|
Qv, Qa en surplussen - deel 2 |
Opgave 4
Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van volkomen concurrentie.
Qv = - 125p + 45.000
Qa = 50p - 2000 |
waarbij geldt:
p = prijs in euro's
q = hoeveelheid in stuks per dag |
| 13 |
Bereken de totale dagomzet op deze markt. |
| 14 |
Teken in een grafiek dit marktmodel. |
| 15 |
Arceer het consumentensurplus. |
| 16 |
Bereken het producentensurplus. |
Opgave 5
Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van volkomen concurrentie.
Qv = - 3,5p + 5000
Qa = 0,25p + 4000 |
waarbij geldt:
p = prijs in eurocenten per kilogram
q = hoeveelheid in 10.000 kilogram per week |
| 17 |
Bereken de totale dagomzet op deze markt. |
| 18 |
Teken in een grafiek dit marktmodel. |
| 19 |
Arceer het consumentensurplus. |
| 20 |
Bereken het producentensurplus. |
Opgave 6
| 21 |
Geef in de volgende gevallen aan óf, en zo ja hoe, de vraaglijn naar suiker verschuift :
- De prijs van (synthetische) 'zoetjes' daalt.
- De tandartsen houden een succesvolle reclamecampagne tegen snoepen.
- De overheid verhoogt de accijns (belasting) op suiker.
- Jongeren gaan op steeds jongere leeftijd koffie drinken.
|
Opgave 4
| 13 |
Qa = Qv
50p - 2000 = - 125p + 45.000
175p = 47.000
P = 268,57
Q = 11.428,5 (prijs invullen in één van beide functies)
Omzet = prijs x hoeveelheid
Omzet = 268,57 x 11.428,5 = € 3.069.352,25
|
14
15
|
 |
| 16 |
Producentensurplus wordt weergegeven met de oranje driekhoek:
Oppervlakte driekhoek =
½ x basis x hoogte =
½ x 11.428,5 x (268,57 - 40) =
€ 1.306.106,12 |
 |
Opgave 5
| 17 |
Qa = Qv
1,67p - 25 = - 0,67p + 50
2,33p = 75
P = 32,14 DUS: € 0,32
Q = 28,57 DUS: 285.700 kg
Omzet = prijs x hoeveelheid
Omzet = € 91.424
|
18
19
|
 |
| 20 |
Producentensurplus wordt in bovenstaande afbeelding weergegeven met de oranje driekhoek:
Oppervlakte driekhoek =
½ x basis x hoogte =
½ x 285.700 x (0,32 - 0,15) =
€ 24.284,50 |
Opgave 6
vraag 21
| a |
Als de prijs van zoetjes daalt, zullen steeds meer mensen zoetjes gaan gebruiken (en dus minder suiker).
Hierdoor zal de vraag naar suiker bij eenzelfde prijs dalen: de vraaglijn verschuift naar links. |
| b |
Als de campagne succesvol is, gaan minder mensen snoepen. Bij dezelfde prijs zal dus nu minder suiker gebruikt worden. Ook nu verschuift de vraaglijn naar links. |
| c |
PAS OP. 
De prijs van suiker is verandert en daardoor zal ook een andere hoeveelheid gekocht worden. Prijs en Hoeveelheid staan beiden op de assen. De lijn blijft dus hetzelfde. |
| d |
Als steeds meer jongeren koffie gaan drinken, gaan ook steeds meer jongere suiker gebruiken. Bij dezelfde prijs wordt nu meer gevraagd, omdat er meer consumenten zijn. Dus verschuift de vraaglijn naar rechts. |
LET OP:
er staat steeds de toevoeging "bij dezelfde prijs..." Dit is essentieel om aan te geven dat je niet op de lijn verschuift, zoals bij c!
|