosten voor de verzekeraar, omdat klanten een deel zelf betalen.
  2. Het beperkt moreel wangedrag, omdat klanten voorzichtiger worden indien ze zelf een deel van de schade moeten betalen.
b
  • Benoem in het voorbeeld wie principaal (opdrachtgever) en agent (opdrachtnemer) zijn.
  • Geef aan op welke manier de agent over MEER informatie beschikt (asymmetrische informatie).
  • Geef aan op welke wijze de doelstelling van agent conflicteert met de doelstelling van de principaal.
c

De risico’s voor de kredietverstrekker zijn kleiner, omdat hij meerdere personen aansprakelijk kan stellen voor de schulden.
Hoe lager het risico, hoe lager de risicopremie, hoe lager de rente.

print
2017-11-11T16:09:17+00:00