Test basiskennis

Opgave 1 – basisbegrippen

Geef een zo duidelijk mogelijke omschrijving / definitie van onderstaande begrippen.

a

Extern effect (2 omschrijvingen)

b

Pareto-optimaal (2 omschrijvingen)

c

Marginale kosten

d

Productdifferentiatie

e

Prijsdiscriminatie

f

Homogeen goed

g

Complementair goed

h

Kartel

Opgave 2 – marktvormen

a

Noem de kenmerken van een markt van volkomen concurrentie.

b

Leg uit waarom de kans op prijsconcurrentie op een oligopolistische markt klein is.

c

Van welke marktvorm is sprake bij bovenstaande afbeelding.

d

Welke prijs wordt gevraagd als er gekozen wordt voor het maximaliseren van de totale winst? Verklaar je antwoord.

e

Arceer het maatschappelijk welvaartsverlies dat ontstaat door deze marktvorm. Verklaar je antwoord.

Opgave 3

Een markt van volkomen concurrentie wordt beschreven met de volgende collectieve vraag- en aanbodfunctie:

Qv = -10P + 5.000
Qa = 15P – 3.000

waarbij P is de prijs in centen per kilo en Q de hoeveelheid in 1.000 kilogram.

a

Bereken de prijselasticiteit van de vraag in de evenwichtssituatie.

b

Zal de omzet van de producenten bij een prijsverhoging stijgen of dalen? Verklaar je antwoord zonder verdere berekening met behulp van de berekende elasticiteit.

Een onderneming op deze markt heeft:

  • een productiecapaciteit van 2.000 kilo
  • TK = 1,8Q + 2000

waarbij TK = totale kosten in euro’s en Q hoeveelheid in kilo’s

c

Hoeveel kilo moet deze onderneming produceren indien zij haar winst wil maximaliseren? Verklaar je antwoord.

d

Bereken het afwentelingspercentage indien de overheid de productie belast met een heffing van 25%.

e

Bereken de kosten voor de overheid, indien de overheid op deze markt (vanuit de uitgangssituatie) een minimumprijs instelt van € 3,50.

Opgave 1

a

Voorbeeld van een goed antwoord:

  • Onbedoelde bijwerking van productie of consumptie die invloed heeft op de welvaart van iemand anders (dan producten of consument).
  • Effect dat niet in de prijs van het product verwerkt is.
b

Voorbeeld van een goed antwoord:

  • Situatie waarbij geen partij zichzelf kan verbeteren, zonder dat dit ten kostte gaat van een ander.
  • 1)    Situatie waarbij de som van consumenten- en producentensurplus maximaal is.
c

Extra kosten per extra product.

d

Aanpassen van product zodat het in de ogen van de consument gaat verschillen van andere producten / aanbieders.

e

Voor economisch hetzelfde product verschillende prijzen berekenen aan verschillende groepen consumenten.

f

Goederen van diverse aanbieders zijn in de ogen van de consument identiek → er zijn geen prijsverschillen tussen deze aanbieders.

g

Goederen die elkaar aanvullen in het gebruik.

h

Afspraken tussen economisch zelfstandige bedrijven gericht op het beperken van de concurrentie. Meestal illegaal.

Opgave 2

a
  • Veel vragers en veel aanbieders
  • Homogeen product
  • Transparante markt
  • Vrije toe- en uittreding
  • (geen invloed op de prijs)
b

Vanwege het aantal aanbieders is de markt transparant. Prijsverlagingen worden door concurrenten en consumenten snel gezien.
Door het snel reageren op die prijsverlagingen, raken aanbieders uiteindelijk alleen maar omzet kwijt. Het risico op een prijzenoorlog is te groot.

c

Onvolkomen concurrentie → de GO-lijn laat zien dat de producent invloed heeft op de prijs.

d

Maximale winst: productieomvang bij MO = MK
Q = 8 mln stuks
P = GO = € 400

e

Opgave 3

a

In de evenwichtssituatie. Dat is een vast punt, dus puntberekening.

Evenwicht: P = 320, Q = 1.800

 

b

Vraag is prijselastisch. Dat wil zeggen dat de vraag relatief meer daalt dan de prijs stijgt. De omzet zal dan afnemen.

c

Er is sprake van volkomen concurrentie: P = MO = 3,20
Er is sprake van proportioneel variabele kosten: GVK = MK = 1,8

In dat geval wordt maximale winst behaald bij productiecapaciteit van 2.000 kilo. (elk extra product laat de winst weer stijgen met 1,40).

d

Op productie, dus via producent, dus via Qa

Qa = 15P – 3.000
P = 1/15 Q + 200 (× 1,25)
P = 0,0833Q + 250
Q’a = 12P – 3.000

Prijsverhoging consument: 363 – 320 = 43
Accijns: 363 : 125 × 25 = 73

Afwenteling: 43 van de 73 ≈  59%

e

Qv = -10×350 + 5.000 = 1.500 (1,5 mln kg)
Qa = 15×350 – 3.000 = 2.250 (2,25 mln kg)

Overschot: 750.000 kg
Opkopen tegen € 3,50
Kosten: € 2.625.000

print
2018-09-12T14:50:02+00:00