| Antwoorden gemiddelde |
Opgave 1
Opgave 2
Opgave 3
|
| 5 | De andere artikelen (55% van de uitgaven) zijn blijkbaar níet in prijs veranderd (indexcijfer = 100) Zet ook de genoemde prijsstijgingen om in indexcijfers Daarna kun je een gewogen gemiddelde berekenen van de prijsstijgingen: ![]() ⇒ een gemiddelde stijging van 2,25% |
Opgave 5
| 6 | Gebruik de formule: ![]() A ⇒ ![]() B ⇒ ![]() C ⇒ 126,7 D ⇒ 91,4 |
| 7 | Ongewogen, dus je hoeft geen rekening te houden met wegingsfactoren.![]() |
| 8 | ![]() Gewogen gemiddelde = ![]() |
Opgave 6
| 9 | Zet eerst de prijsveranderingen om in indexcijfers Je hoeft de weging niet om te rekenen naar procenten: de euro's geven ook weer hoe belangrijk elke uitgave is (verhouding) ![]() De kosten van levensonderhoud zijn dus met 2,7% toegenomen. |
Opgave 7
| 10 | We kunnen dit oplossen door het onbekende aandeel van benzine in de formule te zetten (met de letter A). Het gewogen gemiddelde moet uitkomen op 102,4 ![]() 108A + ((100-A)x102) = 10240 108A + (10200 - 102A) = 10240 108A - 102A = 10240 - 10200 6A = 40 A = 6,67 Dus benzine heeft een wegingsfactor van 6,67% |







⇒ een gemiddelde stijging van 2,25%






