Voor het vak economie zijn de volgende rekenvaardigheden van belang:
| basisrekenvaardigheden toepassen |
lineaire vergelijkingen, beschrijvende statistiek en grafieken
|
- rekenregels optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen,
- positieve en negatieve getallen
- breuken en decimalen
- procenten en promillen
- procentuele verandering
- verhoudingen en schatting |
- werken met eerstegraadsvergelijkingen
- oplossen van een stelsel van vergelijkingen via substitutie
- werken met assenstelsels (X en Y) en kwadranten
- indexcijfers: partieel, samengesteld (gewogen)
- grafieken: lijn, staaf, cirkel; enkelvoudig en samengesteld
- tabellen: rijen/kolommen, indeling in klassen (decielen e.d.), cumuleren
- gemiddeldes: gewogen en ongewogen |
|
|
Er zijn veel manieren waarop geleerd wordt te rekenen met procenten. Sommigen gebruiken een kruistabel, anderen rekenen terug naar 1% en weer anderen gebruiken een standaard formule. In dit deel worden alle drie manieren getoond. Kies de methode die je zelf het makkelijkst vindt. |
|
Lees meer...
|
Om de ontwikkeling van verschillende grootheden (prijzen, inkomen, productievolume, enz) ten opzichte van elkaar goed te kunnen vergelijken wordt vaak gebruik gemaakt van indexcijfers.
Elk examen bevat sommen met indexcijfers. Zorg er dus voor dat je het onderstaande goed beheerst!! |
|
Lees meer...
|
Wanneer alle onderdelen van een reeks even belangrijk zijn, berekenen we een enkelvoudig gemiddelde.
Zijn de onderdelen niet even belangrijk, dien je een samengesteld gewogen gemiddelde uit te rekenen. |
|
Lees meer...
|
Differentiëren wordt in de vwo-stof van het vak economie nog wel eens gebruikt. De uitleg hiervoor is in drie onderdelen verdeeld:
- Een algemene inleiding over differentiëren:
uitleg over wat je nu eigenlijk doet met differentiëren en uitleg van de standaard regel (uit de wiskunde)
- Een toepassing van het differentiëren: MO en MK
- Een andere toepassing van differentiëren: de puntelasticiteit.
|
|
Lees meer...
|
|
Stoeien met vergelijkingen |
|
Rekenen met vergelijkingen komt regelmatig terug bij het vak economie. Het is een stukje wiskunde dat alle leerlingen in de onderbouw gehad hebben, maar dat soms tóch leidt tot problemen bij economie. Oefen goed, zodat het stoeien met vergelijkingen geen struikelblok vormt. |
|
Lees meer...
|
Om in grafieken waarin waarden per product staan tóch totaalbedragen aan te kunnen geven, moet je gebieden arceren.
We maken daarbij gebruik van het eenvoudige gegeven dat: Lengte x Breedte = Oppervlakte rechthoek |
|
Lees meer...
|
|
|