|
Qv, Qa en surplussen - deel 1 |
Opgave 1
Gegeven is het volgende marktmodel dat de markt van worteltjes beschrijft:
qv = -1,5p + 40
qa = 20
De prijs is in centen per kilo, de hoeveelheid in 1.000 kilo.
| 1 |
Teken de collectieve vraagcurve. (neem horizontaal en verticaal 1cm = 5) |
| 2 |
Teken de collectieve aanbodcurve (in dezelfde grafiek) |
| 3 |
Hoeveel worteltjes worden op deze markt verkocht en tegen welke prijs? |
| 4 |
Noem tenminste drie concrete 'ceteris paribus-voorwaarden' die gelden bij dit marktmodel. |
Opgave 2
Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van DVD spelers.
Qv = - 1,45p + 4000
Qa = 3,2p - 1580 |
waarbij geldt:
p = prijs in euro's
q = hoeveelheid DVD spelers in 100.000 stuks per kwartaal |
| 5 |
Tegen welke prijs worden DVD spelers volgens dit model verkocht? |
| 6 |
Tegen welke prijs (prijzen) worden geen DVD spelers meer verkocht? |
| 7 |
Teken in een grafiek dit marktmodel. |
| 8 |
Arceer in deze grafiek het gebied dat de marktomzet weergeeft. |
Opgave 3
Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van volkomen concurrentie.
Qv = - 5p + 200
Qa = 7p - 20 |
waarbij geldt:
p = prijs in euro's
q = hoeveelheid in stuks per dag |
| 9 |
Bereken de totale dagomzet op deze markt. |
| 10 |
Teken in een grafiek dit marktmodel. |
| 11 |
Arceer het consumentensurplus. |
| 12 |
Bereken het producentensurplus. |
Opgave 1
vraag 1
Stap 1: bereken de 0-punten (snijpunten met de assen)
als P = 0
Qv = -1,5p + 40
Qv = -1,5 x 0 + 40
Qv = 40
als Qv = 0
Qv = -1,5p + 40
0 = -1,5p + 40
1,5p = 40
p = 26,67
Stap 2: teken (en benoem) de lijn |
 |
vraag 2
In dit geval (qa = 20) is het aanbod onafhankelijk van de prijs.
Er hoeft dus ook verder niet meer gerekend te worden. |
 |
vraag 3
Mogelijkheid 1: aflezen uit de grafiek
Aan het snijpunt van vraag en aanbod (E) valt af te lezen dat de evenwichtsprijs € 0,13 per kg. is en dat bij die prijs 20.000 kg (20 x 1.000) wordt verhandeld.
Mogelijkheid 2: berekenen
qv = qa
-1,5p + 40 = 20
-1,5p = -20
p = 13,33 (dus € 0,13)
aangezien qa = 20, zal er altijd (20 x 1.000) 20.000 kg. worden verhandeld. |
 |
vraag 4
Enkele factoren die we bij de vraagfunctie constant veronderstellen:
- het aantal consumenten
- de prijs van andere groente
- het weer (bij kouder weer hebben meer mensen zin in wortelstampot (=behoefte consument))
Bij het aanbod veronderstellen we bijvoorbeeld constant:
- stand van de techniek
- weersomstandigheden (van invloed op mogelijkheid tot oogsten)
Opgave 2
vraag 5
Op een vrije markt komt altijd de evenwichtsprijs tot stand:
Q v = Q a
- 1,45p + 4000 = 3,2p - 1580
- 4,65p = -5580
p = -5580/ -4,65
p = 1200 Dus tegen een prijs van €1200,-
vraag 6
Er worden geen DVD spelers meer verkocht als de vraag 0 is (Q v = 0):
Q v = - 1,45p + 4000
0 = - 1,45p + 4000
1,45p = 4000
p = 4000/ 1,45
p = 2758,62 Dus vanaf een prijs van €2758,62 (of hoger).
vraag 7
vraag 8
De omzet wordt berekend door P·Q.
P wordt in de grafiek weergegeven door het lijnstuk 0-1200 (op de prijs-as)
Q wordt in de grafiek weergegeven door het lijnstuk 0-2260 (op de hoeveelheids-as)
P·Q is dus de oppervlakte van de onderstaande rechthoek (lengte(q)·breedte(p))
Opgave 3
| 9 |
Bereken het evenwichtspunt:
Qa = Qv
7p - 20 = - 5p + 200
12p = 220
P = 18,33
Q = 108,3 (prijs invullen in vraag- of aanbodfunctie)
Omzet = prijs x hoeveelheid
Omzet = € 1985,14
|
10
11
|
 |
| 12 |
Producentensurplus wordt weergegeven met de oranje driekhoek:
Oppervlakte driekhoek =
½ x basis x hoogte =
½ x 108,3 x (18,33-2,86) =
€ 837,7 |
 |
|