Bij het vak economie wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen de 'vraagzijde / conjunctuur' en de 'aanbodzijde / structuur' van de economie. Wat stelt dat nu eigenlijk voor?
Een kringloopschema toont een model (vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid) van de belangrijkste geldstromen in een economie. In het meest uitgebreide model onderscheiden we een vijtal sectoren: gezinnen - bedrijven - overheid - financiële instellingen en het buitenland.
Onderstaand schema toont de belangrijkste geldstromen tussen deze sectoren:
In dit model introduceren we de overheid (gezinnen moeten belasting betalen en de overheid geeft zelf ook geld uit).
Daarnaast voegen we de arbeidsmarkt toe aan het model.
Ten slotte kijken we naar de gevolgen van een overheidsimpuls om de economie te stimuleren, rekening houdend met een multipliereffect en een inverdieneffect.
Modellen kunnen van steeds weer andere vergelijkingen worden voorzien. Ook kunnen bekende vergelijkingen worden voorzien van nieuwe factoren die binnen het model invloed hebben. Dat kan tot gevolg hebben dat verschillende autonome bestedingen verschillende multiplier hebben.
Zo kan uit een model blijken dat het effectiever is voor de overheid om € 2 mld. extra te besteden dan om diezelfde € 2 mld. als belastingverlaging aan de burgers te geven.
Wanneer we een model van een open economie bekijken komen er (minimaal) een export- en een importvergelijking bij in het model. Bovendien zorgt de import ervoor dat de multiplier wordt afgezwakt.
De inhoud van deze website is intellectueel eigendom van de auteur.
Dit auteursrecht geldt voor commercieel gebruik. Gebruik voor persoonlijke doeleinden is uiteraard toegestaan.
Het gebruik van deze website geschiedt volledig voor eigen risico. De auteur is derhalve op geen enkele wijze aansprakelijk te stellen.