Aanschaffen van kapitaalgoederen (productiemiddelen) door bedrijven of de overheid.
Omschrijving
De totale (bruto) investeringen worden onderverdeeld in:

Om te kunnen investeren, moeten bedrijven vaak geld lenen. Daarom is de omvang van de investeringen mede afhankelijk van de hoogte van de rente.
Daarnaast zal bij de beslissing om te investeren gekeken worden naar:
- de mate waarin op dat moment de productiecapaciteit gebruikt wordt (bezettingsgraad),
- de toekomstverwachtingen/afzetverwachtingen en
- de kosten van alternatieven, zoals loonkosten of productieverplaatsing vaan het buitenland.
Bij investeringen in vaste kapitaalgoederen maken we onderscheid tussen breedte- en diepte-investeringen. Hierbij wordt gekeken of de investering arbeidsbesparend is of niet.
Breedte investering -
investering waarbij de kapitaalintensiteit constant blijft
| |
Vóór de inverstering |
De investering |
| hoeveelheid Kapitaal |

|

|
| 1 machine |
1 nieuwe machine (van hetzelfde soort) |
| hoeveelheid Arbeid |

|
 |
| 2 arbeidsjaren |
ook 2 arbeidsjaren |
| Verhouding A/K |
2/1 (2) |
2/1 (2) |
| Conclusie: In verhouding wordt vóór en ná de investering dezelfde hoeveelheid arbeid per machine gebruikt. |
Diepte investering -
investering waarbij de kapitaalintensiteit stijgt (arbeid wordt vervangen door kapitaal)
| |
Vóór de inverstering |
De investering |
| hoeveelheid Kapitaal |

|

|
| 1 machine |
1 nieuwe machine |
| hoeveelheid Arbeid |

|
 |
| 2 arbeidsjaren |
nog maar 1 arbeidsjaar |
| Verhouding A/K |
2/1 (2) |
1/1 (1) |
Conclusie: In verhouding wordt ná de investering relatief minder arbeid per machine gebruikt.
Diepte-investeringen zijn over het algemeen dus arbeidsbesparend. |
Capaciteitseffect en Bestedingseffect
Wanneer een investeringen gedaan wordt (bijvoorbeeld de aanschaf van een nieuwe machine), dan leidt dat op korte termijn tot extra productie. Ook kapitaalgoederen moeten immers gemaakt worden. Het effect op de productie-omvang noemen we het bestedingseffect.
Behalve een effect op de productie, hebben investeringen nog een effect: investeringen zorgen er (op lange termijn) voor dat de producticapaciteit stijgt. Dit noemen we het capaciteitseffect van investeringen.
Verwarring
In het dagelijks taalgebruik wordt het begrip investeren ook vaak gebruik voor gewone burgers (consumenten). Als bijvoorbeeld een nieuw huis wordt gekocht wordt gesproken over 'een goede investering'.
Bij het vak economie kunnen echter alleen bedrijven of de overheid investeren.
Kapitaalgoederen zijn productiemiddelen. En alleen bedrijven of de overheid kunnen produceren. Dus kunnen ook alleen bedrijven of de overheid investeren!
Niet waar:
'investeren is ergens geld in stoppen om er later mee te kunnen verdienen'
Deze omschrijving is FOUT. Het dekt eerder het begrip 'beleggen' dan het begrip 'investeren'.
|