Een loonstijging die leidt tot een verbetering van de koopkracht.
Omschrijving
Dus dat deel van de loonstijging dat bovenop de prijscompensatie (loonstijging die gelijk is aan de prijsstijging om de koopkracht op peil te houden) komt.
Als de inflatie 4% bedraagt en de loonstijging is 6%, is hiervan 4%(-punt) bedoeld ter compensatie van de gestegen prijzen (= prijscompensatie) en 2%(-punt) als extra koopkracht (= initiële loonstijging)
| jaar 0 |
Een werknemer ontvangt een salaris ter hoogte van €2000,-
We veronderstellen dat er maar één product is, dat €20,- kost.
In dat geval kan deze persoon dus 100 producten kopen (koopkracht) |
| jaar 1 |
De inflatie bedroeg 4%, zodat het product nu €20,80 kost.
Als er niets zou gebeuren met de hoogte van het salaris, daalt de koopkracht naar 96,15 producten
In geval van prijscompensatie, stijgt het salaris met 4% naar €2080,-
Hierdoor kan hij -net als in de uitgangssituatie- 100 producten kopen. De koopkracht blijft constant!
Krijgt hij ook nog een initiële loonstijging, dus in totaal 6%, wordt zijn salaris €2120,-
Hierdoor stijgt zijn koopkracht (met 1,92%): hij kan nu 101,92 producten kopen. |
|