Het bedrag waarmee de totale kosten van het bedrijf toenemen als het bedrijf één extra product produceert.
Omschrijving
Omdat de constante kosten niet afhankelijk zijn van de omvang van de productie, kunnen bij een stijging van de productie extra kosten alleen veroorzaakt worden door de variabele kosten. Als deze variabel kosten per product bovendien ook nog steeds hetzelfde bedrag zijn (bijv. € 5,-; we spreken dan van proportioneel variabele kosten), zullen de totale kosten van het bedrijf steeds met € 5,- stijgen als er één extra product wordt gemaakt. Dus bij proportioneel variabele kosten geldt: GVK = MK.
Je kunt de marginale kosten natuurlijk ook uitrekenen door de stijging van de kosten te verdelen over het aantal producten dat extra gemaakt is (dus delen door extra productie): of 
Als je bijvoorbeeld 50 producten méér maakt dan voorheen en de kosten zijn daardoor met € 1000,- toegenomen, zijn de marginale kosten € 20,- ( € 1000 : 50 producten = € 20,- per product).
Differentiëren
De MK kunnen ook worden berekend door de TK te differentiëren. Door de TK-functie te differentiëren kijk je immers naar de stijging van de TK bij een bepaalde productieomvang.
- er kan sprake zijn van proportioneel variabele kosten (zoals in het bovenstaande voorbeeld/grafiek) dwz. elk product heeft dezelfde variabele kosten (in voorbeeld: 20)
- er kan spreke zijn van niet-proportioneel variabele kosten (in alle andere gevallen) dwz. dat de gemiddelde variabele kosten niet steeds hetzelfde bedrag zijn.
Aangezien de variabele kosten de omvang van de marginale kosten bepalen verschillen de conclusies voor MK voor beide gevallen
| proportioneel variabele kosten |
niet-proportioneel variabele kosten |
Elk product heeft dezelfde variabele kosten.
Bijvoorbeeld € 20,- per stuk.
TK = 20·q + 100.000
dus: TVK = 20·q |
 |
De marginale kosten (MK) kunnen we nu bepalen door de eerste afgeleide van TK of TVK te nemen: MK = 20
We zien dat ook in de grafiek: elk product dat extra gemaakt wordt laat de TK met € 20,- (de GVK) stijgen
Deze maginale kosten zien er in een grafiek als volgt uit:
|
Er zijn verschillende mogelijkheden, maar de meest gebruikelijke is een kostenfunctie die er bijvoorbeeld als volgt uit ziet:

| In de grafiek kunnen we zien dat uitbreiding van de productieomvang met één eenheid, niet steeds dezelfde kostenstijging (MK) met zich mee brengt. |
 |
De marginale kosten (MK) kunnen we nu bepalen door de eerste afgeleide van TK of TVK te nemen:

In een grafiek ziet dat er als volgt uit:
|
|