top
logo

Login




Kruislingse elasticiteit
Bij de kruiselingse elasticiteit gaat het om de mate waarin de vraag naar een product reageert op een prijsverandering van een ander product.

Omschrijving

Bijvoorbeeld: met hoeveel procent zal de vraag naar koffiemelk dalen als de prijs van koffie hoger wordt?


Segmentelasticiteit Puntelasticiteit


Bijvoorbeeld:
door een prijsstijging van koffie met 5% neemt de vraag naar thee met 2,5% toe.

De kruiselingse elasticiteit bedraagt dan + 0,5.
 


Bijvoorbeeld:
Qv1 = -5P1 + 2P2 +0,004Y + 400

In de uitgangssituatie geldt dat
P1 = 25;  P2 = 50; Y = 40.000, waardoor Qv = 535

De kruiselingse elasticiteit is dan:


Complementaire goederen: Ek < 0

Complementaire goederen zijn goederen die elkaar aanvullen in het gebruik. Zoals benzine en auto's; mobiele abonnementen en mobieltjes; patat en mayonaise.

Wanneer de prijs van mobiele abonnementen daalt, zal de vraag naar mobieltjes stijgen. Er is dus een negatief verband (tussen p2 en qv1).

Een elasticiteit omschrijft het verband tussen oorzaak en gevolg. Een negatief verband zal dus ook een negatieve waarde voor de elasticiteit opleveren.
Immers:
  %ΔP2   x    Epv  =   %ΔQv1  
een prijsdaling van product 2 -5%    x    -2     =   +10% heeft een stijging van de vraag naar product 1 tot gevolg
een prijsstijging van product 2 +5%  x    -2    =   -10% heeft een daling van de vraag naar product 1 tot gevolg.

Dit negatieve verband geldt voor alle complementaire goederen:
  • als de prijs van koffie stijgt, zal minder koffie gedronken worden en daardoor ook minder koffiemelk gevraagd worden (vraag daalt).
  • als de prijs van fotocamera's daalt, zullen meer camera's verkocht worden, meer foto's gemaakt worden en dus meer rolletjes verkocht worden (vraag stijgt).

Substitutie goederen: Ek > 0

Substitutiegoederen zijn goederen die elkaar in het gebruik kunnen vervangen. Zoals auto, fiets en trein; koffie en thee; vaste telefonie en mobiele telefonie.

Wanneer de prijs van koffie stijgt, zullen mensen eerder thee gaan drinken; de vraag naar the stijgt dus. Er is dus een positief verband (tussen p2 en qv1).

Een elasticiteit omschrijft het verband tussen oorzaak en gevolg. Een positief verband zal dus ook een positieve waarde voor de elasticiteit opleveren.
Immers:
  %ΔP2   x    Epv  =   %ΔQv1  
een prijsdaling van product 2 -5%    x    +2     =   -10% heeft een daling van de vraag naar product 1 tot gevolg
een prijsstijging van product 2 +5%  x    +2    =   +10% heeft een stijging van de vraag naar product 1 tot gevolg.

Dit positieve verband geldt voor alle substitutiegoederen:
  • als de prijs van koffie stijgt, zal minder koffie gedronken worden en daardoor zullen een aantal consumenten meer thee gaan drinken (vraag stijgt).
  • als de prijs van vla daalt, zullen meer vla als toetje nemen en daardoor minder yoghurt kopen (vraag daalt).

Ek = 0

Wanneer twee producten geen enkel onderling verband hebben, zal dit ook tot uitdrukking komen in de waarde van de elasticiteit: 0

Als de prijs van een treinkaartje stijgt, zal de vraag naar rekenmachines niet veranderen. Geen verband dus.
 

bottom
top

Recente aanpassingen

JoomlaWatch Stats 1.2.7 by Matej Koval

Visitors

Today: 236
Last week: 7152
Total: 183466


Donatie

Spreek je waardering uit:
doneer een klein bedrag.

Amount:   EUR

Powered by OSTraining.com

Disclaimer

De inhoud van deze website is intellectueel eigendom van de auteur.
Dit auteursrecht geldt voor commercieel gebruik. Gebruik voor persoonlijke doeleinden is uiteraard toegestaan.
Het gebruik van deze website geschiedt volledig voor eigen risico. De auteur is derhalve op geen enkele wijze aansprakelijk te stellen.


bottom

Auteur is docent aan het Krimpenerwaard College.