| Inkomenselasticiteit |
Een vermenigvuldigingsfactor die aangeeft in welke mate de uitgaven voor een bepaald product reageren op een inkomensverandering.
Omschrijving
Inferieure goederen: Ei < 0Een negatieve elasticiteit duidt op een negatief verband tussen oorzaak (een inkomensverandering (Y)) en gevolg (een vraagverandering).Immers:
Goederen waarvan men minder gaat kopen naarmate het inkomen stijgt, ervaren de consumenten blijkbaar als "minderwaardige goederen" (=inferieur). Men heeft, indien men het zich kan veroorloven, liever een ander/beter product. Als voorbeeld van inferieure goederen kun je denken aan vakantie in eigen land (bij een hoger inkomen gaat men naar het buitenland) of aan gehakt (bij een hoger inkomen koopt men vaker biefstuk i.p.v. gehakt). Indifferente goederen: Ei = 0Een elasticiteit met de waarde 0 duidt erop dat er geen verband is tussen oorzaak (een inkomensverandering (Y)) en gevolg (een vraagverandering).Immers:
Noodzakelijke goederen: 0 < Ei < 1Indien de waarde van de inkomenselasticiteit tussen de 0 en de 1 ligt, is er sprake van een (zwak) positief verband:de consument gaat wel méér van het product kopen als het inkomen stijgt, maar de %ΔQv < %ΔY. Luxe goederen: Ei > 1Indien de waarde van de inkomenselasticiteit groter dan 1 is, is er sprake van een (sterk) positief verband:de consument gaat (veel) méér van het product kopen als het inkomen stijgt, waarbij zelfs geldt dat de %ΔQv > %ΔY . |





