|
Vraag, betalingsbereidheid en consumentensurplus |
Hoeveel er van een bepaald product gevraagd wordt, hangt van vele factoren af.
De prijs van het product is belangrijk, maar ook het inkomen van de bevolking of de prijs van andere producten hebben invloed op de gevraagde hoeveelheid. |
|
Lees meer...
|
|
Aanbod, verkoopbereidheid en producentensurplus |
|
Producenten beslissen pas of/hoeveel ze willen produceren als ze weten hoeveel ze gaan verdienen en wat de kosten zijn van productie. Hoe hoger de prijs, hoe aantrekkelijker het zal worden om dit product te gaan produceren. |
|
Lees meer...
|
|
Elasticiteiten worden bij het vak economie gebruikt om de sterkte tussen twee procentuele veranderingen aan te geven. |
|
Lees meer...
|
De omstandigheden op een markt kunnen sterk verschillen. Soms zijn er veel producenten, soms slechtst één. Soms vinden de consumenten de producten van verschillende producenten identiek, soms vinden consumenten dat er duidelijk verschil is tussen de producten van concurrerende bedrijven. Al die omstandigheden waarmee een bedrijf te maken heeft op zo’n markt noemen we de marktvorm.
Voor een bedrijf is de marktvorm bepalend voor haar invloed op de prijs. |
|
Lees meer...
|
We maken onderscheid tussen twee soorten kosten:
Constante kosten of vaste kosten en Variabele kosten. |
|
Lees meer...
|
|
Ondernemingsdoelstellingen |
Een producent bekijkt natuurlijk altijd het verloop van kosten én opbrengsten gezamenlijk. Hierbij zal hij in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:
- het break-even-punt: bij welke productieomvang is het omslagpunt van verlies naar winst.
- maximale totale winst: bij welke productieomvang is de totale winst maximaal
- maximale omzet: bij welke productieomvang is de omzet/opbrengst maximaal
|
|
Lees meer...
|
|
Minimum- en Maximumprijzen |
|
De prijs die op een vrije markt van vraag en aanbod tot stand komt is niet altijd een gunstige prijs voor alle betrokkenen. In sommige gevallen is de prijs zó hoog dat mensen met een laag inkomen zich het product niet kunnen veroorloven. In andere gevallen is de prijs zó laag dat producenten niet in staat zijn te overleven. |
|
Lees meer...
|
Wanneer de overheid de producenten belast met een heffing (btw, accijns) op hun product, zullen zij alleen bereid zijn hun producten aan te bieden voor een hogere prijs. Zij willen zélf nog steeds hetzelfde bedrag als voorheen over houden. De consument moet dus bovenop dit bedrag ook de heffing betalen om de producten over te halen dezelfde hoeveelheid aan te bieden.
|
|
Lees meer...
|
|
Wanneer de overheid de producenten een subsidie geeft voor hun product, zullen zij bereid zijn hun producten voor een lager bedrag aan de consumenten aan te bieden. Een deel van de rekening wordt immers betaald door de overheid. |
|
Lees meer...
|
|
Welvaart, Pereto en welvaartsverlies |
|
De omvang van het consumentensurplus en producentensurplus kunnen we beschouwen als een maatstaf om welvaart mee uit te drukken. We spreken van een Pareto-efficiënte uitkomst wanneer de som van consumenten- en producentensuplus maximaal is. |
|
Lees meer...
|
|
|
|
|
|