| Marktvorm en opbrengsten |
|
De omstandigheden op een markt kunnen sterk verschillen. Soms zijn er veel producenten, soms slechtst één. Soms vinden de consumenten de producten van verschillende producenten identiek, soms vinden consumenten dat er duidelijk verschil is tussen de producten van concurrerende bedrijven. Al die omstandigheden waarmee een bedrijf te maken heeft op zo’n markt noemen we de marktvorm. Voor een bedrijf is de marktvorm bepalend voor haar invloed op de prijs. Zo’n marktvorm wordt beoordeeld op de volgende kenmerken: Aantal aanbieders - hoeveel producenten maken dit (type) product?
* Op een markt met slechts enkele aanbieders (oligoplie) zullen producenten uit angst voor een prijzenoorlog elkaar niet graag beconcurreren met de prijs. Zij zullen op allerlei manieren de consument ervan proberen te overtuigen dat hún product het beste is: op deze wijze wordt het product automatisch heterogeen. De marktvorm bepaalt het verloop van de opbrengstenDe marktvorm is bepalend voor de manier waarop een onderneming moet omgaan met de prijs van het product. We maken daarbij onderscheid tussen volkomen concurrentie en onvolkomen concurrentie (monopolie, oligopolie, monopolistische concurrentie).Opbrengst begrippen: P, Go, MoP = prijs - de prijs die de producent ontvangt voor zijn productGO = gemiddelde opbrengst - het bedrag dat een producent gemiddeld ontvangt voor zijn product (= prijs) MO = marginale opbrengst - het bedrag waarmee de totale opbrengst verandert als de producent één extra product produceert (en verkoopt). Opbrengsten bij volkomen concurrentieZoals we al zagen zijn er zo veel vragers en zo veel aanbieders dat geen van de individuele aanbieders (en dat geldt ook voor de vragers) invloed kan uitoefenen op de prijs. De prijs wordt door de vrije markt (vraag & aanbod) bepaald: er ontstaat een evenwichtsprijs.
De individuele producent moet dus de marktprijs over nemen en zijn productieomvang aanpassen aan de gegeven omstandigheden. Een producent op deze markt wordt dan ook wel een hoeveelheidsaanpasser genoemd. Opbrengsten bij onvolkomen concurrentieDe producent kan nu zelf de prijs van zijn product bepalen (hij is een prijszetter), maar moet er wel rekening mee houden dat consumenten bij een hogere prijs minder zullen kopen.Hoe de consumenten reageren op een prijsverandering en hoeveel zij zullen vragen bij een bepaalde prijs wordt weergegeven door de vraagfunctie van het betreffende product. De vraagfunctie geeft dus aan welke afzetmogelijkheden er voor de producent(en) zijn bij een bepaalde prijs (prijs-afzetlijn = collectieve vraaglijn) ![]() Van links naar rechts heeft de consument steeds minder mogelijkheden om over te stappen bij een prijsverandering. Dit is in de grafiek weergegeven: de rode lijn geeft een identieke prijsverlaging weer, de blauwe lijn laat zien hoeveel extra afzet een producent hierdoor kan verwachten. Bij volkomen concurrentie is de producent te klein om invloed op de prijs te kunnen hebben; Bij monopolistische concurrentie zijn er veel alternatieven, zodat er heel veel klanten overstappen (ondanks kleine verschillen tussen de producten) als een producent zijn prijs verlaagt; Bij een oligopolie is het aantal alternatieven beperkt en zijn mensen vaak iets merkvaster, zodat de reactie op een prijsverlaging beperkter is; Bij een monopolie is er geen (goed) alternatief. Het is het enige product. De consument kan alleen overstappen naar een substitutiegoed , wat meestal niet aantrekkelijk is. De reactie op een prijsverlaging (of verhoging) zal in dit geval het kleinst zijn. Opbrengsten bij een monopolieDe producent kan zelf de prijs bepalen. De consumenten bepalen hoeveel producten zij bij deze prijs zullen afnemen. Het is voor de producent dus belangrijk om te weten hoe consumenten reageren op de hoogte van de prijs (de collectieve vraagfunctie).
|





