Voor het vak economie zijn de volgende rekenvaardigheden van belang:

basisrekenvaardigheden toepassen lineaire vergelijkingen, beschrijvende statistiek en grafieken
  • rekenregels optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen,
  • positieve en negatieve getallen
  • breuken en decimalen
  • procenten en promillen
  • procentuele verandering
  • verhoudingen en schatting
  • werken met eerstegraadsvergelijkingen
  • oplossen van een stelsel van vergelijkingen via substitutie
  • werken met assenstelsels (X en Y) en kwadranten
  • indexcijfers: partieel, samengesteld (gewogen)
  • grafieken: lijn, staaf, cirkel; enkelvoudig en samengesteld
  • tabellen: rijen/kolommen, indeling in klassen (decielen e.d.), cumuleren
  • gemiddeldes: gewogen en ongewogen

 

Basisvaardigheden!

Dit zijn basisvaardigheden die je op de basisschool en in de eerste drie jaar van de middelbare school hebt gehad. Als je bepaalde onderdelen moeilijk vind, is het belangrijk dat je jezelf daarin traint.

Rekenen en wiskunde mogen geen afleiding vormen als je met economie bezig bent!
Dat wil zeggen dat als je een vraaglijn moet tekenen je aandacht niet bij het rekenen en tekenen moet liggen, maar bij de betekenis van de lijn.